Landbouwareaal ter grootte van IJsselmeer wordt natuur

UTRECHT, 22 JUNI. Een oppervlak aan landbouwgrond, even groot als het IJsselmeer wordt de komende vijfentwintig jaar teruggegeven aan de natuur. Voor het tweede achtereenvolgende jaar blijken boeren in de rij te staan om hun grond voor dat doel aan de overheid te verkopen en voor de tweede keer is de Directie Beheer Landbouwgronden al vroeg in het jaar door haar budget heen.

“Dat geldgebrek ondermijnt het natuurbeleid. Het is voor landbouwers, die hun grond aanbieden dus heel vervelend dat wij de rest van dit jaar 'nee' moeten verkopen. Maar we hopen dat het in april opgerichte Groenfonds voor een financiële injectie kan zorgen”, zegt ir. A.J.M. de Schutter, hoofd van de afdeling grondzaken.

Het aankopen van grond voor het behoud van de natuur dateert al van begin deze eeuw. De Vereniging Natuurmonumenten bijvoorbeeld kocht het Naardermeer om te voorkomen dat er een vuilnisbelt kwam. De vereniging stimuleerde ook het oprichten van de 'provinciale landschappen'. In elke provincie worden nu door stichtingen beschermde gebieden beheerd, die representatief zijn voor de natuur in die provincie. Staatsbosbeheer heeft daarnaast van oudsher zorg gedragen voor natuurgebieden van de rijksoverheid.

“Sinds de Relatie-nota (1975) van de ministeries van Landbouw, CRM en VROM heeft het rijk zijn aandacht voor natuur geïntensiveerd. In die nota werd besloten in totaal 100.000 hectare landbouw te gaan bestemmen voor natuur. Dat is een flink gebied, gegeven het feit dat Nederland ongeveer drie miljoen hectare groot is. Op de tweederde daarvan wordt landbouw bedreven”, zegt De Schutter.

Van die 100.000 hectare zou de helft 'beheersgebied' moeten worden, de andere helft 'reservaatsgebied'. Beheersgebieden worden door de overheid aangewezen wegens hun natuurlijke karakter, maar niet aangekocht. Met de boer die op zo'n areaal zit wordt vrijwillig een overeenkomst gesloten waarin wordt vastgelegd hoe hij dat gebied gaat beheren. De Schutter: “Dat kan sterk variëren. In een veenweide-gebied kan bijvoorbeeld worden afgesproken dat hij niet voor een bepaalde periode gaat maaien, zodat de vogels de tijd krijgen te broeden. Op zandgronden kan worden afgesproken dat de grond heel extensief wordt gebruikt, zodat de flora er weer een goede kans krijgt.” Gemeten naar de inspanning die de boer moet doen om het gebied goed te beheren of het inkomen dat hij daardoor derft, wordt hem per hectare een bedrag gegeven.

Reservaatsgebieden worden wel door de overheid aangekocht en daarna meteen overgedragen aan bijvoorbeeld de Vereniging Natuurmonumenten. In deze gebieden wordt de natuur geheel of nagenoeg geheel met rust gelaten. De boer speelt daar niet of nauwelijks nog een rol.

De aankoop van landbouwgrond is sinds 1975 langzaam op gang gekomen. In de jaren tachtig, toen bleek dat de agrarische sector 'tegen zijn grenzen' aanliep kwam er meer schot in. In het Natuurbeleidsplan (1990) van het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij werd het voornemen gelanceerd om de hoeveelheid beheers- en reservaatsgebieden te verdubbelen tot 200.000 hectare. Daarnaast werd bovendien een nieuwe categorie geïntroduceerd, waarvoor nog eens 50.000 hectare zou moeten worden aangekocht: het natuurontwikkelingsgebied. Het gaat daarbij om stukken grond die tussen twee natuurgebieden in liggen en die zouden moeten gaan verbinden. Het zijn dus landbouwgebieden die de mogelijkheid in zich hebben te 'verworden' tot een interessant natuurgebied.

