Hond & auto

Hoe kijkt een hond tegen een auto aan? Ik had het me nooit met zoveel woorden afgevraagd, ik zou niet gauw op het voor de hand liggende antwoord zijn gekomen.

In Het verborgen leven van honden, een nogal tuttig boek overigens, beschrijft Elizabeth Marshall Thomas de omzwervingen van Misha, een Siberische husky. Misha woonde in Cambridge, een voorstad van Boston, en had de gewoonte aangenomen om op eigen houtje op pad te gaan. Uit klachten van omwonenden kon worden opgemaakt dat zijn privé-terrein een oppervlakte van driehonderdvijftig vierkante kilometer besloeg.

In het verkeer gedroeg deze vrijgevochten hond zich buitengewoon bedachtzaam. Hij scheen heel goed te begrijpen dat auto's gevaarlijk konden zijn, vooral op doorgaande wegen. “Daarom behandelde hij ze met respect. Aan de rand van de weg bleef Misha altijd onderdanig staan, met zijn kop en staart omlaag, zijn ogen half dicht en zijn oren beleefd gevouwen. Als de auto's hem hadden kunnen zien, zouden ze hebben begrepen dat hij hun gezag niet wilde betwisten.” Hij deed kortom een beroep op hun welwillendheid.

Conclusie: honden zijn geneigd auto's te bejegenen alsof het levende wezens zijn - een hond bekijkt de auto als een dier, een wreed, onredelijk beest.

Het moet een vreemde sensatie zijn, voor Rekel, dat je in een dier kunt stappen om naar het strand te gaan.