'Van beetje waardering krijg ik vleugels'

ORLANDO, 22 JUNI. Woudestein, de altijd verlaten accommodatie van Excelsior, en de volgepakte stadions op het WK van Amerika. Dat zijn zo ongeveer twee uitersten. Gaston Taument overbrugde die denkbeeldige kloof in amper vier jaar. Tegen Saoedi-Arabie gaf hij maandagnacht op het allerhoogste podium bij een invalbeurt zijn visitekaartje af. Niet alleen met dat beslissende doelpunt, ook door zijn manier van spelen. Het lijkt of zijn voeten de grassprieten niet beroeren, is er ooit over hem geschreven. Zelf vindt hij zijn stijl helemaal niet elegant, eerder wat houterig. Maar een speler die snelheid kan koppelen aan een goede passeerbeweging, valt al snel op tussen het legioen van notoire verdedigers en middenvelders. “Op de eerste meters ben ik sneller dan Van Gobbel, maar op de honderd meter leg ik het tegen hem af.”

Een verder WK-optreden lonkt voor Gaston Taument. Hij staat op het punt om definitief toe te treden tot de elf van Oranje. Terwijl hij vier jaar geleden nog voor anderhalve man en een paardekop speelde in het shirt van Excelsior. De toenmalige trainers van Feyenoord, Pim Verbeek en Gunder Bengtsson zagen het met hem niet zitten, ze wilden hem wel omscholen tot rechtsback, maar dat was helemaal beestachtig geweest. Ze leenden hem uit aan stadgenoot Excelsior, waar hij zover wegkwijnde dat hij bijna in het tweede team belandde. Wim Jansen haalde hem terug naar De Kuip. Broer Gilbert speelt er nog steeds.

Maar Gastons voetbalcarriere begon eigenlijk bij VCS in Den Haag. Daar werd hij ontdekt door Rob Jansen, toen nog trainer van de amateurclub, nu spelersbegeleider van de vakbond VVCS. Taument zegt dan ook altijd dat er drie belangrijke mensen in zijn leven zijn: z'n moeder, z'n vriendin en Rob Jansen. “Dank zij hem ben ik bij Feyenoord terechtgekomen. Ajax heeft mij een paar keer bekeken. Sparta wilde mij wel hebben. Maar Rob zei: 'Je kunt beter wachten op een aanbod van Feyenoord'. Het is trouwens typerend voor het scoutingsapparaat van FC Den Haag van destijds, dat ze me als een van de weinige clubs in de Randstad nooit hebben gevolgd.”

Gaston Taument is 24 jaar geleden geboren uit een Indonesische moeder en een Surinaamse vader. De laatste heeft hij nooit gekend. Pa Taument verliet het huis toen Gaston nog erg jong was en liet pas wat van zich horen toen hij doorbrak als voetballer. Maar toen had Gaston geen behoefte meer aan een kennismaking. Zonder zijn vader heeft hij zich opgewerkt tot een topvoetballer. Zijn zachte, gevoelige karakter verraadt in hem een moederskindje. Maar onlangs constateerde uitgerekend zijn moeder: “Gaston, je bent een man geworden.”

Twee jaar geleden was dat nog anders. Toen kreeg hij een aanbieding van Napoli. Hij had in een klap onafhankelijk kunnen zijn. Maar hij had niet de sterke schouders om de weelde te kunnen dragen. In overleg met Rob Jansen besloot hij van de transfer af te zien. Taument: “Daar zal ik nooit spijt van krijgen. Zelfs niet als er zich nimmer meer een buitenlandse club aandient. Ik was toen 21. Ik had de druk niet aangekund. Ik wilde eerst sportief slagen bij Feyenoord. Nu ben ik wel ambitieus genoeg om de stap over de grens te wagen.” En dat hoeft niet per se in Italie of Spanje. Ook Anderlecht lijkt hem wel wat. Lekker dicht bij de grens en heel chique.

Hij houdt van stijl en mooie dingen. “Tweederde van mijn salaris gaat soms op aan mooie kleren”, laat hij zich ontvallen. “Nee, ik ga niet naar de P.C. Hooftstraat in Amsterdam of de Lijnbaan in Rotterdam. Gewoon naar wat kleine zaakjes in Kijkduin. Ik vind het prachtig om bijvoorbeeld mooie overhemden te bezitten. Mijn kasten hangen er vol mee. Vaak met de naamkaartjes en de prijsjes er nog aan, want ik heb zoveel kleren dat ik ze niet allemaal kan dragen. Als ik naar Feyenoord ga, durf ik me al niet eens meer netjes te kleden. Dan roept Van Hanegem: 'He, Gaston moet je weer naar een bruiloft'. De kastruimte wordt zo langzamerhand beperkt bij mij thuis. Het lijdt geen twijfel dat ik na mijn voetbalcarriere iets ga doen in de herenmode. Al zal ik niet gauw een winkel openen. Want ze zeggen toch dat voetballers slechte zakenmensen zijn?”

Voorlopig is dat ook niet aan de orde. Hij heeft nog een hele voetballoopbaan voor zich. Hij ontziet zichzelf niet als hij over zijn prestaties praat. Want tot nog toe heeft hij er inderdaad nog niet het maximale uitgehaald. “In het veld moet ik brutaler worden en egoistischer. Van Hanegem vindt dat ik te weinig scoor en eigenlijk heeft hij gelijk. Afgelopen seizoen maakte ik voor Feyenoord slechts vijf treffers. Een buitenspeler bij een topclub moet zeker tien tot twaalf doelpunten achter zijn naam hebben staan. Van Hanegem geeft mij geweldig veel vertrouwen. Daardoor heb ik het laatste jaar 33 van de 34 wedstrijden gespeeld. Van Hanegem zegt: 'Je moet in jezelf geloven. Vorm bestaat niet. De ene keer lukt het wel, de andere keer niet. Zo simpel ligt het.' Toen we in '93 kampioen werden, was ik niet eens zo blij. Want ik vond dat ik niet goed had gespeeld. Ook het afgelopen seizoen heb ik te weinig laten zien.”

Toen hij in Toronto balend van zijn griep in bed lag, kreeg hij bezoek van Overmars, Numan, De Wolf en Roy. De waarschijnlijke aanwinst van Nottingham Forest stond zelfs twee keer aan zijn ziekbed. Maar op het veld krijgt hij volop steun van Frank Rijkaard, een Ajacied notabene. “Ik ben erg van hem afhankelijk. Hij geeft me veel taktische aanwijzingen. 'Je kunt het beter zo en zo doen', zegt hij dan. Zoals Gullit zich ontfermde over Van Gobbel in de voorbereiding. Soms praten we ook na de training nog even verder. Hij is erg positief over mijn spel. Dat heb ik nodig, want van een beetje waardering krijg ik vleugels. Ik ben iemand die af en toe een schouderklopje nodig heeft of een aai over mijn hoofd.”