Actie ontmoet steeds meer kritiek in Frankrijk

PARIJS, 23 JUNI. Frankrijk begint vol goede moed aan een strikte humanitaire operatie in Rwanda. Dankzij de steun van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de per saldo belangrijke ondersteuning van onder andere de Verenigde Staten. Dat heeft minister Juppé (buitenlandse zaken) vanmiddag verklaard.

Juppé heeft gisteren in Parijs een belangrijke leider van de RPF, Jacques Bihozagara, ontvangen. Zonder de actie te steunen zou deze zich na drie uur praten op het ministerie positief over het plan hebben uitgelaten. Bihozagara zei vanmiddag dat hij Frankrijk nog steeds wantrouwt. Naar zijn overtuiging hebben sommige adviseurs president Mitterrand belet zich een helder beeld te vormen van de werkelijkheid in Rwanda.

Steeds luidere kritiek op de Franse Opération Turquoise begint overigens te klinken in eigen land. Die richt zich op Frankrijks medeplichtigheid aan het moordzuchtige regime in Rwanda en het feit dat Frankrijk er alleen voor staat. Ook al lijkt de reikwijdte van de actie de laatste dagen aanzienlijk te zijn beperkt.

De woordvoerder van de Franse regering, minister Sarkozy, heeft verklaard dat er over de Rwanda-actie geen verschil van mening bestaat binnen de regering. Minister-president Balladur heeft in het Franse parlement verklaard dat wachten niet langer verantwoord was, maar hij heeft opnieuw grenzen gesteld aan de operatie.

De Franse troepen blijven tot uiterlijk eind juli in actie, in de verwachting dat daarna een Afrikaans VN-contingent de vredestichtende taak in Rwanda kan overnemen. Minister van defensie Léotard heeft ook de nadruk gelegd op het humanitaire karakter van de Franse interventie. De 2.500 man die worden ingezet in het Zaïrees-Rwandese grensgebied zullen hun basis in Zaïre hebben en ieder vuurcontact met het Rwandees Patriottisch Front vermijden.

In de Franse politiek bestaat steun gemengd met groot ongemak ten aanzien van het solo-optreden in Rwanda. Oud-president Giscard d'Estaing is de enige vooraanstaande politicus die heeft verklaard dat samenwerking met andere Europese en Afrikaanse landen een absolute voorwaarde is. Premier Balladur stelde die voorwaarde dinsdag en woensdag ook, maar lijkt er niet aan te kunnen of willen vasthouden.

Anderszins hebben de 'vijf voorwaarden' die hij deze week heeft gesteld de reikwijdte van de operatie wel sterk beperkt. Over een grootscheepse invasie wordt niet meer gesproken. Minister Léotard zei vanmorgen: “Ieder kinderleven dat wij redden maakt dat de operatie de moeite waard is geweest.”

De Franse regering heeft volgens Juppé alle mogelijke voorzorgen genomen om te waarborgen dat gecontroleerde risico's worden genomen. “Maar zijn er niet soms momenten waarop de eer en de meest elementaire overwegingen van moraal je gebieden om bepaalde risico's te nemen?”

Zowel gespecialiseerde kenners van de Franse Afrika-politiek als intellectuelen die algemeen betrokken zijn bij het Franse beleid in de wereld laken steeds openlijker de 'hypocrisie' in de Franse operatie. Kenners kunnen niet verklaren waarom Frankrijk, dat geen economische of politieke verplichtingen heeft, en zo lang het regime heeft gesteund nu opeens moet ingrijpen. Intellectuelen, zoals André Glucksmann en Bernard-Henry Lévy, werken aan een Europees comité van waakzaamheid 'Bosnië, Rwanda, Algerije..'.

Humanitaire groepen zoals Médécins du Monde en Pharmaciens sans Frontières, die zich aanvankelijk zeer negatief uitlieten over het plan - wegens Frankrijks betrokkenheid en de weerstand van de rebellen die tweederde van het land in handen hebben - hellen nu over naar aanvaarding van het humanitaire nut van een actie die puur gericht is op het beschermen van bedreigde bevolkingsgroepen. Zij en veel politici van de regeringsmeerderheid oefenen zware kritiek uit op wat zij noemen “de schandelijke stilte” van de rest van de wereld.