Europese functie pas sinds Delors politieke topbaan

DEN HAAG, 23 JUNI. Politieke zwaargewichten hebben voor het voorzitterschap van de Europese Commissie nooit in de rij gestaan. Maar voor de opvolging van Delors worden gevestigde reputaties op het spel gezet. Kandidaat Dehaene heeft er zelfs zijn premierschap van België voor over. Het voorzitterschap van de Europese Commissie is in tien jaar van een betrekkelijk machteloze administratieve post tot politieke topfunctie geworden.

“Mijn benoeming werd destijds afgedaan met drie berichtjes in de grote Franse kranten”, zei Monsieur le Président, Jacques Delors, deze week. “Maar over mijn opvolging heb ik alleen vandaag al 89 artikelen gelezen.” De voorzitter was vanouds een veredelde topambtenaar die voorstellen naar de Raad van Ministers stuurde, maar noodgedwongen boog voor de hogere belangen van de lidstaten.

Maria Malfatti, aan het roer van de Commissie van 1970 tot 1972 of de Nederlander Sicco Mansholt - voormalig minister van landbouw - die van 1972 tot 1973 negen maanden het heft in handen had, hebben met het ambt geen wereldgeschiedenis gemaakt. Evenmin als de Brit Roy Jenkins die van 1977 tot 1981 voorzitter was en de Luxemburger Gaston Thorn die daarop tot 1985 een bijzonder machteloze voorzitter bleek.

De functie waar de Nederlandse demissionair premier Ruud Lubbers en zijn Belgische collega Jean-Luc Dehaene om strijden was een lege huls tot 1985, toen de Franse ex-minister van financiën onder president Mitterrand, Jacques Delors, de onbetwistbare Monsieur le Président in Brussel werd. “Delors is een eigen factor”, meent staatssecretaris Piet Dankert (Europese zaken). “Hij heeft een stempel gedrukt op Europa en grotendeels de politieke agenda bepaald”.

Delors gaf het voorzitterschap inhoud. In 1984 was ook voormalig Europees commissaris Frans Andriessen voor Nederland kandidaat voor het voorzitterschap, maar het werd Delors. “Dat was helemaal geen teleurstelling. Toen ik hoorde dat Delors het werd ben ik opgewekt naar hem toegegaan om mij van een goede portefeuille te verzekeren”, zegt Andriessen.

Delors begon in 1985 net als zijn voorgangers als 'eerste onder zijn gelijken'. Hij had geen bijzondere macht, maar trok die in de loop der jaren naar zich toe. “Delors heeft van de functie gemaakt wat deze nu is”, zegt Charles Grant, de journalist van het Britse weekblad The Economist die onlangs het boek Delors; Inside the house that Jack built schreef. “Hij kon als voorzitter de agenda bepalen, maar die functie heeft hij gaandeweg uitgebreid.”

Delors werd de architect van de interne markt, de monetaire unie, de uitbreiding van fondsen voor de armere lidstaten en het plan voor Europese infrastructuurprojecten. Hij werd in tien jaar het 'gezicht van Europa', een kleine man met een sterke wil. Hij vormde de Commissie om tot een machine die zijn visie in beleid kon omzetten. “Hij zette vrienden op sleutelposities, omzeilde de commissarissen die hij incompetent vond en stelde een kabinetschef aan in de persoon van Pascal Lamy door wie hij de Commissie met een ijzeren vuist liet regeren”, zegt Grant.

Pag.5: Van uitvoerder tot spelbepaler

Delors had wel het tij mee. Stagneerde de Europese Gemeenschap onder Thorn in een Eurosclerose, onder Delors begon de Euro-euforie over de interne markt van 1992. “Je moet een haalbaar doel definiëren en daar naartoe werken”, zei hij kort na zijn aantreden. “Ik bouw aan het Europa van het mogelijke.”

Volgens L.J. Brinkhorst, voormalig staatssecretaris voor Europese zaken die als topambtenaar bij de Europese Commissie werkte en tot Europarlementariër is verkozen, lijkt de voorzittersfunctie op die van een premier. “Het is kortzichtig om te zeggen dat het niet uitmaakt wie er komt te zitten”. Delors heeft het initiatiefrecht van de Commissie altijd gebruikt om de Gemeenschap te sturen. Als Président de la Commission werd hij een “constante factor” in een Gemeenschap waarvan het voorzitterschap elk half jaar wisselt.

