Verbod voor drie weekbladen in Indonesië

JAKARTA, 22 JUNI. Een topambtenaar van het Indonesische departement van informatie heeft gistermiddag met drie pennestreken de publikatievergunning ingetrokken van 's lands meest spraakmakende en succesvolle weekbladen. Voor de magazines Tempo en Editor en de weekkrant Detik (Seconde) geldt met ingang van deze week een verschijningsverbod.

Minister van informatie Harmoko, een vertrouweling en spreekbuis van president Soeharto, heeft de drie bladen kennelijk willen straffen voor recente publikaties waarin meningsverschillen binnen het kabinet worden uitgemeten. De hoofdredacteuren van de drie bladen werden gisterochtend gesommeerd zich te melden op het departement. Daar kregen de chefs van Detik en Editor te horen dat zij “in weerwil van herhaalde waarschuwingen” hadden gezondigd tegen de bepalingen van hun handvest. Het verschijningsverbod voor Tempo zou berusten op niet nader genoemde “inhoudelijke overwegingen”.

Het nieuwsmagazine Tempo bestaat sinds 1971 en heeft een oplage van 180.000 exemplaren. Het kreeg in 1982 een tijdelijk verschijningsverbod vanwege zijn verslaggeving over de verkiezingen. Editor, dat in 1987 werd opgericht door voormalige Tempo-redacteuren en sindsdien een oplage bereikte van 30.000, kreeg het formele verwijt dat het de laatste jaren “door volkomen andere mensen wordt geleid dan in zijn vergunning staan vermeld”.

Detik, de jongste en snelst groeiende van de drie, is sinds 1986 op de markt. Het blad ging in 1993 over op kranteformaat en wist zijn oplage in korte tijd op te voeren tot 400.000 exemplaren. Reden voor dit succes was de prikkelende manier waarop het blad dook in de achtergronden van de ondoorzichtige Indonesische politiek. Volgens het departement van informatie is dit in strijd met Detiks handvest, waarin staat dat het blad zich toelegt op politieberichten en misdaadverhalen.

Waarnemers zijn het erover eens dat drs. Subrata, de directeur-generaal voor perszaken die het vonnis wereldkundig maakte, slechts ambtelijke argumenten aanvoerde voor een in wezen politieke beslissing. Subrata beaamde desgevraagd dat artikelen over de aankoop van 39 peperdure oorlogsschepen van de voormalige DDR door de minister van onderzoek en technologie B.J. Habibie de voornaamste steen des aanstoots vormden. Habibie ontleent zijn macht hoofdzakelijk aan zijn nauwe banden met Soeharto.

Zowel Tempo als Editor besteedden deze maand veel aandacht aan de omstreden Habibie. Tempo wijdde onder meer een voorpagina-artikel aan de uitlatingen van minister van financiën Mar'ie Muhammad, die weigerde om voor de tweede handsvloot 1 miljard gulden op tafel te leggen. Daarop nam president Soeharto zijn oogappel Habibie openlijk in bescherming. Het staatshoofd bestempelde de berichtgeving over de transactie als ongefundeerd en verweet de media in kwestie dat zij “de nationale stabiliteit bedreigden”. Tegen Detik bestaan soortgelijke grieven.