Europese telecommarkt moet sneller vrij worden

De Europese markt voor telecommunicatie wordt formeel in 1998 opengebroken. Call back-bedrijven profiteren al van nieuwe technologie en slaan gaatjes in de Nederlandse markt. De Europese telecombedrijven vrezen Amerikaanse in concurrentie geharde reuzen als MCI, AT&T en Sprint. De liberalisering moet sneller 'anders verliezen we al onze troefkaarten'.

Het hoofdkwartier van European Telecom Inc. zetelt in een paar slaapkamers van een doorsnee-woning in het Belgische Maasmechelen nabij de Nederlands-Limburgse grens. De onderneming heeft drie vaste employé's, een paar blaffende honden en een uitrusting ter waarde van een dikke ton. Niet echt schokkend voor een bedrijf met zo'n wervende naam.

Toch dicht de Amerikaanse employé-president-oprichter Michael Walton (46) zijn European Telecom een eervolle plaats toe in het historische proces van revolutionaire transformatie waarin Europa's telecommunicatiewereld thans is verwikkeld. Sterker nog: hij ziet zijn bedrijf als één van de nagels in de doodskisten van afbrokkelende monopolies als PTT Telecom en Belgacom. Door handig gebruik te maken van de lucratieve en legale sluiproutes van de internationale telecommunicatie en ingenieuze 'call back services' aan te bieden kaapt hij immers business van deze grote broers.

Daarbij worden internationale telefoneerders uit Nederland en België via enkele speciaal geprogrammeerde personal computers van European Telecom naar Amerikaanse discount-operators gedirigeerd. Die draaien voor hen elk gewenst nummer waar ook ter wereld, van Tokio tot Toronto of Tenerife. Maar dan tegen hun - veel lagere - tarieven, wat de 500-plus klanten van Mike Walton besparingen oplevert van 25 tot 50 procent. “Perfect”, bevestigt Kees Boot van Memisa, één van die klanten. “Voor een gesprek naar Kigali betalen we bij PTT Telecom 5,88 gulden per minuut en bij European Telecom 3,60 gulden. Wij bellen veel met de Derde Wereld en besparen zo gemiddeld 40 procent ofwel duizenden guldens per maand.”

Na anderhalf jaar werken vanuit Maasmechelen zet Waltons European Telecom nu zo'n twee ton per maand om, een bedrag waar de Nederlandse en Belgische PTT's niet wakker van liggen. Maar die omzet stijgt sterk en inmiddels richt al een dozijn call back-bedrijfjes als European Telecom zich op de Nederlandse markt.

Zwaarwegender is natuurlijk dat ook particuliere telecom-giganten als AT&T, MCI en Sprint zich vanuit de Verenigde Staten op de Europese markten storten om er te profiteren van het verloop van de monopolistische orde der staats-PTT's. Neem AT&T dat vorige maand besloot om buiten die bestaande PTT's om voor 650 miljoen gulden een eigen netwerk aan te leggen in elf Europese landen. Via dat netwerk laten tientallen grote Europese bedrijven, waaronder Philips, hun al geliberaliseerde interne communicatie - zowel nationaal als internationaal - regelen.

Dan is er U.S. West dat mobiele telefoonnetwerken aanlegt van de Russische Oeral tot de Engelse Midlands. Het meest actief zijn de Amerikanen in het Verenigd Koninkrijk waar British Telecom al tien jaar geleden werd geprivatiseerd door mevrouw Thatcher. De New Yorkse firma Nynex stak daar al 2,5 miljard dollar in kabelbedrijven en wil daar nog veel meer investeren.

Ook Michael Walton koestert grote verwachtingen. “De nu openbrekende Europese telecom-markten bieden zoveel kansen”, verzekert de besnorde Amerikaan. Tien jaar gelden had Walton nog geen flauw benul dat hij ooit vanuit een Belgisch grensplaatsje spraakmakende telecommunicatie zou bedrijven. Hij was toen nog huizenmakelaar in San Francisco die door extreem hoge rentestanden geen droog brood meer verdiende en met een resterend spaargeldje plus Britse vrouw Jane uitweek naar Amsterdam waar zijn broer woonde. “Om alles op een rijtje te zetten.”

“Wat me toen direct opviel waren de krankzinnige tariefverschillen tussen de telefoondiensten”, herinnert Mike Walton zich. “Een belletje Amsterdam-San Francisco was de helft duurder dan andersom. Daar moest een ongelofelijk goeie business in zitten. Waarom niet geprobeerd de dure lokale PTT te omzeilen? Als ik naar de VS wilde bellen, zou ik daar iemand een signaal moeten kunnen geven om mij terug te bellen tegen een veel goedkoper Amerikaans tarief.” De overgang van idee naar praktijk viel de niet-technicus Walton niet mee. “Ja zeker, ik las veel boeken, ik bezocht de PTT in Amsterdam en ik verbelde voor kapitalen naar Amerikaanse telecom-bedrijven. Maar die vroegen vaak duizenden dollars voor een echte tip.”

