Letland neemt omstreden wet op het staatsburgerschap aan

Het Letse parlement, de Saeima, heeft gisteren volgens radio-Riga met 66 tegen elf stemmen bij drie onthoudingen in derde en laatste lezing een wet op het staatsburgerschap aangenomen die vrijwel zeker tot een confrontatie met Rusland en met de Europese Veiligheidsconferentie (CVSE) zal leiden.

De wet regelt de mogelijkheden van leden van de minderheden in Letland om het Letse staatsburgerschap te verwerven - een hoogst gevoelige kwestie in een land waar de Letten zelf maar 52 procent van de bevolking van 2,7 miljoen zielen uitmaken.

De wet bepaalt dat tot het jaar 2000 niet-Letse familieleden van Letse burgers naturalisatie kunnen aanvragen en dat die mogelijkheid ook bestaat voor niet-Letten die voldoen aan vier voorwaarden: ze moeten in Letland zijn geboren, ze moeten jonger zijn dan dertig, ze moeten een eed van trouw aan de Letse staat afleggen, en ze moeten het Lets beheersen en het nodige afweten van de Letse grondwet en geschiedenis.

Op grond van die bepalingen kunnen 230.000 leden van de minderheden de Letse nationaliteit verwerven. Dat is niet echter weggelegd voor de 500.000 niet-Letten die niet aan die vier voorwaarden voldoen en niet met Letten zijn getrouwd. Zij hebben de status van “illegale immigranten” die pas na het jaar 2000 om naturalisatie kunnen vragen.

In de eerste twee lezingen van de wet kwam de bepaling voor dat na 2000 jaarlijks slechts tweeduizend van deze “illegalen” kunnen worden genaturaliseerd. Dat zou betekenen dat de meesten van die 500.000 niet-Letten het Letse staatsburgerschap nooit kan krijgen. Of dit quota-systeem in de definitieve versie van de wet is gehandhaafd, is niet duidelijk. De CVSE en de Raad van Europa hebben Letland dringend gevraagd die bepalingen te schrappen. De Letse radio meldde gisteren dat het parlement dat in een geheime stemming inderdaad heeft gedaan, maar dit is in Riga niet bevestigd.

Maar ook als het quota-systeem is geschrapt krijgt Letland problemen, want het gaat niet aan, zo heeft de CVSE eerder laten weten, bijna een kwart van de bevolking van Letland tot het jaar 2000 als illegale immigranten te bestempelen. Die half miljoen mensen - Russen, Oekraïeners, Wit-Russen, Polen en Litouwers - wonen vaak al vele jaren in Letland, maar als “illegale immigranten” worden hun belangrijke burgerrechten onthouden, zoals het kiesrecht of het recht om onroerend goed te kopen, en kunnen ze worden gedeporteerd.

Voor de Letse regering is de wet een zinnig compromis tussen de eisen van 'Europa' en die van de radicaal-nationalistische oppositie, die vindt dat de wet niet ver genoeg gaat. Zij beschouwen de “niet-burgers” als bezetters die na de illegale annexatie van Letland door de Sovjet-Unie in 1940 naar Letland zijn gekomen en die het land zo snel mogelijk zouden moeten verlaten. Zij vinden de naturalisatie van de 230.000 Russen onder de dertig jaar al onaanvaardbaar: “Die zijn illegaal en zonder toestemming in Letland. De Russen zijn als bezetters gekomen en hun kinderen zijn evenzeer bezetters”, zei vorige week Juris Sinka, lid van het parlement. Andrejs Krastins van de radicale Nationale Onafhankelijkheidspartij LNNK - de tweede partij van het land - vond dat Russen “nu eenmaal een andere mentaliteit hebben”; hij vergeleek de integratie van Russen in Letland met die van “Eskimo's in Frankrijk”.

De CVSE en de Raad van Europa vinden dat alle niet-Letten na een eed van trouw en een taalexamen vóór 1998 het Letse staatsburgerschap moeten kunnen aanvragen. Nog op 9 juni schreven de CVSE-commissaris voor minderheden, Max van der Stoel, en de secretaris van de Raad van Europa, Peter Leuprecht, de voorzitter van het Letse parlement, Gorbunovs, een brief met het dringende verzoek hun aanbevelingen niet te negeren.

Dat de Letten dat wel hebben gedaan, zal tot problemen leiden met 'Europa' en met Rusland, dat eist dat alle etnische Russen in Letland het Letse staatsburgerschap moeten krijgen. Ook economische consequenties zijn niet uitgesloten. Eind vorige maand uitte george Soros, de valutaspeculant en filantroop die meer dan honderd miljoen dollar in hulp aan Oost-Europa heeft gestoken, zich sceptisch over de behandeling van de minderheden in Letland: “Dat Letland vreselijk onrecht is aangedaan moet niet de Russen als volk worden verweten. Dat onrecht zou een waarschuwing aan de Letten moeten zijn om een ander volk niet een soortgelijk onrecht aan te doen.”