De Fransen in Rwanda

DE VEILIGHEIDSRAAD van de Verenigde Naties heeft vannacht Frankrijk uit zijn isolement verlost. Franse strijdkrachten mogen in Rwanda de tijd die nodig is om een vredesleger van de VN op poten te zetten, overbruggen. Zij zullen niet onder het rechtstreekse bevel van de volkerenorganisatie staan, maar zij zijn wel gebonden aan een streng mandaat. Zo zal van enige interventie ten gunste van een van de strijdende partijen geen sprake mogen zijn.

Het is niet de eerste keer dat de Fransen het spits afbijten - Sarajevo komt in de herinnering. Maar de omstandigheden zijn geheel anders. Frankrijk heeft in Rwanda de afgelopen jaren steeds meer de rol op zich genomen die het in zijn voormalige koloniën in zwart Afrika speelt, namelijk die van beschermer en hulpverlener. De keerzijde van de medaille is dat de Franse steun doorgaans ten goede is gekomen aan gevestigde belangen in de betrokken landen en in Frankrijk zelf. En in Rwanda was dat het Hutu-regime. Vandaar dat het Rwandese rebellenleger de Fransen en consorten de oorlog heeft verklaard. Niet bepaald een goed omen.

FRANKRIJKS EUROPESE partners bevinden zich nu in een moeilijke positie. Enerzijds laten zij de Fransen graag hun speciale positie in Afrika - iets waar Parijs in het verleden bovendien altijd prat op is gegaan. Aan de andere kant tilt het nu verleende VN-keurmerk de Franse operatie uit boven puur particularisme. Frankrijks vrienden proberen intussen met de beschikbaarstelling van wat transportmiddelen hier en een veldhospitaal daar het eigen gezicht te redden. Maar als straks de Franse interventie misschien toch voor tienduizenden vluchtelingen het verschil tussen leven en dood betekent, hebben zij een probleem. Dan zal Frankrijk namelijk het enige Europese land zijn dat in het hartje van Afrika de standaard van de civilisatie hoog heeft gehouden.