Motormode; Superstrak of wijd als een windzak

Een integraalhelm en een pak, strak om het lijf, voorzien van foampaddings voor de veiligheid. Hoe meer paardekracht onder het zadel, des te minder de hang naar modieuze gekkigheid. De easy rider neemt genoegen met pothelm en oversized. Felgekleurd op een Chopper, dat kan niet.

Gezegend zijn de motorrijders die de lange leren jas, vliegersbril en pothelm hebben bewaard waarmee hun opa vroeger op de Solex zat. Deze bijna vergeten attributen zijn thans the hottest thing in town. Als men tenminste Sandy de Lange, verkoopster bij 'De Leertent' (dé Amsterdamse motorkleding-advieswinkel sinds 1935), mag geloven. Ook in het kostuum van de asfalttijgers met ronkende uitlaten zijn er rages, en die staan dit jaar geheel in het teken van de nostalgie.

Had je vroeger de cultuurkloof tussen de Puch en de Zündapp, nu heb je die tussen de Chopper en zescilinder machine met 1500 pk. Ofwel: er zijn mooiweer-rijders en er is het snelle volk. Het is vooral de eerste groep die gevoelig is voor kledingtrends. Hoe meer paardekracht onder het zadel, des te minder de hang naar modieuze gekkigheid. De rijders met meer haast kiezen voor felgekleurde, reflecterende high-techpakken waarin je wordt opgemerkt in alle betekenissen van het woord. Nylonkleding met een aluminium binnenvoering is in opkomst (want wind- en waterdicht en toch ademend), maar het aloude leer blijft favoriet. Het voordeel van beide materialen is dat er bij een flinke schuiver op de snelweg geen vezels in je gruwelijke schaafwonden komen, zoals bij stoffen kleding. In reclametaal heet dat eufemistisch: It's better to be safe, than sorry!

In de 'TT-pakken' met kleurige blokken en strepen, die soms aan de heraldiek van middeleeuwse riddertoernooien herinneren, is vrijwel alleen met keihard leer gewerkt. Bovendien zijn deze race-overalls op schouders, knieën en ellebogen voorzien van foampaddings, een soort stugge rubberen kussentjes die je nauwelijks in kan drukken. Het geheel moet immers superstrak om het lichaam gesnoerd blijven, want de foambescherming mag tijdens een rit niet verschuiven. Bovendien is het knap lastig als je harder dan 200 kilometer per uur rijdt en je hebt een oversized jack aan. De Lange weet wat haar klanten willen: “De outfit moet geen windzak worden.” Haar ervaring is dat de zware jongens eerst een verantwoord pak en rubberen laarzen kiezen, en dan pas kijken naar kleuren en integraalhelmen die goed bij hun Kawasaki of Ducati passen.

De mooiweer-rijders daarentegen denken minder aan veiligheid. Die zitten het liefst met een oude spijkerbroek, een pothelm en een wijd, slobberig jasje op hun Choppers. Achter de hoge sturen zijn geen felle kleuren of nylonmaterialen te bekennen; tachtig procent van het aanbod bestaat uit zwart leer. Hier bepalen badges, rugprints en merken als Redskins, Avirex of natuurlijk Harley Davidson de subtiele verschillen tussen de easy riders. Bekende Chopperrijders als Marco Bakker, Ron Brandsteder en Angela Groothuizen komen dan ook regelmatig in De Leertent shoppen, vertelt De Lange: “Die houden niet zo van snelle pakken. Zij zitten rustig op hun motor in onopvallende kleding. Op zich kán de combinatie ook niet: felgekleurd op

een Chopper.''

Dit jaar zijn ouderwetse bomberjacks van gebruikt leer in, evenals knielange, gewaxte jassen. Die passen in de bijna pathologische hang naar de Amerikaanse life-style van tegenwoordig, want eigenlijk moeten ze de drager het uiterlijk geven van een cowboy die arm en eenzaam en ver van huis over de prairie dwaalt. Net als bij Billy the Kid en Clint Eastwood valt de achterkant van de jas dankzij een grote split aan weerskanten langs het zadel. Om het geheel nog authentieker te maken zijn de randjes aan de revers in de fabriek bijgeschuurd, zodat het net lijkt alsof de jas al een paar jaar gedragen is. Toch luistert het nauw bij de inspiratie door de Nieuwe Wereld, want cowboyjasjes met franjes en veterbroeken zijn dit jaar juist heel erg verkeerd.

Accessoires die nauw aansluiten bij de nostalgische westernlook zijn er volop: bretels, petten, speldjes, houthakkershemden, genagelde riemen en zadeltassen. Voor het optimale route 66-gevoel op de weg tussen Purmerend en Sappermeer zijn er trouwens ook de ouderwetse open helmen die in de volksmond 'Willempies-helmen' of 'halve eitjes' worden genoemd. Daaronder draag je een katoenen face scarf met neusklip, die 's winters kou en regen en 's zomers vliegen en uitlaatgassen tegenhoudt. Een paar werkmanslaarzen met bolle neuzen completerendan het geheel.

De ervaring van De Lange is dat vrouwen beter nadenken over wat ze op een motor moeten dragen dan de meeste mannen. “Vooral jonge jongens willen alleen maar stoer, grof en Amerikaans. Vrouwen zijn wat betreft hun motor-uiterlijk minder geobsedeerd door de trends; als het maar goed zit en veilig is.” Dat de knot na een rit geplet onder de helm vandaan komt, is natuurlijk vervelend. “Maar ze weten dat ze een helm opmoeten en daar kiezen ze dan ook bewust voor. Vrouwen die denken 'oei, mijn haar' zijn meestal geen motortypes, die stappen in een auto.”