Faillissement ontwikkelaar nekt Haagse architectuur

ROTTERDAM, 23 JUNI. Aan het Haagse Prinses Margrietplantsoen heeft zich een drama voltrokken. In plaats van een glorieus kantoor- en winkelcomplex van de architect van de glazen pyramide voor het Louvre, I.M. Pei, staat er een oude garage. Pei wacht tevergeefs op zijn geld en hij is niet de enige. Fiscus en banken wacht een miljoenenstrop. Gisteren verklaarde de rechtbank 31 vennootschappen van projectontwikkelaar Juno failliet. In plaats van architectuur wordt nu jurisprudentie geschapen.

“Het project was fantastisch. De Haagse raadscommissie applaudiseerde. Wij werden bijna verlegen van de loftuigingen van de raad: het mooiste project van Nederland,” zo zegt de grote man achter Juno, de 45-jarige Pieter Bogaardt. Hij is er nog steeds niet overheen en zijn schuldeisers ook niet. De fiscus wil proberen hem aansprakelijk te stellen en 15 miljoen gulden terug te krijgen. Ook ABN Amrobank wacht nog op een kleine tien miljoen gulden. Het terugvorderen zal een huzarenstukje vergen. Juno is in handen van twee Antilliaanse vennootschappen, Allerton en Notrella, eigendom van mevrouw Bogaardt.

Bogaardt wil na een jaar teruggetrokken leven in Monaco weer in Nederland aan de slag, maar hij zal eerst advocaten moeten mobiliseren. Bij Juno zouden vorderingen en schulden gesplitst en herschikt zijn om aan de schuldeisers te ontkomen. De rechtbank wil nu echter het Juno-conglomeraat als één geheel beschouwen.

Een BMW 750 met monagasks nummerboord rijdt het terrein op van het Haagse Promenade-hotel. Projectontwikkelaar Bogaardt stapt uit en stuurt zijn chauffeur weg met de wagen. De eigenaar van Promenade steekt enthousiast zijn hand naar hem uit. Het is niet de entree van iemand die tot de bedelstaf gebracht is.

Zijn handelskenmerk was en is nog steeds een wat on-Nederlandse grandeur, die hij zelf toeschrijft aan zijn opvoeding. Zijn vader was de laatste Nederlandse burgemeester van Batavia. Bogaardt bouwde met zijn Juno ruim 35 projecten, bezat internationale vestigingen en een serie Carlton-hotels, maar met dat ene project aan het Prinses Margrietplantsoen zou hij echt wereldnaam maken.

Euforisch was hij op die 20ste juni 1990. “Het project van mijn leven”, dacht ik. Toen kocht hij van vastgoedfonds Wereldhave voor 48 miljoen gulden een set oud kantoorpanden plus een maand later van de rijke Haagse familie Andriessen nog eens 26 miljoen aan aangrenzende gronden. Hij haalde architect Pei naar Nederland. “Zonder mij zou de ABN Amro nooit deze architect voor haar hoofdkantoor hebben gezocht”, zo troost hij zich achteraf.

Bogaardt: “Ik had een financier achter mij, anders had ik nooit zo'n groot project gekocht. De Finse bank Skop zou de aankoop en de ontwikkelingskosten financieren. In oktober van dat jaar werd Skop echter getroffen door de Scandinavische crisis en kon de bank zijn verplichtingen niet meer nakomen. Ik kon niet gaan procederen. Dat zou te lang duren.”

Door het wegvallen van Skop werd in het najaar van 1990 een aanslag gedaan op de zenuwen van Bogaardt. Uiteindelijk vond hij in november FGH bereid mee te doen, op voorwaarde dat er ook een bouwer zou participeren. “Ik had nog maar een maand. Eerst probeerde ik Dick Wessels van beursfonds Kondor Wessels, een van de grote bouwer-projectontwikkelaars. Wessels kwam echter in het ziekenhuis te liggen en dan gebeurt daar niets meer. Toen kwam ik uit op Ballast Nedam.”

