Moderne universiteit ontbeert 'leadership'

Staatssecretaris Cohen heeft ingegrepen in de bestuurscrisis aan de Rijksuniversiteit Leiden. Collegevoorzitter Oomen moet weg. De huidige universitaire bestuursstructuur heeft zijn langste tijd gehad, concluderen de meeste betrokkenen. Maar hoe dan?

ROTTERDAM, 22 JUNI. Een tragische samenloop van omstandigheden. Zo noemt N. de Voogd, voorzitter van het college van bestuur van de Technische Universiteit Delft, het lot van zijn Leidse collega Oomen, die wegens de vertrouwenscrisis tussen hem en de Leidse universiteitsraad na een mislukt bouwproject door staatssecretaris Cohen dringend gevraagd is op te stappen.

De Voogd: “De verhouding tussen college van bestuur en universiteitsraad is inherent labiel. Want door de consensuscultuur is het niet duidelijk wie welke verantwoordelijkheid draagt. Alleen als er iets fout gaat blijkt er iemand als de baas te worden beschouwd, en die krijgt dan de schuld.”

De commissie van onderzoek die in opdracht van staatssecretaris Cohen (hoger onderwijs) de Leidse crisis onderzocht, adviseert Cohen nog maar eens te bezien waar de universitaire bestuursstructuur - een kwart eeuw na haar ontstaan - “aanpassing behoeft” aan de nieuwe eisen van de moderne tijd. Een van de belangrijkste problemen daarbij is de dubbelzinnige rol van de universiteitsraad: controleur en medebestuurder tegelijk.

In 1988 merkte de toenmalige minister Deetman (onderwijs) nog op dat de bestuursstructuur 'onbetwijfeld' op orde is. Zijn opvolger en oud-hoogleraar Ritzen dacht daar al anders over, maar zijn pogingen sinds 1990 om de universiteiten de mogelijkheid te geven om af te wijken van de wettelijke structuur verzandden vorig jaar in wat de Kamer toen noemde “te grote complexiteit”. Vooral de vraag onder welke voorwaarden en voor hoelang de universiteitsraden (een deel van) hun bevoegdheden zouden kunnen afstaan leidde tot verdeeldheid.

Vanmiddag bespreekt de Tweede Kamer het ingrijpen van staatssecretaris Cohen, achter gesloten deuren - omdat het om personen gaat. In het kader van de formatie is al door de specialisten van de paarse partijen gesproken over de toekomst van de universitaire radenstructuur. Concrete 'blauwdrukken' zijn er nog niet. De PvdA wil de universiteiten in ieder geval veel meer ruimte voor variatie geven. “En niet iedereen hoeft meer overal over mee te praten”, aldus PvdA-Kamerlid T. Netelenbos. Ook de VVD pleit voor “rationalisering”. Het CDA is - in navolging van Deetman - steeds tegen verandering geweest, maar volgens CDA-Kamerlid M. Boers, die gisteren overigens tevergeefs om een openbaar debat over 'Leiden' vroeg, is de partij “door deze Leidse crisis wel aan het denken gezet”. Ook de vereniging van universiteiten VSNU is blij dat de kwestie weer op de politieke agenda staat.

De Leidse bestuurscultuur in het algemeen is volgens de onderzoekscommissie te veel een cultuur “van laissez-faire”. “Voor de bestuursprocessen als zodanig is weinig belangstelling en inleving, zeker als deze zich afspelen buiten het eigen gezichtsveld.” Die mentaliteit heerst niet alleen aan de Leidse universiteit. Volgens de Delftse collegevoorzitter De Voogd - zelf tot voor kort werkzaam in het bedrijfsleven - is dat gebrek aan daadkracht een logisch gevolg van de onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. Voor goed universitair bestuur is 'leadership' nodig, meent hij, “alleen managen is niet voldoende”. Inmiddels gaan de bijzondere universiteiten, die minder gebonden zijn aan de wettelijke voorschriften, al hun eigen weg. Vorig jaar heeft de Katholieke Universiteit Nijmegen de bevoegdheden van de universiteitsraad beperkt en dit jaar overweegt de Vrije Universiteit het aantal raadsleden te halveren.

Cohen heeft de Leidse collegevoorzitter vooral gevraagd op te stappen wegens het gebrek aan vertrouwen van de universiteitsraad en een groot deel van de rest van het bestuur in hem. De mislukte bouw van het 'Annex-laboratorium' wordt door Cohen en zijn onderzoekscommissie geen voldoende reden tot ontslag geacht. Over de Leidse universiteitsraad vellen de commissie en Cohen een veel harder oordeel. De Leidse universiteitsraad heeft tijdens de bestuurscrisis te veel voor controlerend parlement gespeeld, en te weinig zijn wettelijke verantwoordelijkheid als medebesturende orgaan genomen. De belangen van de universiteit zijn uit het oog verloren, aldus de commissie. Op advies van de commissie zal Cohen daarom voorlopig de besluitvormende bevoegdheden van de Leidse raad schorsen en omzetten in adviesrecht. De controlerende taken zullen worden waargenomen door een door de regering benoemde tijdelijke raad van toezicht.

Een van de grootste problemen is de vertegenwoordiging van de studenten in een nieuwe structuur. De studentenbeweging is mordicus tegen aantasting van de bestuursrechten van studenten. Op een congres dat de Landelijke Studentenvakbond LSVB vorige maand organiseerde over de toekomst van de universitaire democratie werd geconcludeerd dat het bestuursprobleem vooral ligt in de gebrekkige uitvoering van de besluiten en niet in de besluitvorming zelf, en al helemaal niet in de inbreng van de studenten daarin. De commissie die de Leidse crisis onderzocht lijkt hen gelijk te geven. Ze prijst de evenwichtige rol die de studentleden van de raad speelden in de crisis. Ook de Delftse collegevoorzitter De Voogd was “zeer gefrappeerd” door de inbreng van studenten in 'zijn' Delftse raad. “Ik moet bekennen dat de studenten in de universiteitsraad het vreselijk goed doen. Principieel zou je niet verwachten dat studenten zo'n grote betrokkenheid hebben.”