Dollar: ieder voor zich, en God voor ons allen

AMSTERDAM, 22 JUNI. Op 4 mei van dit jaar wisten 19 centrale banken wereldwijd nog de eensgezindheid op te brengen om met steunaankopen van zo'n vijf miljard dollar de afglijdende koers van de Amerikaanse munt op te krikken. Gisteren keken de Europese centrale banken en de Amerikaanse Federal Reserve Board werkloos toe hoe de Bank of Japan eenzaam vocht om de dollar boven de grens van 100 yen te houden. Dat mislukte, de dollar brak door de grens om uiteindelijk in Azië iets hoger te sluiten op 100,40 yen, het diepterecord van augustus vorig jaar.

Tegenover de Europese munten is de lang verwachte stijging van de dollar intussen uitgebleven, en eind vorige week keerde de munt terug op een koers van onder de 1,80 gulden - de laagste sinds de herfst van vorig jaar.

De lage dollar is een probleem voor Japan en Europa, waar het bedrijfsleven zijn exportkansen ziet teruglopen. Daarnaast loopt de winst van bedrijven en beleggers op hun Amerikaanse investeringen terug omdat een lagere koers zich vertaald in een lagere opbrengst in de lokale valuta. Maar ook voor de VS wordt de navenant lage dollarkoers precair. De hogere grondstoffenprijzen en een verkrappende arbeidsmarkt gepaard aan de opleving van de Amerikaanse economie, hebben al geleid tot een verhoogde inflatie-angst. Door een lagere dollar wordt er alleen nog maar meer inflatie uit het buitenland geïmporteerd.

Het gemeenschappelijk belang noodzakelijk voor een tweede grote wereldwijde interventieronde leek er gisteren dus wel te zijn, en is bij een verdere koersdaling niet ondenkbaar. Maar de onduidelijkheden over de koers van het monetaire beleid in Europa en VS hebben de eensgezindheid intussen doen afnemen. De Bundesbank betreurt weliswaar het drukkende effect van de lagere dollar op de economische groei, maar die lijkt in Duitsland met een jongste prognose van 2 procent dit jaar beter dan verwacht. Het voordeel van een getemperde dollarkoers, die de inflatie in Duitsland verder drukt, lijkt daar in Frankfurt steeds meer tegenop te wegen.

Bij het monetaire beleid in de VS is het kiezen tussen twee kwaden. Al driemaal verhoogde Fed-chefGreenspan dit jaar de rentetarieven. Het achterwege laten van een vierde rentestap, die de dollarkoers op kan krikken, betekent dat Greenspans anti-inflatiebeleid minder geloofwaardig wordt. Dat vindt zijn weg naar een mogelijk verdere verzwakking van de dollar, nog lagere obligatiekoersen en een verder oplopende kapitaalmarktrente, die de economische activiteit in de VS op de lange termijn kan drukken.

Wel de rente verhogen betekent meer rust op de financiële markten. Maar volgens invloedrijke analisten als Neil McKinnon van Citibank moet zo'n renteverhoging sneller gaan dan de verwachte opleving van de inflatie, en dus verder dan de plaagstootjes die de Fed tot dusverre aan het inflatiespook uitdeelde.

De afzwakking van de Amerikaanse economische groei op de kortere termijn, die daar het gevolg van kan zijn, ligt politiek in de VS zeer gevoelig. Zo staat Alan Greenspan vandaag voor een moeilijke opgave in Washington, waar hij in het Huis van Afgevaardigden het beleid van de centrale bank verdedigt. Greenspan kan in zijn dillemma alleen maar hopen dat de huidige dollarcrisis snel wordt opgelost waar hij vorig jaar is begonnen: het conflict tussen de VS en Japan over een grotere toegang van de Japanse markt voor Amerikaanse produkten. Wellicht dat op de G7-top over twee weken in Napels geloofwaardig handels-akkoord oplevert.

Maar zelfs dan moet de 'Fed' rekening houden met fundamentele economische factoren. De inflatie-angst in de VS zit diep, de Europese economie - en ook de Japanse - krabbelen sneller op dan verwacht en het tekort op de betalingsbalans van de Verenigde Staten neemt toe van ruim 100 miljard dollar tot naar verwacht ruim 160 miljard dollar volgend jaar. Al deze factoren beginnen nu struktureel tegen de dollar te werken.

Door het Amerikaanse dilemma en de Europese terughoudendheid is de eengezindheid tussen de centrale banken over de dollarkoers zoek, en werd de Bank of Japan gisteren aan zijn lot overgelaten. Voor de grote centrale banken geldt sinds het laatste gemeenschappelijke concert in mei blijkbaar weer het oude credo, dat onzichtbaar op de zijkant van elke munt geschreven staat: ieder voor zich, en God voor ons allen.