Zes Nederlandse filmers ontmoeten zes componisten; Als vanouds wint beeld het van geluid

Hexagon. Korte films van Johan van der Keuken, Jelle Nesna, Erik van Zuylen, Frank Scheffer, Alejandro Agresti, Frank Zweers op muziek van hedendaagse componisten. Amsterdam, Filmmuseum. 23 t/m 29 juni, dag. 8 uur.

Zelfs de grootste druiloor onder de suspense-filmmakers weet wat muziek kan doen. De moordenaar die zijn slachtoffer muziekloos bespiedt, naderbij sluipt en toeslaat doet het hart van de toeschouwer niet half zo snel kloppen als de beroepsgenoot die ruggesteun krijgt van een stevig symfonie-orkest. Het aanzwellen van de vioolklanken vraagt als het ware om zijn euvele daad. Muziek in film, wil ik maar zeggen, is doorgaans een nederige sfeermaker en daarom is het zo aardig en rechtvaardig dat de bedenkers van het project Hexagon de boel nu eens omdraaien.

De sjieke doelstelling was “de relatie tussen klank en beeld te onderzoeken en uit te diepen”, maar waar het op neer komt is dat zes cineasten ieder een hedendaagse korte compositie toegewezen hebben gekregen of hebben uitgekozen, en op basis van dat muziekstuk een even lang durend filmpje moesten zien te maken. Eindelijk werd het beeld een illustratie bij de muziek in plaats van omgekeerd.

Het vreemde is dat waar die opzet het beste lukt, het minste resultaat ontstaat. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan: de meeste filmers doen er alles aan om de muziek en daarmee het project naar hun hand te zetten. Ze verzinnen een gimmick of een verhaaltje en willen dat het publiek in de eerste plaats ogen tekort komt en dan eventueel nog oren. Misschien komt het door mij - het zou kunnen betekenen dat de blinde er erger aan toe is dan de dove - maar ook in Hexagon ligt het primaat bij het beeld. In de herinnering laten de composities - alle uit de categorie na-oorlogs modernisme - zich in elk geval veel minder makkelijk onderscheiden dan de filmpjes. Opvallend is dat de abstractie van de muziek vier van de zes filmers inspireert tot magisch-realisme en de andere twee tot impressionisme: in zekere zin maken alle zes beeldende kunst. Johan van der Keuken, vanouds gespecialiseerd in het genre, begeleidt de scheurende klanken van Willem Breukers On animal Locomotion met ongerijmde impressies, meest zo nu en dan versneld afgedraaide straatbeelden uit Parijs en Sarajevo. Zijn camera scheert vaak langs de grond of focust op een stilleven van fruit tegen de achtergrond van een druk verkeerspunt. Hij brengt armoede in beeld en desolaat verval, gesymboliseerd door Oosteuropese marktkraampjes, Oosteuropese vrouwekuiten, Oosteuropese plassen, Oosteuropese regen en Oosteuropese wolkenkrabbers. Deprimerend.

Alejandro Agresti doet op muziek van Theo Verbey (Tegenbeweging) iets soortgelijks, maar rustiger. Hij pikt willekeurige mensen uit het straatbeeld - zo op het oog nogal wat daklozen of maatschappelijk onaangepasten - en observeert ze, met een statische camera. Dat is fascinerend, zo onbespied te bespieden; in eerste instantie komt de titel van het filmpje tot uiting in de discrepantie tussen de onbeweeglijke beelden en de dramatische muziek, later volgt de camera voetgangers om steeds met hen tegemoetkomende voetgangers mee terug te zwenken.

De andere vier (Erik van Zuylen op muziek van Otto Ketting, Frank Scheffer op muziek van Diderik Wagenaar, Frank Zweers op muziek van Richard Rijnvos en Jelle Nesna op muziek van Theo Loevendie) zoeken hun heil in het magische. Scheffer illustreert het meest, met onheilspellende, lege landschappen - en zijn filmpje heeft dan ook de saaiheid van een reeks posters. Nesna, Zweers en Van Zuylen suggereren een verhaal; de eerste met droombeelden uit de jeugd van een koortslijder, de tweede met een mannelijk naakt, schimmig zwevend tussen landschappen. Die landschappen komen ook volop voor in het meest geslaagde filmpje van de zes, Van Zuylens Time Machine. Ook bij hem heeft de dood uiteindelijk het laatste woord, maar eraan vooraf gaat een spannend verhaal over technologie die de natuur belaagt, op verschillende manieren. De dynamiek schuilt in snel wisselende beelden van dezelfde landschappen, in verschillende jaargetijden en tijen. Kettings ouverture wordt eer betoond door beelden van een majesteitelijke reiger in een boom. De vogel vliegt en danst op de muziek. En later zit hij chagrijnig op een tak, de kop diep tussen de schouders getrokken.