Moskou blijft zitten met de bittere nasmaak

MOSKOU-KIEV. Vijf uur lang hebben de Russen op vrijdag 10 juni in Istanbul storm gelopen op het NAVO-bastion, vertelt een Oekraïense ooggetuige, maar tevergeefs. Het Atlantische bondgenootschap handhaafde zich als een onafhankelijke alliantie, onder het geldende verdrag slechts verantwoording schuldig aan haar leden. De Russische manoeuvres, vorige maand onder leiding van generaal Gratsjov in Brussel begonnen en door minister Kozyrev op de vergadering van de Noord-Atlantische Samenwerkings Raad (NASR) in Istanbul voortgezet, zijn dus zonder resultaat gebleven. De NAVO is weliswaar bereid zich onder auspiciën van de Verenigde Naties of de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE) in te zetten voor vredestaken, zoals in Bosnië al het geval is, maar zij zal zich niet, zoals de Russen wensten, ondergeschikt maken aan die organisaties.

De Russische regering heeft met haar interventies hoog spel gespeeld. Het ging erom een oud Sovjetverlangen alsnog ingewilligd te krijgen: het losser maken van de banden die de Verenigde Staten aan Europa binden. Minister Gratsjov had er bijvoorbeeld eerder, bij een bezoek aan Bonn, geen geheim van gemaakt dat wat hem betreft alle Amerikaanse troepen Europa konden verlaten.

De Russische diplomatie lijdt op dit punt aan dezelfde tegenspraak als de Sovjet-diplomatie voor haar. In Moskou wordt de stabiliserende invloed van de Amerikaanse aanwezigheid op Europa al jaren erkend, maar tegelijkertijd wordt die aanwezigheid met scheve ogen bekeken. Dat laatste verklaarde de emotionele en geruime tijd volgehouden Russische afwijzing van een uitbreiding van de NAVO tot aan de grenzen van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, lees: tot aan wat Moskou als zijn primaire invloedssfeer ziet.

De NAVO als militair anker voor Duitsland is één ding, maar de NAVO als het voornaamste veiligheidspact voor Europa minus Rusland en zijn randgebieden is vanuit Moskou gezien iets geheel anders. Hoeveel goede bedoelingen van Westerse kant ook worden beleden, Moskou vreest het isolement als de pest. In de vorige herfst ten doop gehouden nieuwe Russische militaire doctrine wordt uitbreiding van militaire bondgenootschappen in Europa met uitsluiting van de Russische Federatie genoemd als een van de potentiële bronnen voor een bedreiging van die Federatie van buitenaf.

Zoals de Duitse minister Kinkel in Istanbul opmerkte: er is geen veiligheid in Europa denkbaar zonder Rusland, laat staan tegen Rusland. Nu het oude blokdenken is opgegeven, valt daarop niets af te dingen. Ten slotte heeft president Bush op de Londense topconferentie van juli 1990 namens de NAVO vastgesteld dat het Westen en de Sovjet-Unie niet langer een gevaar voor elkaar betekenden, en er zijn geen redenen om daar wat Rusland betreft anders over te gaan denken. Met Russische wensen ten aanzien van de eigen veiligheid moet rekening worden gehouden, nu veiligheid niet langer een kwestie van eenrichtingsverkeer is.

Het partnerschap voor vrede is behalve een optie op een vredige toekomst voor Europa, een erkenning van die werkelijkheid. De NAVO heeft voet bij stuk gehouden waar het om haar eigen onafhankelijkheid ging, maar zij is Moskou vervolgens een eindweegs tegemoet gekomen. Met de Russische aanvaarding van het partnerschap voor vrede gisteren in Brussel is een spannende periode in de onderlinge betrekkingen afgesloten.

Intussen wensen Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije nog steeds een volledig lidmaatschap van de Atlantische Verdragsorganisatie. Zij vrezen juist dat collectieve veiligheidsstelsels als de CVSE hen zullen terugvoeren in de invloedssferen van de grotere en sterkere Oosterburen, hoe moeilijk die het nu zelf ook hebben. Daarom zien zij het partnerschap voor vrede niet als een duurzame verzekering van de veiligheid in Europa als geheel, maar als een voorportaal voor het eigen volwaardige lidmaatschap van het Westerse verdedigingspact. Dat zou in hun ogen het logische vervolg zijn op de liquidatie van het oude Warschaupact - waarvan zij gedwongen lid waren. Veiligheid en verdediging zijn in die gedachtengang nog steeds identiek, daarover bestaat daar geen misverstand.

Formeel is het partnerschap voor de vrede een vingeroefening in opgesplitste collectieve veiligheid. Blauwhelmachtige operaties moeten de vrede in het gebied dat de verschillende partnerschappen omvatten, helpen bewaren dan wel herstellen. Daarbij gaat het steeds om bilaterale relaties, tussen de NAVO enerzijds en de bewuste partner aan de andere kant. De tweezijdigheid van iedere relatie op zichzelf moet een garantie zijn dat inmenging door derden kan worden afgeweerd. Hoe het partnerschap zich zal verhouden tot de werkelijk collectieve veiligheidssystemen als CVSE en NASR moet worden afgewacht. Maar interpretatieverschillen lijken onvermijdelijk.

Voorlopig zal het om niet meer gaan dan om een oefening in vredestaken. Nederland heeft zich aangeboden voor herfstmanoeuvres op beperkte schaal nog dit jaar. En het ligt in de verwachting dat daarbij het principe van het strenge bilateralisme zal worden doorbroken, al was het maar omdat behalve de direct betrokken eenheden waarnemers uit de verschillende 'partnerschapslanden' welkom zijn. De achterliggende gedachte lijkt te zijn dat op die manier behalve de techniek en de tactiek van vredesoperaties, gelijktijdig de collectieve veiligheid in de praktijk kan worden beoefend.

In Moskou heerst over het bereikte resultaat geen euforie. Het is meer dat men zich op praktische gronden bij het haalbare heeft neergelegd. Maar waarom de Russen, en nog wel voor heel Europa zichtbaar, met hun drieste pogingen de NAVO te verzwakken een onnodige nederlaag hebben geprovoceerd, blijft een raadsel. De nasmaak is voor Moskou bitter, voor 'het Westen' daarom nog niet zoet. Het hameren op oude en gebutste aambeelden mag in sommige Russische oren welluidend klinken, er wordt geen ijzer mee gesmeed waarvan houdbare constructies worden vervaardigd.