Artsenorganisatie: wetgeving euthanasie wellicht anders

DEN HAAG, 23 JUNI. De wetgeving inzake euthanasie en hulp bij zelfdoding moet de komende kabinetsperiode opnieuw aan de orde worden gesteld. Dat zegt dr. R.J.M. Dillmann van de artsenorganisatie KNMG. Volgens de KNMG geeft het arrest van de Hoge Raad in de zaak van de Haarlemse psychiater B.E. Chabot reden tot een “heroverweging van de huidige wetgeving”.

Ook moet het arrest, waarin het rechtscollege eergisteren onder meer bepaalde dat hulp bij zelfdoding van psychiatrische patiënten onder voorwaarden is toegestaan, consequenties hebben voor het vervolgingsbeleid van het openbaar ministerie. Op dit moment lopen er tegen twaalf artsen gerechtelijke onderzoeken wegens hulp bij zelfdoding van patiënten die niet in de stervensfase verkeerden. Uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak-Chabot blijkt dat die stervensfase op zichzelf geen criterium is voor het al dan niet ongestraft laten van euthanasie of hulp bij zelfdoding.

“Veel artsen verkeren door het vervolgingsbeleid van het OM nog steeds in grote onzekerheid”, aldus Dillmann. “Daardoor bestaat bij veel van hen grote weerstand om gevallen van euthanasie te melden.” Nu er door gerechtelijke uitspraken meer duidelijkheid komt over de grenzen van de toelating van euthanasie zou de wetgever deze grenzen moeten vastleggen, vindt de KNMG.

Meer openheid, een principiële regelgeving en een “laagdrempeliger” toetsingssysteem voor gemelde gevallen van euthanasie zou volgens Dillmann het aantal meldingen door artsen verhogen. De KNMG wil onderzoek gaan doen naar de redenen die artsen aanvoeren voor het verzwijgen van gevallen van euthanasieof hulp bij zelfdoding. Een nieuw toetsingssysteem zou niet meer een puur justitiële aangelegenheid moeten zijn, vindt Dillmann.

Op dit moment zijn artsen verplicht een meldingsformulier in te vullen waarop vragen staan over de omstandigheden waaronder de arts heeft voldaan aan het verzoek van de patiënt. Naar aanleiding van dat formulier beoordeelt het openbaar ministerie of tot vervolging moet worden overgegaan. Omdat in de wetgeving lang niet alle gevallen zijn vastgelegd worden nog steeds individuele euthanasiezaken aan de rechter voorgelegd. Aan die “instabiele” situatie - euthanasie is volgens de wet strafbaar - moet snel een einde komen om de zorgvuldigheid van de euthanasiepraktijk in Nederland te vergroten, vindt de KNMG die zich beraadt over een alternatief voor de toetsing van euthanasiemeldingen.