Zijn speurtocht kreeg pas structuur nadat hij zich verzekerd had van de hulp van Ruud Peske, een bevriende Maastrichtse programmeur van computer-spelletjes. Onder diens hoede bekwaamde Walton zich in de programmatuur en kwam hij tot een verrassende ontdekking. Om zijn telefonische call back-concept te realiseren had hij om te beginnen weinig meer nodig dan een half dozijn personal computers uit een doorsnee winkel plus wat speciale schakelingen. Maar zijn grootste uitdaging vormde de software, het schrijven van benodigde programma's. “Ik werkte me een ongeluk, zeven dagen per week en verhuisde ondertussen naar Maasmechelen waar huishuur en belastingen lager liggen”, vertelt Walton.

In 1991 keerde hij met zijn uiteindelijke ontwerp terug naar Californië waar hij met telecom-bedrijven sprak en twee gepensioneerde computertechneuten als risicodragende partners voor zijn European Telecom recruteerde. Die regelen nu de technische en commerciële besognes van het bedrijfje vanuit het Californische Walnut Creek. Eind '93 was het zover en ging European Telecom van start.

Michael Walton legt uit: “Stel je voor, je bent klant van ons, je pakt de telefoon en je draait het gewenste nummer. Een schakelbox, die door ons tussen je bedrijfscentrale en die van de PTT is geplaatst, onderschept het gedraaide nummer en bekijkt of die in aanmerking komt voor een voordeliger call back-optie. In dat geval wordt de call - afhankelijk van waar hij wordt gedaan - naar één van onze onbemande centrales geleid die staan opgesteld in Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen en Brussel. Een opgevoerde personal computer in zo'n kleine centrale houdt de call even vast en belt via een tweede lijn naar Walnut Creek. Daar hoort een andere p.c. van ons het bellen maar antwoordt niet om een aanslag van PTT Telecom of Belgacom te voorkomen. In plaats daarvan belt die computer onze Europese centrale terug en kiest daarbij de Amerikaanse maatschappij die op dat moment de laagste prijs biedt. Vervolgens herhaalt onze Europese centrale het nummer dat onze klant waar ook ter wereld wil bellen. Onze Walnut Creek-centrale in Californië draait dan dat nummer, ook weer via de goedkoopste Amerikaanse lijn.”

Deze wereldomspannende telecommunicatie voltrekt zich in luttele seconden en de klanten zijn volgens Walton verrukt. Zijn vertegenwoordiger in Nederland, de Amsterdammer Johan Blom, legt uit: “Ook na recente prijsverlagingen van de PTT's blijft intercontinentaal bellen bij ons veel goedkoper; naar de VS 30 procent, naar Zuid-Amerika 40 à 50 procent, Afrika 45 procent, Azië 25 à 45 procent en Alaska zelfs 72 procent.” En als de PTT onder druk van de concurrentie de prijzen verder verlaagt? Blom: “Dan zakken wij gewoon mee.”

PTT Telecom-woordvoerdster Mieke Plaschek kan zich er niet over opwinden. “Voor ons zijn het legale concurrenten die winst maken door hun diensten aan te bieden op niche-markten”, laat zij sportief weten. “Wij zijn voorstander van liberalisering, dus moeten we er mee leren leven. Bedrijfjes als European Telecom pakken nu nog maar een fractie van onze markt maar je weet nooit hoe dat kan groeien.”

De echte zorg van PTT Telecom en de overige Europese PTT's gaat veeleer naar de private, in concurrentie geharde en zeer efficiënt opererende telecommunicatie-giganten uit de VS, zoals AT&T, MCI, Sprint en anderen. Zij hebben nu alleen nog maar vrije toegang tot de twintig procent van de traditionele Europese PTT-markten die deels of geheel zijn geliberaliseerd - mobiele telefonie, dataverkeer en telecommunicatie binnen bedrijven. Maar van dat vijfde deel van de markt wisten de Amerikanen in enkele jaren al 34 procent te veroveren. De grote klapper komt echter pas in 1998. Dan wordt ook het niet-mobiele spraakverkeer, dat 80 procent van de 130 miljard dollar omvattende Europese telecom-markt uitmaakt, geliberaliseerd.

De staatsmonopolies probeerden die onplezierige realiteit zolang mogelijk op afstand te houden. En natuurlijk hadden zij veel tijd nodig om hun bureaucratieën te dynamiseren, hun netwerken en diensten te moderniseren, en bovenal te privatiseren en efficiënter te worden. Vorig jaar werden de telecomunicatie-ministers van de Europese Unie het na lang delibereren eens over 1998 als jaar van de totale liberalisering van de Europese telecommunicatie.

