LAATSTE MAN

Als de nederlaag onvermijdelijk is, dient het terrorisme zich aan. De terrorist heet vandaag Ioan Vladoiu, is 25 jaar en voetbalt bij Rapid Boekarest. De wedstrijd tegen Zwitserland is zo goed als voorbij. Er is nog een kwartier te gaan, de stand is 4-1 in het nadeel van de Roemenen. Vladoiu is vier minuten geleden door coach Iordanescu in het veld gebracht om nog iets te redden van de dreigende ondergang. Met het rechterbeen horizontaal, de noppen van zijn kicks vooruit, gaat Vladoiu in op de knieschijf van de Zwitserse middenvelder Christophe Ohrel. Hij kan meteen vertrekken.

De rode kaart van de scheids laat echter onverlet dat er twee vragen onbeantwoord blijven. De eerste is strafrechtelijk van aard. Zou dit niet een zaak moeten zijn voor het openbaar ministerie?

De tweede is psychologisch van aard. De aanslag die Vladoiu pleegt en elke ratio ontbeert, is namelijk niet uniek. Terreur is wel vaker een paradoxale vorm van vernedering.

En vernederd is Roemenië in Detroit. Door Zwitserland notabene, een voetbalnatie waarvan we voor het laatst in 1966 (drie nederlagen op rij in de eerste ronde) hebben gehoord.

Gheorghe Hagi heeft zijn team in de eerste helft nog als een leider kunnen dragen. Hij is overal. Verdedigt, valt aan en laat ondertussen zien dat hij de zuiverste pass van het toernooi in de benen heeft. Maar na de rust is hij uitgeput. Er is niemand die hem vervangt. Het Roemeense elftal is namelijk niet democratisch. Leider Hagi is dus onvervangbaar. Als die wegvalt, rest slechts een destructief en vooral redeloos verlangen.

Na ons de zondvloed, vernietig wat jou vernietigt. 'Maak kapot wat jou kapot maakt', heeft aartsvader Teufel van de Rote Armee Fraktion twintig jaar geleden al gedicht. Vladoiu is zijn jongste epigoon.