Zoveel veelzijdigheid kan Nederlandse filmcultuur nauwelijks dragen; De klas van Ian Kerkhof kent nog meer talent

Eindexamenfilms Nederlandse Film- en Televisieacademie. Amsterdam, De Meervaart, wo 20u; do 9.30-23u; vr 9.30-19u.

Hoewel er steeds meer aandacht komt voor het eindexamenwerk van de andere Nederlandse filmopleidingen, blijft de Nederlandse Film en Televisieacademie in Amsterdam verreweg de belangrijkste. Deze week kan ook het publiek kennis maken met de in vier blokken vertoonde negentien films en tien videoprodukties, in lengte varierend tussen elf minuten en drie kwartier, waarmee dertig regisseurs en bijna evenveel cameralieden, geluidsmensen, cutters, producenten en scenarioschrijvers hun diploma halen.

De lichting '94 zal wel de geschiedenis ingaan als 'de klas van Ian Kerkhof'. De al ruimschoots bekende Gouden-Kalf-winnaar studeert af met een werkstuk zijn reputatie waardig. The Dead Man 2: Return of the Dead Man verwerkt door Georges Bataille aangedragen thema's tot een film als een vuistslag: overrompelende cinema met een overdonderende geluidsband, verbluffend licht en een paar door hun onverdraaglijkheid fascinerende scenes.

Wie nu dacht dat ook Kerkhofs jaargenoten zich zouden richten op de geneugten van plas-, braak- en wastunnelsex, vergist zich deerlijk. De eindexamenfilms vertonen een ongekende varieteit en een hoge gemiddelde kwaliteit. De vaak gehoorde kritiek dat studenten in dit stadium van hun ontwikkeling wel kunnen decouperen, maar nog zo weinig interessants te vertellen hebben, is dit jaar niet aan de orde. Deels werd het mogelijke probleem ondervangen door de bereidheid bestaand materiaal tot een scenario te bewerken. Een mooi voorbeeld is de met hulp van IKON-tv tot stand gekomen korte serie 'single plays' onder het motto Achter de einder, alle gebaseerd op korte verhalen - van Rene Stoute, Carl Friedman en Maria Stahlie - met als gemeenschappelijk kenmerk een confrontatie met het verlden. Twee van de drie, geregisseerd door Pim van Hoeve en Annet Tennekes, kunnen de toets der televisiekritiek ruimschoots doorstaan, de derde lijdt aan scenarioproblemen die je de regie moeilijk verwijten kunt.

Dorothee Keverkamp, die zich wil specialiseren in jeugdfilms, bewerkte netjes en effectief een kinderverhaal van Trude de Jong (Zwembad); Rinze Schuurman en Wineke Smid lieten Hermine Landvreugd een scenario schrijven (Engel), dat precies het soort quasi-provocerende film oplevert dat haar proza zou doen verwachten; Marco Mulder liet zich in zijn documentaire Titi meeslepen door de literaire schijngestalten van Titi Zaadnoordijk; en nadat haar oorspronkelijke plan onuitvoerbaar bleek, nam Rabia Bouchiba haar toevlucht tot een nieuwe verfilming van het scenario van Kieslowski's Dekalog 4, onder de raadselachtige titel Jamming Station.

Een tegengestelde trend, die minstens zo bevredigend blijkt, is de neiging van veel beginnende regisseurs om heel dicht bij hun eigen ervaringswereld te blijven. Zo maakte Jessica Gorter een sympathieke documentaire over haar eigen straat (Heilige Weg), terwijl Wendela Scheltema haar liefderijke variaties op het thema van een eeneiige tweeling Zygottes aan haar eigen tweelingzus opdroeg. Met grote moed legde Simone Galavazi de huwelijkscrisis van haar ouders - en de invloed daarvan op haar eigen leven - vast in de documentaire Klem. Wat schoolser is de zorgvuldige documentatie van de rituelen in het leven van Marieke van der Windens grootouders in Na de odyssee.

De meervoudig gehandicapte dochter Hannah van Beer Boneschansker speelt een van de hoofdrollen in Sneeuwval. Ik vind zijn van pijn en onmacht vervulde verkenning van het taboe op de ambivalente gevoelens van ouders van gehandicapte kinderen de meest complete speelfilm van dit eindexamen opleveren: voorbeeldig geacteerd, de enig juiste toon in het scenario, een geslaagde toepassing van fantasiescenes en een weldadige rijpheid in de dramatisering.

Minder evenwichtig zijn de beide speelfilms, waarin Dana Nechushtan en Mahnaz Tamizi met hun geboorteland verweven thema's uitwerken, maar het zijn verzorgde en respectabele werkstukken, die grote meerwaarde ontlenen aan de schokkende relevantie van de verhalen die ze vertellen. Nechushtan nam Djinn op in Israel, waar een vrouwelijke militair achtervolgd wordt door de schim van de door haar gedode Palestijn, die zijn geweer op haar richtte. De openingsscene van Tamizi's De steen laat de kijker niet snel los: de grafisch verbeelde steniging van een tot de nek ingegraven overspelige vrouw in het fundamentalistische Iran. Haar minnaar moet met die herinnering zien te overleven in zijn Nederlandse ballingschap, overstelpt door liefdesbetuigingen van vreemdelingen graag aan de borst drukkende, maar niets begrijpende Hollanders.

Van de vormexperimenten zeiden Jacek Lenartowicz' variaties op het thema van de verleiding Femme en Stella van Voorst van Beests 'senti-docu' over drie lichamen en geesten, Melencolia I, me weinig. Spannender is de door Jung geinspireerde zwart-wit-collage (met een knipoog naar de ecologische retoriek van Koyaanisqatsi) van Bart van Geel, getiteld Somnia a Deo missa. Het meest geslaagde experiment met de filmvorm is de een heel eigen taal sprekende, maar toch een verstaanbaar verhaal vertellende speelfilm Waterlanders, waarin Simone van Dusseldorp twee zusjes door heden en verleden laat dwalen, verwikkeld in een rituele machtsstrijd. Het is in dit bestek niet mogelijk recht te doen aan het hele scala van talenten, die dit jaar afstuderen. Heel behoorlijke en innemende opdrachtfilms maakten Rafael Lambourghini en vooral Bastiaan Tuerlings, die voorlichting over diabetes in A Way of Life hilarisch weet te verpakken. Ida van Juul Bovenberg en Prespa van Guido Sikking zijn totaal verschillende, goede documentaires. De beste documentaire is naar mijn smaak Rimpels, waarin Andrea Sickmann met een zuivere, discrete blik demente bejaarden observeert vanuit een, in helaas wat stijf uitgevallen commentaar geformuleerde eigen angst om oud te worden.

In dit bijzondere gezelschap zijn de aspirant-makers van commerciele speelfilms relatief dun gezaaid. De meeste kans om verder te komen maken Sander Teymant, die een brutale zwarte komedie (Dood spoor) maakte, en Jaier Weissman. Zijn vermakelijke 'romantic comedy' Oud & Nieuw citeert in de vormgeving nadrukkelijk de elegantie van het oude Hollywood citeert en verraadt flair in de regie van acteurs.

De weelde van zo'n talentvolle en veelzijdige klas - en dat is het slechte nieuws - kan de Nederlandse filmcultuur nauwelijks dragen. Het wordt dringen, als volgend jaar de postacademiale Filmwerkplaats van start gaat.