Elektronische spookredacties

“Sex, zoals we dat nu kennen, bestaat hooguit nog zeventig jaar”, citeerde Het Parool afgelopen zaterdag de Amerikaanse science-fiction schrijver C. Clark. Volgens Clark maakt computergestuurde Cybersex lichamelijk contact tijdens het vrijen overbodig. Deze voorspelling vertoont een navrante parallel met hetgeen literaire tijdschriften overkomt als een plan van Hugo Brandt Corstius uitgevoerd zou worden.

Onlangs organiseerde het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds een themadag over literaire tijdschriften. Brandt Corstius hield een rede die hij in twee afleveringen onder zijn pseudoniem Battus in de Volkskrant publiceerde. Hij doet het voorstel om de subsidie die het Produktiefonds nu aan uitgevers van literaire tijdschriften geeft, voortaan aan te wenden om de overhead van een Literair Netwerk te bekostigen. De tijdschriften in hun huidige vorm worden opgedoekt. De papierloze redacties krijgen een eigen televisiekanaal, geweigerde bijdragen verschijnen op een apart kanaal. Schrijvers bezitten een computer en een telefoon. Lezers hebben een telefoon en een televisie, schrijft Battus. Ze hoeven er nog maar één apparaat bij te kopen, een modem of een printer. De lezers kijken wat Maatstaf of De Revisor op het kanaal aanbieden en maken hun keuze, desgewenst kan een naar eigen inzicht samengesteld ideaal nummer geprint worden. Dit “gewaagd, revolutionair maar toch succesvol” plan zal zeker een keer uitgevoerd worden. Het is alleen de vraag hoeveel jaar dat nog zal duren, zo sloot Battus zijn lezing af.

Die vraag hoeven we ons niet te stellen want een interactief elektronisch systeem bestaat immers al. Met behulp van het computernetwerk Lexis Nexis kunnen een paar duizend kranten en tijdschriften op het beeldscherm gelezen worden. Je leest in Lexis Nexis bijna gelijktijdig met de verschijning van de papieren versie wat in Trouw of NRC Handelsblad staat. Met behulp van Lexis Nexis kan in een handomdraai opgevraagd worden wat The Washington Post, Der Standard, De Dordtenaar en het Mexico Business Monthly over een bepaald onderwerp gepubliceerd hebben. Daarom is Lexis Nexis nuttig en succesvol, niet ter vervanging van de aangesloten bladen maar als archief.

Wanneer Literair Netwerk opgezet zou worden om gemakkelijk in oude tijdschriften te kunnen lezen, kunnen onderzoekers daar hun voordeel mee doen. Het is daarentegen fnuikend voor de literatuur als er een elektronisch netwerk komt ter vervanging van de nu bestaande tijdschriften. En wel precies wegens de argumenten die Battus gebruikt om zijn voorstel aan te prijzen. “Atlas hoeft niet meer te wachten tot ze zes reisverhalen bij elkaar hebben”, schrijft hij. Als een verhaal ter redactie de moeite waard wordt gevonden, kan het meteen op het net gezet. Een gevolg van Literair Netwerk zal zijn dat een tijdschrift niet meer gehinderd wordt door een minimale en maximale omvang. De digitale mogelijkheden zijn tenslotte onbeperkt.

In het meest recente nummer van De Gids schreef Ben Knapen, hoofdredacteur van NRC Handelsblad, een artikel over de taak van een quality paper. De redactie van een krant dient een filter te zijn “dat alle feiten, opinies, inzichten en uitzichten van een dag door het redactielokaal laat lopen waardoor zij uiteindelijk tot een compositie komt die volgens het gezelschap adequaat en interessant is.” De krant is een gesloten systeem, schrijft Knapen, en de krant bepaalt wat de lezer zal lezen. Deze opmerkingen zijn onverkort van toepassing op het literaire tijdschrift. Toch kiest Battus voor een open systeem, een never ending simultaan opgevoerde live show waaruit de kijklezers zelf een keuze moeten maken. Hij lijkt te geloven dat het aanbieden van ongeselecteerde informatie de lezers prikkelt een eigen ordening aan te brengen. Maar ze zullen dat niet doen. Want informatieverbetering is niet identiek aan het doen toenemen van de technische mogelijkheden om informatie over te dragen. Deze stelling wordt overtuigend geïllustreerd door de talloze regionale en lokale omroepen waar nu gepresenteerd wordt wat we voorheen alleen in het buurthuis of bij de dorpspomp hoorden. Tot voor een jaar geleden was het onvoorstelbaar dat computers een roman konden schrijven, nu weten we dat dat wel degelijk mogelijk is, maar die democratisering van technisch vernuft heeft nog niet tot een literair meesterwerk geleid.

De papieren literaire tijdschriften ontlenen hun belang aan het selectievermogen van de redacties, maar ook aan het ritme van hun verschijning. Ze heten niet voor niets tijdschriften. Vier, zes of tien keer per jaar komt het tijdschrift uit en de abonnees nemen evenzoveel keren de moeite weer eens een keuze uit die selectie te maken. Want er is niemand die een tijdschrift van kaft tot kaft leest. Het resultaat van dit schiften is de literaire actualiteit waarin reputaties van schrijvers gemaakt of gebroken worden. Als literaire tijdschriften zichzelf elektronisch en non stop aanbieden, valt dit ritme - en daarmee het schiften - weg. De interactieve literatuurkanalen zullen essays, gedichten en verhalen doen opgaan in een anonieme amorfe informatiestroop. Alleen de herinnering aan het oude Maatstaf en het oude Tirade zal een enkeling naar het televisiekanaal met die naam lokken. Er is geen vorig en geen volgend nummer, geen enkel tijdstip is nog geschikt een balans op te maken. Zelfs het nut om aangeboden teksten te lezen is vervallen want tijdschriften worden geconsumeerd om de literaire actualiteit te creëren of te volgen. Maar dan moet er wel een gezelschap van lezers zijn dat diezelfde teksten op ongeveer hetzelfde tijdstip leest want anders komt het nooit tot een discours waaruit blijkt hoe de literaire actualiteit eruit ziet.

De Literair Netwerk-auteurs dienen een eenmalige vergoeding voor hun arbeid te krijgen want het reprorecht in het nieuwe systeem is oneindig, zo luidde een in de gedrukte versie gesneuveldeopmerking van Battus. Ik voorzie dat dit recht door spookredacties gebruikt gaat worden om uit het ruime aanbod dat zich op de elektronische snelweg aandient, een eigenzinnig blad op handgeschept papier samen te stellen. Dat wel. Maar het is een schrale troost je hoop te moeten vestigen op spookrijders.