Sinds dit principiële besluit viel om de sluisdeuren van de vrije markt op termijn helemaal te openen, is de druk tot liberalisering en deregulering echter verder toegenomen. Funktionarissen van de Europese Unie (EU) en de Europese industrie doen nu hun best om '1998' vooruit te schuiven. Nog deze week zal een EU-werkgroep die sinds februari onder leider van EU-commissaris Bangemann studeert op de implicaties van de komende 'informatie-maatschappij', de EU-top op het Griekse Korfoe voorstellen de liberalisering van de Europese telecommunicatie te versnellen. Vanwaar deze haast?

Een voorname reden is de opkomst van de 'elektronische informatiesnelweg' die leidt naar de interactieve en naar verwachting uiterst lucratieve wereld van de multimedia. Europese beleidsmakers en industriëlen - zoals Jan Timmer van Philips die ook een vertegenwoordiger naar de werkgroep-Bangemann stuurde - vrezen dat zij op dit veelbelovende terrein onder de voet worden gelopen door Amerikaanse concurrenten als particuliere investeerders nog veel langer buitenspel worden gehouden door PTT-monopolies. “Er bestaat geen twijfel over dat wij op Korfoe zullen oproepen het proces te versnellen”, aldus Etienne Davignon, president van de Belgische Société Générale en lid van de werkgroep. “Er moet iets gebeuren en snel. Gebeurt er niets dan verliezen we al onze troefkaarten.”

Ook de stormachtige ontwikkeling op de al goeddeels gedereguleerde draadloze telefoonmarkt vormt een stimulans voor een versnelde deregulering van de hele Europese telecommunicatie. Na een aarzelend begin schoot de omzet op deze Europese markt het afgelopen jaar naar 5,8 miljard dollar en voor het jaar 2000 wordt op een verdere verdrievoudiging tot 16 miljard gerekend. Dat betekent twee dingen. Allereerst toont het aan dat deregulering loont en leidt tot sterke dynamiek. En verder gaat de spectaculaire groei van het gedereguleerde mobiele spraakverkeer goeddeels ten koste van het nog gereguleerde niet-mobiele spraakverkeer. “De draadloze revolutie kan als enige zorgen voor een snelle verschuiving van het zwaartepunt van de publieke naar de private telecommunicatie”, oordeelt Alain Vallée, strateeg van het Franse ministerie van post en telecommunicatie.

De pressie tot deregulering en privatisering wordt verder versterkt doordat de Europese PTT's uit puur lijfsbehoud de ene na de andere alliantie moeten aangaan. Niet alleen met elkaar maar vooral ook met hun Amerikaanse concurrenten. Hoewel British Telecom al tien jaar geleden privatiseerde, kreeg het pas vorige week - na een wachttijd van een jaar - toestemming van Washington om voor 4,3 miljard dollar een 20 procents-aandeel te nemen in Amerika's tweede internationale operator MCI. Te verwachten is dat een soortgelijk voornemen van het duo Deutsche Telekom en France Télécom om voor 4,2 miljard eenzelfde aandeel te nemen in Amerika's derde internationale operator Sprint, op meer verzet zal stuiten bij het Amerikaanse autoriteiten. De Franse en Duitse Europese bedrijven zijn immers nog staatsmonopolies. Willen zij Sprint verschalken, dan zullen zij hun eigen privatisering vrijwel zeker moeten versnellen. “Als iemand een reden zoekt om versneld te liberaliseren, dan is dit een hele goeie”, aldus een manager van Deutsche Telekom.

Wat mag, tot slot, Michael Walton van European Telecom te Maasmechelen van al deze stormachtige ontwikkelingen en grootschalige pogingen tot efficiency-verbetering verwachten? Zullen zijn nu nog leuke marges op die alleraardigste niche-markt van de call back service weldra versmelten als ijsco's voor de zon? De prille Amerikaanse ondernemer acht dat niet onmogelijk maar behoudt niettemin goede moed. “Stel de telefoontarieven in de wereld groeien sterk naar elkaar toe en er valt aan de gewone call back service niet meer te verdienen, dan kan ik altijd nog de lijncapaciteit comprimeren. Door zo'n lijn kan ik dan acht telefoongesprekken verstouwen tegen de PTT maar één. Dat levert geen kwaliteit van 100 procent op en je hoort een lichte manipulatie. Maar het eindresultaat blijft heel aanvaardbaar en de prijs zeer billijk.” De enthousiaste Walton: “Nergens zijn zoveel winstkansen. Iedereen kan het. Waar je ook een visje uitwerpt, overal heb je beet.”