Ook informatiemaatschappij staat op agenda van Eurotop; 'Het mag niet bij een conjunctuuranalyse blijven'

BRUSSEL, 22 JUNI. De informatiemaatschappij rukt op. Over twee jaar moet al 2 procent van al het kantoorpersoneel in de Europese Unie de dagelijkse file hebben ingeruild voor telewerken. Over zes jaar, in het magische jaar 2000, moeten er al 10 miljoen banen voor telewerken zijn gecreëerd.

“De informatiesnelweg zal de maatschappij ingrijpender doen veranderen dan in het verleden de aanleg van de eerste spoorwegen, de uitvinding van de electriciteit en het gebruik van de telefoon”, schrijven de Europese topindustriëlen - verenigd in de Europese Ronde Tafel - deze week in een rapport over de onstuitbare opkomst van de informatiemaatschappij.

Hoogdravende woorden over een fenomeen dat voor de meeste burgers nog ongrijpbaar is, maar tegelijkertijd in hoog tempo steeds concreter gestalte krijgt. Niet alleen kantoorklerken zullen de komende jaren de informatiemaatschappij binnen stappen: ook werknemers in het midden- en kleinbedrijf, universiteiten, de automobilist, piloten, werkers in de gezondheidszorg, aannemers, overheden en de kooplustige consument zullen via allerlei proefprojecten binnen enkele jaren worden geconfronteerd met concrete toepassingen van de informatiemaatschappij.

De proefprojecten worden opgesomd in een rapport, dat is opgesteld door een werkgroep van deskundigen onder leiding van Europees commissaris Martin Bangemann ten behoeve van de Europese top van regeringsleiders, aanstaande vrijdag en zaterdag op het Griekse eiland Korfoe. Dat het in grote lijnen gelijkluidende rapport van de Europese Ronde Tafel (ERT) vrijwel tegelijkertijd werd gepubliceerd, is geen wonder: bekende ERT-ondernemers als Carlo De Benedetti (Olivetti), Etienne Davignon (Generale Maatschappij van België) en Jan Timmer (Philips) maken deel uit van de werkgroep onder leiding van Christophersen.

Op hun laatste top, afgelopen december in Brussel, gingen de regeringsleiders uit de twaalf lidstaten van de EU akkoord met de analyses en aanbevelingen uit het zogeheten Witboek van Commissie-voorzitter Jacques Delors over 'economische groei, versterking van de Europese concurrentiepositie en het scheppen van banen'. De discussie over de informatiemaatschappij is een vervolg daarop, net zoals de rapporten die op Korfoe op tafel zullen liggen van Europees commissaris Henning Christophersen (over transeuropese netwerken) en van commissaris Padraig Flynn (over het werkgelegenheidsbeleid in de lidstaten).

Afgelopen december brachten de regeringsleiders hun relatieve onvermogen al onder woorden door te stellen dat er geen simpele en geen snelle antwoorden zijn op de crisis waarmee de EU wordt geconfronteerd: achterblijvende groei, verlies van marktaandeel in de wereld en een naar verhouding veel hogere en hardnekkiger aanhoudende werkloosheid dan elders. De discussie op Korfoe over het Witboek zal dan ook niet meer zijn dan een eerste voortgangsrapportage over de uitvoering van de aanbevelingen. Opzienbarende nieuwe initiatieven zijn niet te verwachten, ook al omdat de meeste energie ongetwijfeld zal worden gestoken in de benoeming van een opvolger voor Delors.

Sinds de publikatie van het Witboek, is de economische groei in de EU weer aangetrokken, en dat levert paradoxaal genoeg misschien nog wel de grootste gevaren op voor duurzaam herstel. Eerder deze week al waarschuwde de Europese werkgeversorganisatie UNICE dat de overheden niet in de verleiding mogen komen om door de aantrekkende conjunctuur noodzakelijke structurele ingrepen (zoals bezuinigingen in de sociale zekerheid, flexibilisering van de arbeidsmarkt) achterwege te laten. Commissie-voorzitter Delors liet gisteren een soortgelijke waarschuwing horen. Nu economisch herstel aan de einder gloort, groeit misschien de neiging voor de lidstaten om “het daarbij te laten”, en dat zou desastreuze houding zijn, aldus Delors.

