Glasscherven en een bronzen danseres op de Apollolaan

Biënnale Skulptuur. T/m eind sept op de Apollolaan bij het Hiltonhotel. Plattegrond en lijst met kunstenaars gratis verkrijgbaar in de hal van het hotel.

Het regende pijpestelen toen de Amsterdamse wethouder van cultuur, Ernst Bakker, deze week het beeldje Apollo Offering onthulde dat de Franse kunstenaar Arman aan de stad Amsterdam heeft geschonken. De in drie verticale plakken gesneden, bronzen beeltenis van de Griekse godheid zal permanent op de hoek van de Apollolaan en de Minervalaan blijven staan, ter vervanging van een beeld van Jan Havermans dat van zijn plaats werd gehaald en verdween.

De onthulling vormde de opening van de eerste Biënnale Skulptuur die de komende drie maanden op de Apollolaan ter hoogte van het Amsterdamse Hiltonhotel te zien is. De manifestatie is een project van Reflex modern art gallery in de hoofdstad, in samenwerking met het Hiltonhotel. Ondanks de schenking van Armans beeld, was de gemeente tot teleurstelling van de organisatoren niet te vermurwen tot het verstrekken van subsidie aan de biënnale. Een catalogus is daarom niet uitgegeven.

Die weigering van de overheid zal te maken hebben met de commerciële opzet van de manifestatie: veel van de 141 beelden zijn te koop. De organisatoren melden echter niet op winst uit te zijn. De bedoeling is volgens hen een fonds te vormen voor de volgende editie van deze biënnale, terwijl eventuele winst gestort wordt op rekening van de Stichting Kindergeneeskunde Kankeronderzoek.

De presentatie in de tuin, de hal en het restaurant van het Hilton, alsmede op het plantsoen op de Apollolaan, toont een allegaartje van Nederlandse en internationale sculptuur. Het traditionele beeldhouwersmateriaal brons voert de boventoon, zoals in High Wind van de oudere Engelse beeldhouwer Lynn Chadwick, dat een meisje voorstelt wier haren en jurk door de wind voor haar uit geblazen worden. Verderop in het plantsoen balanceert een bronzen danseres van Kees Verkade op één been en huppelt een al net zo bronzen haas van Barry Flanagan op zijn sokkel. In de hal van het Hilton stuit je direct achter de draaideur op een enorme tafel met een glimmend bronzen stilleven van de Spanjaard Botero, terwijl in het restaurant een loodzware vrouw met kind van Nic Jonk tussen twee zitjes hurken.

In de hal bevinden zich wat luchtiger sculpturen; een knalroze figuur van Robert Combas, met strohoed en kruimeldief bij wijze van neus, zit er op een stoel. Vlak naast de lift hangen de resten van een diner, vastgelijmd op een tafelblad door Daniël Spoerri, terwijl bont beschilderde dieren van Corneille de balie overhuiven. Niet-figuratieve sculptuur is aan de Apollolaan ver in de minderheid; de oranje-blauwe vorm van Robert Indiana is het enige echt abstracte beeld, tenzij je de inktvisachtige vorm van Karel Appel daar ook toe rekent, of het zoveelste wapperende lint op een zuil van de hand van Marte Röling. De enige verrassende bijdrage is die van het kunstenaarsgroepje Seymour Likely, dat drie glasbakken leegstortte op een plantsoen en het witte en groene glas ordende tot een vredesteken. Het veld is afgezet met stevige hekken, na een protest van buurtbewoners die vreesden voor hun honden en kinderen - de glasscherven liggen recht tegenover een lagere school. Daarentegen is de in elkaar geprutste windmolen van Alexander Schabracq, Charles Vreuls en Roland Berning niet meer dan een uit de hand gelopen Sinterklaas-suprise: aan het ding hangen flauwiteiten als tuinkabouters, oude ski's en de vlag van de Europese Gemeenschap.

In de tuin van het Hilton bereikt het evenement een climax; wie de trap afdaalt, struikelt bijna over een gecrashte brommer op de onderste tree (Arman), terwijl Aat Veldhoen ter rechterzijde water uit talloze borsten laat spuiten in een tietenfontein. Ben Vautier zette een bagage-karretje in het gras met daaraan acht levensechte baby-poppen; aan de zijkant hangt zijn handgeschreven commentaar: 'Who the hell said everything is art?'