In totaal is het dus de bedoeling de komende vijfentwintig jaar 150.000 hectare aan de landbouw te onttrekken en 100.000 hectare te 'extensiveren' tot beheersgebied. Dat is meer dan alle poldergrond in het IJsselmeer bij elkaar. De Schutter: “Het is voor de stedeling misschien niet erg waarneembaar, maar in het landelijk gebied van Nederland is een behoorlijke gedaanteverwisseling aan de gang”. De verwezenlijking van dat beleid gaat zo voortvarend, dat geld nu de enige beperkende factor is. “Er gaan stemmen op om de hele operatie in twintig jaar af te ronden”.

De Schutter rekent voor dat inmiddels voor 30.000 hectare beheersovereenkomsten zijn gesloten, 32.000 hectare is aangekocht voor reservaatsgebied en 5.000 hectare is verworven voor natuurontwikkelingsgebied. Het jaarlijkse budget voorziet in aankoop van zo'n 1.800 hectare reservaatsgebied en 1.000 hectare natuurontwikkelingsgebied. Er is nu 2.800 hectare 'vastgelegd'. Door het krappe budget kunnen de aankopen dit jaar niet meer passeren bij de notaris.

Zijn afdeling koopt daarnaast veel reservaats- en natuurontwikkelingsgebied aan via de landinrichtingsprojecten. Dat gaat jaarlijks om 1.000 tot 1.500 hectare. In streken waar die projecten aan de gang zijn wordt grond verkaveld, zodat boeren aaneengesloten stukken land krijgen. De overheid kan daar geregeld stukken land kopen, die dan weer worden geruild met een boer die liever dat stuk heeft en daarvoor in de plaats een stuk grond afstaat dat de bestemming 'natuur' heeft. Die projecten lopen al sinds 1954 en kosten veelal een jaar of twintig voor ze volledig zijn afgerond.

“Er wordt veel grond aangeboden. Daar zijn een paar redenen voor”, zegt De Schutter. “In veel gebieden begint nu echt duidelijkheid te ontstaan over de plannen van de overheid. Het dringt nu tot de boeren door dat hun land vroeg of laat een natuurlijke bestemming krijgt. Sommigen vinden dat vervelend, omdat het mogelijk hun plannen voor bedrijfsuitbreiding doorkruist, anderen zijn blij dat ze een koper voor hun land hebben. In principe wordt niemand onteigend, maar toch wordt de wetenschap van zo'n bestemming als knellend ervaren. Een boer die in zo'n gebied zit weet bijvoorbeeld dat niet zal worden ingestemd met de bouw van een kassencomplex”.

“Een tweede reden is van conjuncturele aard. Het gaat in het algemeen slecht in de agrarische sector. We krijgen van akkerbouwers in het noorden en in Zeeland veel land aangeboden. In de derde plaats zien we veel aanbod van veehouders op zandgronden in Brabant, Gelderland en Overijssel. Dat is dure grond en omdat hun bedrijfsvoering erg intensief is, vertrekken ze liever naar een ander gebied, waar de grond goedkoper is en ze er dus financieel wat ruimer bij zitten. Aan milieu-eisen kan dan gemakkelijker worden voldaan”, aldus De Schutter.

Het ministerie wordt budgettair enigszins geholpen door het ministerie van financiën, waarvan de dienst domeinen landbouwgrond verkoopt aan geïnteresseerde pachters en de opbrengst voor een klein deel bestemt voor aankoop van natuurgebied. “Dat gaat nu om vijftien miljoen per jaar, maar het streven is dat bedrag tot twintig miljoen te verhogen”, zegt De Schutter.

“Het beleid, zoals dat door de nota's wordt verwoord is financieel afgedekt, maar de grond komt sneller naar ons toe dan we hadden gedacht. Er is nu onder voorzitterschap van Pieter van Vollenhoven een Groenfonds gecreëerd, waarin al het geld moet samenvloeien, waarmee natuurgebied kan worden aangekocht. Met zo'n fonds zou je over de 'jaargrenzen' kunnen gaan, die eigen zijn aan de begroting van een ministerie. Dus veel aankopen als je de kans krijgt en een jaartje kalmer aan doen als er weinig aanbod is”.