Genoeg varkens

In NRC Handelsblad van 14 juni geeft D. Ader onder de kop 'Er zijn nu wel genoeg varkens' zijn visie op het gegeven dat intensieve landbouwbedrijven momenteel verhuizen naar de kleigronden van Groningen en Zeeland.

Hoewel ik het met de strekking van het verhaal eens ben: Ader gaat voorbij aan de realiteit. De landbouw in Nederland is groot geworden door een aantal factoren. Zonder hierin limitatief te willen zijn is een van deze factoren het produceren van voldoende voedsel tegen een lage prijs. Men is hierin, samen met de overheid, zeer goed geslaagd. De bedrijven groeiden groter en indien men als burger in het buitengebied wilde gaan wonen werd het verplicht gesteld een stal hierbij op te richten. Een ideale manier om bijvoorbeeld een varkensbedrijf te beginnen. We staan in 1994 derhalve voor een voldongen feit. In Nederland is geen sprake van een mestoverschot indien de mest verspreid zou worden over het totale landbouwareaal. Het geografisch verplaatsen van op continuïteit gerichte bedrijven uit de mestoverschotgebieden naar de tekortgebieden is daarom geen slechte keuze. In tekortgebieden zal minder kunstmest nodig zijn en de verzuring kan tot een minimum teruggebracht worden indien emissie-arme technieken in stallen verplicht gesteld worden. Gemeenten hebben op grond van de Wet Milieubeheer de plicht om bij vergunningverlening de milieubelasting van een bedrijf volgens het ALARA beginsel (As Low As Reasonable Achievable) zoveel mogelijk terug te dringen. Tevens zijn kleigronden veel minder voor verzuring gevoelig dan de zandgronden waar van oudsher de intensieve veehouderij wordt bedreven. Indien met deze verplaatsingen kan worden voorkomen dat belangrijke natuurwaarden in zwaarbelaste oostelijk gelegen gebieden gespaard zullen worden, lijkt mij deze keuze in ieder geval een van de minst slechte