Leerzame ziekte van Richard Gere

Mr. Jones. Regie: Mike Figgis. Met: Richard Gere, Lena Olin, Anne Bancroft. In: 16 theaters.

Angie. Regie: Martha Coolidge. Met: Geena Davis, Stephen Rea, James Gandolfini, Philip Bosco. In: 13 theaters.

Stom toevallig belanden tegelijkertijd twee Amerikaanse films in de Nederlandse bioscopen, die een psychiatrisch onderwerp zo behandelen dat een breed publiek er toch een gezellig avondje aan kan overhouden. Beide films betrachten daarbij enige zorgvuldigheid, werden geregisseerd door respectabele makers en gaan nooit echt ver over de schreef van goede smaak en geloofwaardigheid. Beide werden ook geconstrueerd rond de aantrekkelijkheid van de ster in de hoofdrol en vermengen de casus met lichtere genre-elementen. In Mr.Jones van de Brit Mike Figgis raakt de manisch-depressieve Richard Gere romantisch geinvolveerd met de behandelende psychiater Lena Olin, zodat ethische complicaties de 'love story' extra spannend maken.

Angie van Martha Coolidge (Rambling Rose) gaat over een vrouw uit de Italiaanse wijk van Brooklyn (Geena Davis), die zwanger wordt, haar vriend aan de kant zet, even flirt met een interessanter partij (Stephen Rea), haar kind zonder partner ter wereld brengt en het vervolgens in de steek laat om op zoek te gaan naar haar twintig jaar eerder verdwenen moeder. Het scenario werd gebaseerd op een roman (Avra Wings Angie, I Says) en een pathologische duiding van Angies lotgevallen behoeft enige voorzichtigheid. Het ligt echter voor de hand een verband te leggen tussen de verstoorde band tussen moeder en dochter en het gedrag van de laatste rond de geboorte van haar eigen kind.

Coolidge lardeert haar film met komische ondertonen, die het vooral moeten hebben van de sfeertekening van het hechte Italiaanse milieu. Het realistische gehalte is in ieder geval aanzienlijk hoger dan dat van Mr. Jones, waaraan de formule van de constructie voortdurend af te lezen valt. Men moet uitgegaan zijn van de onweerstaanbaarheid van een manische Gere voor een wankelmoedige therapeute. De scenes waarin hij energiek met complimenten strooit, ieders gedachten raadt, Beethovens Negende meent te moeten dirigeren en het geld rijkelijk laat rollen zijn dan ook sterker dan de weergave van zijn depressies. Om het aantrekkelijk te houden mag Gere in beide fasen niet al te extreem gedrag vertonen. Over de persoonlijkheid van de psychiater wordt niet al te veel duidelijk gemaakt, in ieder geval minder dan in de thriller Final Analysis, maar daarin speelde Gere dan ook de zielknijper.

De kleine hausse van psychiater-films in Hollywood valt het best te begrijpen als zwak residu van de therapieen van de beleidsmakers zelf. Zij onthouden daar kennelijk vooral de buitenkant van, de regels bij voorbeeld: het taboe op een relatie tussen patient en therapeut, die elkaar daarom angstvallig bij de achternaam blijven noemen. Als die regel geschonden wordt, heb je al meteen het uitgangspunt voor een spannende thriller of een opwindende liefdesfilm.

Angie is mij dan toch iets liever; het personage van Davis bevat relatief veel vlees en bloed, en is meer dan een pion in een scenarioformule. Erg veel verschil blijkt het in de praktijk niet te maken, te meer daar de magie van Gere net iets meer overtuigt dan de aardse twijfels van Davis.

De verdienste van Angie en Mr. Jones is dat beide films, met al hun tekortkomingen, een groot publiek bekend maken met de basisprincipes van syndromen, die je overal aan kunt treffen. Als waar ter wereld ook iemand nu de extreme luimen van een collega herkent als 'de ziekte van Richard Gere' of het grillige gedrag van een moederloze moeder als 'het probleem van Geena Davis', dan hebben die films toch hun nut gehad.