Het M16-geweer

M16: A Bureaucratic Horror Story. James Fallows, The Atlantic Monthly, juni 1981, Boston. / The Black Riffle, M16 Retrospective. R. Blake Stevens, Edward C. Ezell, Collector trade Publications, Toronto, Canada, 1987 / Jane's Infantry Weapons, 198283, eighth edition.

Iedereen kent het wel, het machinegeweer met het taps toelopende middengedeelte dat door het Amerikaanse leger in Vietnam gebruikt werd en in films als Platoon en series als Tour of Duty te zien is. De C7, een Canadees machinegeweer dat het Nederlandse Leger in 1995 invoert, is volgens het Ministerie van Defensie een M16 die in Canada in licentie is gebouwd.

De M16 was de opvolger van de M14 die in 1957 in het Amerikaanse leger was ingevoerd. Hij was lichter (een soldaat kon drie keer zoveel kogels meedragen) en werkte met kogels van een lichter kaliber (.22 in plaats van .30), waardoor de terugslag minder sterk was en er gerichter werd geschoten.

Journalist James Fallows schrijft in 'M16: A Bureaucratic Horror Story,': 'De bewegende delen waren geweldig betrouwbaar, ze konden 600 tot 700 patronen per minuut afvuren vrijwel zonder ooit te blokkeren.'

Het werd oorspronkelijk ontwikkeld onder de naam AR15 door Eugene Stoner van de Armalite Corporation. De onderdelen werden uitgeponst, zodat massaproduktie mogelijk was en de plastic kolf was goedkoop. Tegenstanders stelden echter dat hij daardoor in noodgevallen niet als slagwapen kon dienen. Stoner: 'Dit is zo'n betrouwbaar, vernietigend wapen, dat dat niet nodig is.'

Uit tests bleek de M16 op alle gebieden superieur aan de M14. Een research-instituut van het leger noemde hem vijf keer zo effectief. Maar volgens het Ordnance Corps (dat nieuwe wapens ontwikkelt in samenwerking met de civiele industrie) presteerde hij minder goed: je kon er niet goed mee richten, hij voldeed 's nachts slecht, en de vuurkracht op lange afstand was te beperkt. Het Corps adviseerde vast te houden aan de M14. Fallows: 'De M16 kwam van een buitenstaander en dreigde de M14, een produkt van het Corps zelf, te verdringen.'

In januari 1962 werd de M16 het standaardwapen van de Luchmacht en begin 1963 wilde het keurkorps De Groene Baretten hem gebruiken, evenals luchtlandingstroepen en CIA-agenten in Vietnam. Toen de gevechten eind 1963 heviger werden, zouden meer dan 100.000 geweren naar Vietnam gaan, maar op dat moment 'verbeterde' het Ordnance Corps het geweer.

Eén verandering was een sterkere draaiing van de spiraalsgewijs lopende lijnen in de loop, waardoor de kogel sneller ronddraait, stabieler is en meer schade aanricht in het lichaam (bij proeven op de Noordpool bleek de stabiliteit bij koud weer een zwak punt). De belangrijkste verandering was echter de toepassing van ander kruit. Hierdoor werden kogels sneller afgevuurd (1000 in plaats van 750 per minuut).

Het kruit dat Stoner gebruikte (IMR 4475, geproduceerd door Du Pont), bevatte alleen nitrocellulose, terwijl 'ball powder', het nieuwe kruit van Olin Mathieson (sinds de Tweede Wereldoorlog legerleverancier), zowel nitrocellulose als nitroglycerine bevatte. Maar er bleven kruitresten achter in het geweer.

Fallows: 'De gevolgen waren ernstig. Wat eens een geweldig betrouwbaar wapen was, weigerde nu chronisch. Uit testen bleek de helft van de wapens met het nieuwe kruit niet te voldoen, terwijl ze met het oude kruit wel voldeden.'

Er waren echter al grote hoeveelheden ball powder naar Vietnam verscheept. Het gerucht ging dat het gemodificeerd, overtollig kruit was uit de oorlog met Korea. Eind 1965 kwam er een urgent verzoek van generaal Westmoreland om de M16 tot standaardwapen uit te roepen, omdat de M14 slecht functioneerde in de jungleoorlog (soldaten waren bereid enkele maanden salaris op te offeren om op de zwarte markt een M16 te bemachtigen).

Er werden 330.000 M16's geleverd, maar ze bleken niet goed te functionen. Time (9 juni 1967): 'Niemand in Vietnam twijfelt er aan of de handzame, zwarte M16 is een gevaarlijk wapen. De laatste tijd echter wijzen journalisten, soldaten en Congresleden op het feit dat het boosaardige, kleine automatische geweer net zo gevaarlijk kan zijn voor vriend als voor vijand.'

Een marinier, in een brief aan zijn familie, over de strijd rond de heuvels 881 en 861: 'Toen we op pad gingen bestond ons peleton uit 72 man en toen we terugkwamen waren er 19 over. Geloof het of niet, maar weet je waardoor de meesten van ons werden gedood? Ons eigen geweer. Bijna ieder slachtoffer werd aangetroffen met z'n niet functionerende M16 naast zich, bezig hem te herstellen.'

