Hees, donker

Wat zo opviel aan Haya van Someren, in de oude televisiebeelden die kort geleden even overal te zien waren (wegens een boekje dat iemand over haar schreef) was haar stem. Nu ja, leuke pretoogjes had zij ook, maar vooral een mooie, lage stem. Het soort waar Margaret Thatcher jarenlang aan heeft gewerkt zonder zelfs maar een zweem van aantrekkelijkheid te bereiken. Heel anders dan Haya.

Waarom een lage vrouwenstem acceptabel en vaak aangenaam is en een hoge mannenstem niet, is slechts in theorie raadselachtig. Het is weer de oude regel dat een vrouw mannendingen mag, maar een man geen vrouwendingen: zij mag een broek, hij geen rok, zij mag sigaren roken, hij niet borduren. Het is de prijs die de man voor zijn status betaalt, dat hij hem moet hooghouden.

Twintigste-eeuwse seksgodinnen, Marlene Dietrich voorop, hebben zelfs opvallend vaak een lage stem. Zwoel, heet dat. Alleen in de traditionele kunsten zoals de opera zijn de belangrijkste en begerenswaardigste vrouwen steevast sopranen. Net als in het orkest, waar de violen (hard en hoog) meer aanzien genieten dan de altviolen (zoet en zacht).

Stem en sekse zijn hoe dan ook nauw verbonden. De stem is een geslachtskenmerk, daar helpt geen moedertje lief aan. Het is hoogst pijnlijk als je een onbekende aan de telefoon met 'mevrouw' aanspreekt, en het blijkt een man te zijn. Of omgekeerd, want een lage stem is okee, maar een vrouw op basis van haar stemgeluid bij de verkeerde kunne indelen is toch een sociale blunder.

Cultuurpessimisten zeggen altijd dat de telefoon onze beschaving zoveel kwaad heeft gedaan. De telefoon heeft het geschreven woord uit het dagelijks leven verdreven, en zowel gemakzucht als gejaagdheid gebracht. Maar hij heeft wel ons oor gescherpt voor stemmen. (Dat gaat zo ver dat in advertenties regelmatig wordt gevraagd om medewerkers met een 'goede telefoonstem'. Dan krijg je die zoetgevooisde, op en neer golvende stemmen van verkopers die tevens geleerd hebben dat ze om de haverklap je naam moeten noemen, om het persoonlijk contact te bevorderen.) Maar lange, liefdevolle telefoongesprekken, heel zacht, heel laag, daar zou je wel wat handgeschreven briefjes voor geven. Ik heb een tijd een groot zwak gehad voor iemand die - ik vind het nog steeds - een van de meest fantastische stemmen heeft die ik ken. Ietsje hees, donker, onweerstaanbaar. Ik was eens met hem aan het telefoneren en dacht net: lieve help, wat een opwindende stem heeft hij toch, toen hij zei: wat heb jij toch een lekkere stem. De herinnering aan zulke momenten koester je nog, stel ik mij voor, als je tachtig bent en alleen nog maar kunt krassen.

Het is wel mogelijk om te houden van iemand met een stem die eigenlijk te schel, te hard, of toonloos is; de meeste mensen merken het misschien niet eens. Zelf heb ik het toch altijd een beetje behelpen gevonden. Klein gebrek geen bezwaar, zoiets.

Bisschop Bar. Hans van Mierlo. Gerard Reve. Dat zijn mooie. Er zijn er nog veel meer, maar ik beperk mij even tot de Bekende Nederlanders - anders wordt het zo persoonlijk. Ligt het aan mij, of is het gebruikelijk dat een mens toch meer gespitst is op de karakteristieken van stemmen van het andere geslacht dan op die van haar of zijn seksegenoten?

En dan hebben we het nog niet over zingen gehad. O, wat benijd ik een bevriende zangeres die haar stem kan aanzetten als een helder instrument. En wat maakt het ook bij het zingen veel verschil als de bezitter van een stem een aardig of slim persoon is.

Dat zag je bij Don Giovanni, deze maand in het Concertgebouw. Donna Anna, de beklagenswaardige primadonna, had een schitterende sopraan - maar een nare tronie. Van haar stem werd je niet warm of koud. Donna Elvira, verleid en bedrogen, op zoek naar wraak maar eigenlijk nog hopeloos verliefd, werd gezongen door Charlotte Margiono. En die had het wel: warmte en ontroeringskracht in haar prachtstem.

Maar het mooist was toch Don Giovanni zelf, hier een Mick-Jaggerachtige verleider, toen hij met getokkelde begeleiding een liedje zong voor het kamermeisje van de arme Elvira. Het publiek krijgt haar niet eens te zien, zo onbelangrijk is zij. Maar voor haar zong Don Giovanni de sterren van de avondhemel, met een stem waar alle vrouwen in het gebouw wel voor hadden willen zwichten (en zeker ook een paar mannen).

Wie wil verleiden heeft in de eerste plaats een mooie stem nodig, dat is duidelijk.

Toen ik klein was kreeg je wel eens op straat of in de bus een eng, metalig geluid in je oren, dat afkomstig bleek te zijn van een persoon die een soort machientje in of op zijn keel droeg omdat hij anders niet zou kunnen praten. Heet dat een strottehoofdmicrofoon? Het was zo afschuwelijk om te horen dat ik vaak schrok: daar heb je het weer, terwijl het in geen velden of wegen te bekennen was.

Een stem is zo'n wezenlijk onderdeel van de gebruiker dat je, gesteld voor de keus die ik mijzelf als kind wel voorhield, of ik liever mijn stem kwijt wilde of een vinger, een voet, een arm, toch wel gek zou zijn om niet verscheidene ledematen te offeren voor je je eigen stem er aan gaf. Tenzij je er zo een hebt als Margaret Thatcher natuurlijk, of een paar Nederlandse politieke dames, geen Haya's, die ik maar ongenoemd laat.

Maar die kunnen toch al beter hun mond houden, of we hun voetjes er nu af hakken of niet.