Hij is aanwezig op de Europese Top, het halfjaarlijkse overleg van regeringsleiders en de Franse president, waarvan het laatste decennium het politiek gewicht en frequentie is toegenomen. Brinkhorst: “Het voorzitterschap is niet zo maar een baan. Je moet visie hebben, een sterke persoonlijkheid.”

Binnen de Commissie woedt vaak een bittere competentiestrijd tussen commissarissen maar de voorzitter staat daar boven. Andriessen: “Delors plaatste de commissarissen wel eens voor voldongen feiten. Het kwam er op aan hem te laten weten wie je was. Als je hem niet duidelijk zei wat je wilde, wist hij wel wat er gedaan moest worden.”

Volgens Brinkhorst heeft Delors de Commissie te veel gecentraliseerd naar Frans model. Delors bestuurde met zijn 'superkabinet' de kabinetten in de Commissie die door de Europese Commissarissen zelf worden aangesteld. De opvolger van Delors moet volgens Brinkhorst over een sterke Hausmacht beschikken om een zelfde greep op de kabinetten - koninkrijkjes op zich - te hebben. “Zonder die macht wordt hij in de Commissie gebroken.”

Onder Delors is de voorzittersrol veranderd van uitvoerder in spelbepaler. Daarom is het volgens een hoge ambtenaar bij de Commissie van belang wie hem opvolgt. “Een Nederlander zal vanuit zijn natuur meer voor een liberaal handelsbeleid zijn en meer aandacht besteden aan het milieubeleid of het sociale beleid.”

Maar oud-voorzitter Sicco Mansholt vindt dat het belang van een Nederlander op de stoel van Delors wordt overdreven. “Het voorzitterschap geeft ons land mischien status, maar belangrijker is de kwaliteit van de voorzitter.” Hij vindt dat de nationaliteit zelfs tegen een voorzitter kan werken. “Een goede voorzitter is waar het zijn optreden voor het eigen land betreft, geremd.”

Delors verschafte zich naast de twaalf regeringsleiders van de lidstaten een volwaardige dertiende plaats. De opvolger van Monsieur le Président moet in de hoofdsteden voor vol worden aangezien, anders is hij machteloos. Lubbers maakt in zijn campagne reeds een onderscheid in 'types': architect Lubbers versus uitvoerder Dehaene. Volgens Brinkhorst moet de architectonische functie van de voorzitter niet worden overschat. “Hij moet ook dienaar zijn van de lidstaten. Hij moet rekening houden met de nationale belangen”.

Grant meent dat Delors handig laveerde tussen de twaalf lidstaten en een groot “vriendschapsnetwerk” opbouwde. De Italiaanse premier Andreotti, de Spaanse premier González en premier Lubbers behoorden daartoe. Maar beslissend voor zijn succes was zijn vriendschap met kanselier Kohl die in de strijd om het voorzitterschap Dehaene boven Lubbers verkiest. “Kohl was de drijvende kracht achter Delors”, meent Grant. Frankrijk en Duitsland zien in Dehaene de ideale voortzetting van de verbinding tussen de as Bonn-Parijs en de Commissie. Lubbers vindt dat de Commissievoorzitter daarentegen een “zelfstandige rol” moet spelen en niet tè veel aan de leiband van de as moet lopen.

De verbinding van de as Bonn-Parijs met de Commissie was de vroegere premier Thatcher een doorn in het oog. Met Delors hadden de Europese regeringsleiders er tijdens de Europese Raden een “belangrijke speler” bijgekregen, zo stelt zij tot haar misnoegen vast in haar memoires. Voor Thatcher was Euro-demagoog Delors de belichaming van de nieuwe richting die de Europese Gemeenschap was ingeslagen: het “Frans-Duitse blok met de eigen agenda”. Delors leverde de “filosofische rechtvaardiging” voor dat wat Thatcher zag als een “Europees centralisme”. De Commissie bestond volgens de Britse Eurosceptici vooral uit unelected fat cats of Europe.

Volgens Andriessen start de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie onder een minder gunstig gesternte dan Delors in 1985. De Raad van Ministers, waarin de twaalf lidstaten het voor het zeggen hebben, wint aan belang. De Commissie moet van diverse lidstaten nu een toontje lager zingen. “Delors begon in een tijd dat de Commissie kon groeien. Nu is er een tendens de Commissie klein te houden.”