Hoofdredacteur Indonesisch blad Tempo verrast door verschijningsverbod; 'Openheid in Jakarta is niet gemeend'

JAKARTA, 22 JUNI. Goenawan Mohamad (52), dichter en sinds de oprichting in 1971 hoofdredacteur van het weekblad Tempo, is de doorwaakte nacht aan te zien. Sinds hij gistermiddag te horen kreeg dat zijn veelgelezen magazine om “inhoudelijke redenen” zijn publikatievergunning kwijt is, heeft hij aan één stuk door vergaderd met collega-redacteuren. Toch is hij de rust zelve. “Ik stond gistermiddag om drie uur op het vliegveld om naar Midden-Java af te reizen', vertelt hij. “Ik belde naar kantoor om te informeren waarom mijn adjunct eigenlijk bij het Department van Informatie was ontboden. Toen hoorde ik dat Tempo was verboden. Het persbureau Antara had het bericht toen al op het net gezet'.

Was U verrast?

“In zekere zin wel. Ik hoorde zondag van Eros Jarot, de adjunct-hoofdredacteur van het weekblad Detik, dat zijn blad een waarschuwing had gehad. Er was toen geen enkele reden om te veronderstellen dat er deze week een driedubbel verbod zou afkomen. Niettemin was ik er geestelijk op voorbereid dat ik dit nog een keer zou meemaken.”

Topambtenaar van Informatie drs. Subrata zei gisteren dat Tempo al een reeks waarschuwingen heeft gehad. “De laatste waarschuwing dateerde van twee jaar terug, geloof ik. Ik ben vergeten waar het over ging, ik heb die brief niet eens gelezen. Zo probeert men je nu eenmaal te intimideren. Dat verhaal over die veelvuldige mondelinge waarschuwingen slaat nergens op. Houden zij dat echt allemaal bij?”

Waren er voortekenen?

“Jawel. De rede die president Soeharto hield bij de officiële overdracht van de eerste oorlogsschepen die minister van onderzoek en technologie in Duitsland heeft gekocht. Dat was een teken aan de wand. Ik weet zeker dat deze kwestie de doorslag heeft gegeven. Wij haalden een zegsman aan die vraagtekens zette bij de wijsheid van deze aankoop en bij de wel erg hoge prijs”.

Deze maand heeft Tempo tot tweemaal toe minister Habibie op het omslag gezet.

De teneur van de bijbehorende verhalen was kritisch. Is deze minister boven kritiek verheven?

“Het eerste verhaal ging niet over hem, maar over het door hem geleide verbond van Moslim Intellectuelen (ICMI). Ten minste één van Habibie's collega's repte in dit verband van 'sectarische tendenzen'. Dat verhaal was in feite vleiend voor Habibie, want we prezen zijn rol binnen ICMI. Het tweede omslagverhaal ging over de omstreden schepen en daarin laten we beide partijen aan het woord, zowel Habibie als zijn critici. Wij beschouwen dit als een normale benadering van machthebbers, maar gezien wat ons is overkomen zou U wel eens gelijk kunnen hebben”.

Vindt u de verwijzing naar 'inhoudelijke gronden' voldoende duidelijk?

“Nee, maar de truc van dit soort besluiten is juist het gebrek aan duidelijkheid. Ik denk dat ze eerst hebben besloten om onze vergunning in te trekken en daar naderhand argumenten bij hebben bedacht. Ik kan allerlei motieven bedenken: zakelijke (van politiek gelieerde concurrenten), politieke en persoonlijke”.

Ziet U verband tussen deze drie verboden?

“In zekere zin wel. Dit besluit komt af in een tijdsgewricht dat de pers er van overtuigd was geraakt dat zij meer manoevreerruimte had. Dit is een zoveelste signaal dat de regering nooit serieus is, als ze het over keterbukaan (openheid) heeft. Die openheid is niet iets wat de regering ons toemeet, het is het resultaat van een permanent onderhandelingsproces tussen regering en samenleving. Deze openheid is geen bewust beleid, maar in zekere zin een zwaktebod, daarom is dit verschijnsel ook zo vergankelijk. Het kan afgelopen zijn, zodra de macht opnieuw wordt gecentraliseerd. Dit besluit zou wel eens kunnen duiden op een poging om de macht te consolideren in één centrum en te onderzoeken hoever ieders loyaliteiten gaan. Zo wordt het politieke spel in dit land gespeeld. Maar het is heel moeilijk geworden om het verlangen naar vrijheid van meningsuiting te onderdrukken.”

Is er verband tussen dit besluit en de machtsstrijd achter de schermen?

“Misschien wel. Er zijn kennelijk wrijvingen binnen de regering. Het gebrek aan samenhang tussen regeringsbesluiten neemt toe. Kijkt U maar naar het jongste decreet op de buitenlandse investeringen. Ministers lagen daarover openlijk met elkaar overhoop. Hetzelfde geldt voor de aankoop van die oorlogsschepen. Habibie koopt ze en zijn collega van financiën vindt ze te duur.”

Bent U tevreden over de reacties van de andere gedrukte media? Maar één krant sprak in een redactioneel commentaar zijn steun uit voor de drie.

“Ik heb nooit de illusie gehad dat de anderen openlijke solidariteit zouden betuigen met ons lot. Als er in Indonesië één magazine wordt verboden, hebben de andere daar baat bij. Ik verwacht ook niets van de top van onze officiële journalistenbond. Toch hoop ik dat de anderen beseffen dat de vrijheid nooit alleen sterft. Ons lot kan morgen hen treffen.”