Melanoom

'Lies, damned lies, and statistics' zijn woorden die te lezen zijn in '200% of Nothing', een humoristisch boekje van A.K. Dewdney over ongecijferdheid. Hieraan moest ik denken toen ik 'Druk op het melanoom' van Piet Borst (W&O 16 juni) las.

Hij stelt 'zwartkijkerig' dat melanoom medisch maatschappelijk een klemmend probleem aan het worden is. Dat baseert hij op de constatering dat melanoom, na borstkanker, de meest voorkomende vorm is van kanker bij mensen onder de 45 jaar, en dat 20% van de melanoompatiënten in Nederland niet te genezen is. De vraag die zich nu voordoet is of de impliciete koppeling van deze gegevens juist is. De prognose bij melanoom wordt bepaald door de dikte van de tumor. We dienen dus geïnformeerd te worden over hoe dikke en dunne melanomen zich over de diverse leeftijdsgroepen verhouden.

Daarover zijn geen landelijke gegevens voorhanden, maar wel Friese (o.a. IKN-nieuws 1994-1). Hieruit valt op te maken dat bij jonge mensen verreweg de meeste melanomen gezien worden op de benen van vrouwen én dat deze doorgaans zeer dun zijn, met een bijzonder goede prognose.

Dikke melanomen, met een slechte prognose, komen relatief vaker bij oudere mensen voor, maar vormen volstrekt geen probleem voor de volksgezondheid, gezien de overvloed aan andere doodsoorzaken bij ouderen.

Soortgelijke conclusies zijn ook te trekken door het voorlaatste landelijke kankerregistratierapport te raadplegen. In de leeftijdsgroep onder de 45 jaar waren er in 1989 605 melanomen en was de moraliteit slechts 73 (12%). Het melanoom zet ons echt niet zo onder druk als Borst suggereert: kortom drukte om niks.

In de tweede helft van zijn verhaal gaat Borst in op nieuwe behandelingsvormen van melanoom: doorspoeling van een ledemaat met celdodende stoffen en immuuntherapie. De resultaten van die doorspoeling lijken de laatste jaren inderdaad aanmerkelijk verbeterd. Het kan amputaties voorkomen en levens verlengen. Maar brengt het ook genezing?

Immuuntherapie bij melanoom is, zoals Borst terecht zegt, inderdaad ingewikkeld. Al decennia lang worden er zeer interessante dierproeven gedaan, en al decennia lang heeft dit voor de dagelijkse praktijk bar weinig opgeleverd. De grootste winst voor de volksgezondheid ligt in vroege herkenning van melanoom door het publiek. Er lijkt derhalve plaats te zijn voor nuchtere goed informerende publieksvoorlichting. Misschien dat dit zelfs een preventieve werking kan hebben.

De medicalisering van onze samenleving wordt bevorderd door angstexploitatie vanuit de biomedische industrie. Het is tijd voor een paradigmaverschuiving in de gezondheidszorg. De dood dient niet beschouwd te worden als een te vermijden accident. Het heeft geen zin om ten koste van steeds meer middelen kanker en hartziekten uit te willen bannen. Sterven en de dood zijn de taboes van onze tijd. Ik raad Borst aan 'The troubled dream of life: living with mortality' van Daniel Callahan te lezen en vanuit zijn perspectief als antikankerbiochemicus dit voor de lezers te bespreken en niet zijn messianistisch getinte subsidieaanvragen.