Het project leek gered, maar in 1991 viel Amerika Koeweit binnen: geen belegger kocht nog vastgoed. Juno kon zijn projecten niet kwijt en had geen middelen meer. “De liquiditeitsspanning was verschrikkelijk. Elke week zat ik op de stoep bij FGH.” Ook Ballast Nedam haakte af. “Achteraf begreep ik het pas. Ballast Nedam had problemen met de moederschappij British Aerospace. Die wilde van Ballast af en dan moet je niet te veel langlopende projecten hebben.”

Bogaardt begon opnieuw met een zoektocht. Hij kwam uit bij de Amsterdamse bouwer Hillen & Roosen, een dochter van het Duitse Philip Holzmann. Daarmee was de eerste fase van 150 miljoen gulden gered, zo dacht Bogaardt. Maar in 1992 kreeg Juno problemen met de belastingdienst, die beslag liet leggen. “Dat is niet zo erg. In zo'n geval ga je aan tafel zitten met de belastingdienst en dan spreek je regeling af. Ik kon immers betalen na het opleveren van de eerste fase van het project.”

De beslaglegging had echter één nadeel. Voor het project moest hij nog een oude garage kopen op het terrein van het grote complex. “De gemeente stond pal achter mij en had de garagehouder gedreigd hem weg 'te bestemmen'. Hij wist dus dat het niet allemaal goud en platina was, maar hij nam de kans waar om de prijs op te drijven. Heel normaal trouwens, had ik ook gedaan.”

Eindelijk, op 15 april 1993 zou de eerste spade de grond in gaan. “Op 10 maart 1993 kwam er een fax van de moeder van bouwer Hillen en Roosen: Holzmann. Ze wilden alleen beginnen wanneer 30 procent was voorverhuurd. Toen brak er iets bij mij. Ik zou nooit in een maand huurders kunnen vinden. Natuurlijk ben ik nog naar Duitsland gevlogen om over de beslissing te praten, maar ach, de verhoudingen zijn daar anders. Je praat zo'n raad van bestuur niet even bij, je vraagt belet. Het project had bijna Duitse allure, zo vonden ze, maar aan de voorwaarden werd niet getornd”.

In april vorig jaar viel het het doek voor 'Juno 17 properties'. Gisteren gingen ook de andere vennootschappen van de drankgod ter ziele. Bogaardt had al zijn kaarten op het project gezet. De Franse vestiging was gesloten, zijn hotels waren afgestoten en een aantal kantorenpanden geveild.

“Ik ben vorig jaar nog wel zelf naar de veiling van het project gegaan, maar het was moeilijk. Je weet dat 99 van de 100 mensen in de zaal denken: kijk die Bogaardt eens keurig op zijn bek vallen. Het feit dat mijn vader een bekende burgemeester was en ik in Monocao woonde gaf bij sommigen een vooroordeel, maar het was toch vooral zakelijk leedvermaak. Ik zou als eerste nieuwe huurders uit de markt halen.”

Voor Bogaardt is de nasleep nog niet voorbij. “Het is mij niet gelukt de schuldeisers te betalen. Dat schept vijanden. Ik had een stichting onder leiding van oud ABP-directeur Bleijenberg gemaakt om de schuldeisers terug te betalen wanneer het project geld op zou leveren, maar dat heeft geen zin meer.” Hij hoopt nog op een terugkeer. “Je hebt een kruis voor je naam, maar er zijn mensen die mij waarderen. De Staatsloterij heeft mij nog geroemd. Zonder ons hadden ze in de Paleisstraat in Den Haag niet zo'n mooi kantoor gekregen. Er stond een afschuwelijk soort bunker dat ook nog een beschermd stadsgezicht was.”

Bogaardts trots was zijn kantoor Vila Nini, een van de mooiste woningen van Den Haag, die hij in vervallen toestand kocht van het verbond van loodgieters. Hij maakte er een sprookjesslot van. Nu fungeert het als woonhuis-kantoor van 'een gewone Haagse jongen': het blijkt te gaan om Privé-journalist Henk van der Meyden.