Delors herhaalde dat Europa voor “een kruispunt” staat waarbij de keuze simpelweg is tussen “overleven” of “verval”. “Als we niet verder komen dan een conjuncturele analyse, dan hebben we een verkeerd beeld voor ogen van de uitdagingen waarvoor we staan”, zei hij. “Zelfs een jaarlijkse economische groei van 2 à 2,5 procent is nog niet genoeg om voldoende banen te genereren om de werkloosheid te doen verminderen”.

In het Witboek gaan maatregelen om arbeid goedkoper te maken (en daardoor meer mensen aan een baan te helpen) hand in hand met maatregelen om de concurrentiepositie van Europa en het Europese bedrijfsleven op langere termijn te verbeteren. Bij dat laatste gaat het onder andere om de grootschalige infrastructurele projecten - de Transeuropese netwerken - waarvan een groep van deskundigen uit de twaalf lidstaten onder voorzitterschap van commissaris Christophersen een inventarisatie heeft gemaakt. De werkgroep heeft een lijst opgesteld van 11 projecten waarvoor binnen twee jaar de eerste spade de grond in kan. De bedoeling is dat de Europese regeringsleiders in Korfoe op dat lijstje het etiket 'super-prioriteit' plakt (er zijn ook nog 23 projecten die alleen maar 'prioriteit' hebben).

De meeste projecten betreffen de aanleg van spoorwegen. Ook de Betuwelijn staat op de lijst, daarvoor is in principe al Europese steun toegezegd.

Over de financiering van de projecten wordt al meer dan een jaar lang op een merkwaardige manier geruzied tussen de Europese Commissie en enkele 'zuinige' lidstaten. Het overgrote deel van de benodigde financiering zal worden opgebracht door de regeringen van de betrokken lidstaten, particulieren/toekomstige exploitanten, bestaande steunfondsen van de EU en door de Europese Investeringsbank (EIB). Deze heeft daarvoor extra ruimte gekregen om te lenen op de kapitaalmarkt.

Maar alles bij elkaar, resteert voor de komende 5 jaar nog een te overbruggen financiële kloof van maximaal bijna 14 miljard gulden voor de 11 belangrijkste projecten, zo heeft de Commissie onlangs berekend. Daarvoor wil ze zelf de kapitaalmarkt opgaan met zogeheten Eurobonds, ook al om daarmee het Europese cachet van de operatie te onderstrepen. Maar met name Groot-Brittannië, Nederland en Duitsland voelen daar niets voor. Het gaat niet aan om via Brussel extra geld uit te geven waar de lidstaten in eigen huis moeten bezuinigen, is hun redenering.

Opvallend genoeg heeft ook topman sir Brian Unwin van de EIB al herhaalde malen gezegd dat zijn bank nog voldoende mogelijkheden ziet om de infrastructurele projecten te financieren. Toch houdt Delors voet bij stuk. Gisteren nog kritiseerde hij “enkele ministers van financiën” om hun rigide vasthouden aan “een neo-liberale ideologie”. Maar op de top op Korfoe zal daarover geen nieuwe botsing ontstaan. Afgesproken is al dat komend najaar op de Europese top onder Duits voorzitterschap in Essen spijkers met koppen zullen worden geslagen.

Minder in het oogspringend, maar wellicht net zo belangrijk is de rondreis geweest die commissaris Flyn (Sociale zaken) het afgelopen half jaar heeft gemaakt langs de verschillende EU-hoofdsteden om te inventariseren wat de lidstaten doen om de werkgelegenheid te bevorderen. Zijn conclusie is dat alle lidstaten de uitgangspunten van het Witboek accepteren, maar dat in de praktijk nog steeds sprake is van “een fragmentarische benadering”. In de meeste lidstaten is nog onvoldoende werk gemaakt van het doorvoeren van de noodzakelijk geachte hervormingen (in onder andere sociale zekerheid), flexibilisering van de arbeidsmarkt en deregulering. Van een systematische en gecoördineerde aanpak is nog geen sprake.

Intussen blijft de informatiemaatschappij gewoon verder oprukken. In de VS werden afgelopen jaar 1,7 miljoen nieuwe banen geschapen. Daarvan hebben 1 miljoen te maken met de informatiemaatschappij, aldus Delors gisteren. Met andere woorden: ook Europa moet die kant op. En het grote voordeel is dat “we nu eens geen extra geld vragen”, aldus de Europese topindustriëlen. Wat ze wel willen is liberalisering van de telecommunicatiesector, verlaging van de tarieven en koppeling van netwerken en systemen. En natuurlijk een positieve houding van de regeringen tegenover de aanleg van informatiesnelwegen.