Bovenaan de kennisladder heb je niets aan de praktijk

De Adviesraad voor het Onderwijs beveelt in zijn vorige week verschenen rapport een drastische heroriëntatie van het onderwijs aan. Er moet meer in de praktijk, en minder op de universiteit worden geleerd. Kosmoloog Vincent Icke ziet niets in die plannen. De universiteit moet juist theoretisch blijven.

Tien kilometer boven de Atlantische Oceaan ben ik zielsgelukkig dat er mensen zijn die uitblinken in praktische zaken. Het is een mirakel dat ik hier rustig een boekje kan lezen, en mijn veilige landing op Schiphol is een doorslaggevend argument voor het belang van leren in de praktijk.

Maar dat is geen reden om in te grijpen in het universitaire onderzoek en onderwijs. Die gaan namelijk aan de praktijk vooraf, en mogen er dus nooit door vervangen worden, zoals de ARO blijkbaar heeft voorgesteld. De inhoud van het rapport werd globaal weergegeven in een instemmend artikel op de opiniepagina van NRC Handelsblad van 16 juni.

Praktijk! Ik zou mijn studenten kunnen aanraden zich net zo lang van de trappen van het Huygens Laboratorium te laten donderen tot zij de Algemene Relativiteitstheorie, die de zwaartekracht beschrijft, hebben doorgrond. Als het zo niet lukt, dan maar van het dak af. Elf hoog, dat dunt beter uit dan de propaedeuse.

Met 'praktijk' hebben universiteiten weinig van doen. Universitair werk is hoogst abstract, juist door het geavanceerde karakter ervan. Dat geldt voor het onderzoek van een jurist of een classicus zo goed als voor een theoretisch fysicus: wat is de praktijk van een Europese Grondwet? Van een dode taal? Van een quark?

Het is de paradox van de universiteit: aan het bovenste einde van de kennisladder weten wij, per definitie, nagenoeg niets. Waar wij in uitblinken is omgaan met het onbekende. Daarom is de universiteit zo theoretisch. Niks praktijk, niks regels uitvoeren, niet de algebra der ontdekking toepassen vanachter je bureau. Als het eens zo makkelijk was. Dan schrijf ik er een programma voor, start de computer, en ga een boekje lezen tot de Nobelprijzen binnen komen rollen.

Het feit dat je, vanaf de top van de kennisladder, linea recta het onbekende in tuimelt betekent dat geleerden van nature extremisten zijn die geenszins op de praktijk zijn gericht: medici die willen weten welke neuronen in uw hoofd in actie komen bij het zien van de lettercombinatie n-e-u-k-e-n, en een enkele malloot zoals ik die wil weten hoe de Zon is ontstaan, en waarom de ruimte niets weegt.

Het is dan ook niet de taak van de topladderbeklimmers om “...de concurrentiekracht van de economie te herstellen”. Dat is nu juist de rol van 'de praktijk', en daarop liggen wij talloze jaren voor. Als we die voorsprong van kennis op toepassing lieten verdwijnen zou de universiteit geen knip voor de neus meer waard zijn. Wij gaan dan ook nimmer uit van 'een arbeidsmarktconceptie' en niemand 'leidt daar vervolgens het leerprogramma van af'.

Wel moet je het tot dusver geweven tapijt leren kennen, en handvaardig omgaan met de bestaande kennis en ervaring. Dat doen we in de eerste vier semesters. En hoe dichter bij de top van die wankele kennisladder, hoe meer je de helpende hand nodig hebt van iemand die veel meer weet dan jij. Studenten kunnen elkaar van alles leren, maar niet wat er werkelijk op die hoogte omgaat. Vaak weten wij dat zelf ook maar nauwelijks. Toch ontstaat er uit die creatieve chaos op den duur een herkenbaar beeld, ongeveer zoals je het patroon op een weefgetouw pas herkent een aantal decimeters voorbij het stuk waar de spoel heen en weer schiet. Een geleerde is een ontdekker die reist door een land bevolkt met wezens die gevaarlijker zijn dan kannibalen; immers, een kannibaal is ook een mens, en dus voor rede vatbaar. Maar dat kun je van een quark niet zeggen. Het interesseert de natuur niets wat je moet verduren in je worsteling met de quantum-gravitatie.

Onze studenten moeten met te weinig tijd, te weinig geld, te weinig waarnemingen, te weinig theorie, en te weinig briljante docenten en onderzoekbegeleiders toch bijtijds een behoorlijk produkt afleveren. Mensen die dat kunnen zijn voor de duvel en z'n moer niet bang. Dàt zijn onze jongens en meisjes van Jan de Witt.

Het gaat niet om schaaf en beitel, maar om het bedenken van nieuw gereedschap. Nee, sterker nog, het gaat om het bedenken van hele nieuwe constructies, en daarna pas - en daarmee samengaand - het uitvinden van nieuw gereedschap. En juist dat maakt studenten maatschappelijk zo bruikbaar en inzetbaar. Dit extremisme kunnen doorstaan, ja zelfs je er prettig bij voelen, is nodig in een maatschappij die razendsnel verandert. Hoe minder praktisch je bent, hoe minder snel je kennis veroudert. Het gaat immers om het vertrouwd zijn met een methode, niet om het kennen van feitjes of de toepassingen daarvan.

Het oplepelen van bestaande kennis zou vanaf het vijfde semester steeds minder aan de orde moeten zijn. Wie dat niet aankan moet geen vaagheden als 'spontane leerprocessen' of 'speuren naar kennis en ervaring in netwerken' voorstellen; tenzij men met 'netwerk' de boekenrekken van de universiteitsbibliotheek bedoelt, maar ik vrees van niet. Er wordt ons door de ARO kennelijk verweten dat wij (speciaal de bèta's onder ons) mensen selecteren zoals wijzelf. Wat anders? Stel je voor dat men in het nationale elftal mensen zoals ik zou opstellen in plaats van Rijkaard of Koeman! If you can't stand the heat, get out of the kitchen.

Dat is precies het tegendeel van infantilisering. Een 'geconditioneerde, risicoloze omgeving'? Wie een universitaire studie risicoloos noemt, heeft nog nooit een serieus tentamen gedaan. Wie een betrekking als docent risicoloos noemt, heeft nog nooit oog in oog gestaan met vijftig hoogbegaafde breintijgers.

Nederland is een paradijs. Althans voor architecten die het woord 'streng' als de hoogste lof beschouwen, voor spellingshervormers, en voor groengroepen die een stier willen slachten wegens het bezit van een handvol extra nucleotiden. En nu komt dan de ARO dat paradijs verder bevolken. Dat de universiteiten de student zouden infantiliseren bestrijd ik; dat de ARO probeert de docent te infantiliseren staat vast.