Gemeentegeld

Het is bekend dat Flip de Kam pleit voor een vergroting van het gemeentelijk belastinggebied ten koste van de rijksbelastingen. In zijn column van 14 juni geeft hij een aantal cijfers om aan te tonen dat gemeenten de laatste jaren een beter financieel-economisch beleid voerden dan het Rijk. Zo hebben gemeenten geen tekort en lenen zij uitsluitend voor investeringsuitgaven. Het Rijk heeft wel een tekort en leent ook voor lopende uitgaven. De investeringen van gemeenten zijn gestegen, terwijl de investeringen van het Rijk afbrokkelden.

Op zichzelf correct, maar het is niet juist om hier conclusies over de kwaliteit van het financieel beleid uit af te leiden. Genoemde verschillen vloeien namelijk voort uit uiteenlopende wettelijke regimes en administratieve systemen. Zo is het gemeenten verboden een tekort op de begroting te hebben en om te lenen voor lopende uitgaven. Het regime voor het Rijk kent deze beperkingen niet. Voor investeringen geldt, dat gemeenten de lasten hiervan (via de kapitaaldienst) over meer jaren uit kunnen smeren. Het Rijk hanteert een ander administratief stelsel (zonder kapitaaldienst) en is gedwongen investeringen meteen te financieren. Daardoor zijn gemeenten eerder geneigd te investeren.

Omdat verschillen in wettelijke regime dus verantwoordelijk zijn voor genoemde cijfermatige verschillen, kan dit niet als een prestatie van de gemeenten worden gezien. Zij moeten immers wel, en kunnen terzake geen beleid voeren.