Een andere soldaat probeerde per brief wapenolie bij een fabrikant te bestellen, nadat zijn peleton in een Viet Cong hinderlaag liep: 'Tijdens dit gevecht en tijdens eerdere verloor ik enkele van mijn beste maatjes. Ik controleerde persoonlijk hun wapens. Bij vrijwel 70% was een kogel vastgelopen, en ik kan u wel vertellen, het was niet hun schuld. Meneer, als u 360 blikjes en een rekening wilt sturen, betaal ik er 'graag' voor uit mijn eigen zak. Het zal genoeg zijn om iedere soldaat in onze compagnie een blikje te geven.'

Een andere soldaat schrijft zijn ouders: 'Tijdens het afvuren van veertig kogels blokkeerde mijn geweer tien keer. Ik pak zoveel mogelijk handgranaten, plus een bajonet en een junglemes, zodat ik iets heb om mee te vechten. Als jullie kunnen, stuur me dan alsublieft een rager of een verfkwast.' Een andere soldaat: '...het enige dat de vijand achterliet, nadat ze de doden van onze zijde hadden kaalgeplukt, waren de geweren, die ze waardeloos vinden.'

In het boek 'Achilles in Vietnam' van J. Shay noemt een soldaat de M16 'a piece of shit'. 'Het was alsof wij als proefkonijnen dienden, terwijl ons leven er van afhing. We maakten ze iedere dag schoon, maar ze deugden van geen kanten. Ik nam eens een AK47 van een dode NVA en gebruikte die in plaats van mijn speelgoedgeweertje.'

Hij kwam oog in oog te staan met een Vietcongstrijder: 'Ik keek recht in de loop. Ik haalde de trekker van mijn M16 over en er gebeurde niets...' Een officier aan senator Gaylord Nelson (Wisconsin): 'Op een dag zag ik een marinier die een Vietcong met zijn helm en een jachtmes neersloeg. Dit kan niet langer zo doorgaan. Gisteren weigerden 32 van de 80 geweren.'

De oorzaak werd gezocht in het onvoldoende schoonhouden van het wapen; de soldaten was echter verteld dat het onderhoudsvrij was (wat oorspronkelijk ook het geval was). Eind 1966 werd een onderhoudsprogramma gestart. Er werden ragers verscheept en de soldaten kregen schoonmaakinstructies op handzame kaarten.

In mei 1967 werd een subcommissie ingesteld onder leiding van R. Ichord door het Huis van Afgevaardigden, die in oktober met een 600 pagina's tellend rapport kwam. Het kreeg weinig aandacht in de pers. Eén conclusie was dat het aan 'misdadige nalatigheid' grensde dat de legerautoriteiten niet ingrepen. 30 oktober 1967 meldde Newsweek dat de commissie concludeerde dat de M16 ernstige mankementen vertoonde en het leger schuldig was aan 'ongelooflijk slecht management.'

Volgens Fallows was de toon ongewoon scherp en werd gesteld 'dat de M16 gesaboteerd was door het Ordnance Corps.' De commissie adviseerde nieuwe testen met beide soorten munitie. Het Ordnance Corps verbeterde echter het ball powder en het aantal af te vuren kogels per minuut werd verlaagd.

De Vietnam oorlog duurde tot 1973. Maar Ray Lewis, reservist (83rd Devision Rifle Team) vertelt dat hij in 1976 schietoefeningen deed met de M16 in Fort Knoxs: 'Een groot deel van die week brachten we door met het verwijderen van vastzittende kogels in de M16.'

Het aantal slachtoffers in de Vietnamoorlog wordt aan Amerikaanse zijde geschat op 50.000 doden en 300.000 gewonden (tegenover twee miljoen Vietnamese doden). James Fallows nu: 'De M16 was een briljant technisch succes, wat de vroege modellen betreft, maar hij werd verziekt door bureacratisch gekonkel. Niemand weet precies hoeveel Amerikaanse soldaten er het slachtoffer van zijn geworden. Afgaande op de verhalen van soldaten, waarvan ik er zo'n honderd ken, schat ik het op tussen de honderden en duizend doden. Het aantal gewonden is nog moeilijker te schatten. Er zijn enige aanpassingen uitgevoerd om het blokkeren te voorkomen. Bij Panama en Desert Storm vonden amper grondgevechten plaats; het is moeilijk na te gaan of de M16 werkelijk verbeterd is.'

Een Vietnamveteraan die anoniem wil blijven: 'Als de Golf Oorlog een mechanische oorlog was geweest met veel stof, weinig tijd voor onderhoud, zou de beperkte waarde van dit wapen weer tot een schandaal hebben geleid.' Maar volgens anderen zijn bij de typen M16A1 en M16A2 de gebreken verholpen. Een belangrijke verandering is dat de kogels nu in groepjes van drie worden afgeschoten. In Vietnam kwamen de soldaten door de hoge afvuursnelheid vaak snel zonder munitie te zitten (als hun wapen niet vastliep).