Bestuur Rotterdamse Kunsthal sluit deur voor de wethouder

ROTTERDAM, 22 JUNI. Het bestuur van de Kunsthal in Rotterdam is woedend op de nieuwe Rotterdamse wethouder van cultuur, Hans Kombrink (PvdA), omdat hij zonder overleg vorige week heeft beweerd dat 'de positie van de Kunsthal nader bepaald moet worden'. Een kennismakingsbezoek dat vanmiddag moest plaatsvinden, heeft het bestuur afgezegd. Het wil eerst duidelijkheid.

De gewraakte zin staat in een notitie over de toekomst van de vier gemeentelijke musea, die morgen in de raadscommissie voor kunstzaken aan de orde komt. Deze musea - Boymans-van Beuningen, het Historisch, Maritiem en het Volkenkundig Museum - zouden geprivatiseerd moeten worden en gezamenlijk tentoonstellingen moeten samenstellen ten behoeve van de Kunsthal. Hoewel de eerder voorgenomen integratie van de baan is, acht Kombrink “het meer gezamenlijk naar buiten treden van de vier Rotterdamse musea van groot belang”, aldus een persbericht van B en W. De musea is gevraagd voorstellen te doen voor gezamenlijke presentaties, en die zouden inmiddels al bij de wethouder zijn ingediend.

De “verbijsterde” Kunsthal beweert niet in de plannen van Kombrink te zijn gekend. Het bestuur, waarvan drs. Neelie Kroes voorzitter is, eist inzage in de stukken en de voorstellen die door de wethouder zijn geformuleerd. De Kunsthal is een zelfstandige instelling. Het beleid is in de eerste plaats een zaak van het stichtingsbestuur en niet van de gemeente, aldus een woordvoerder van de hal. De Kunsthal heeft een moeilijke beginfase achter de rug, met veel geharrewar over een te krappe subsidiering. Het bestuur heeft ingestemd met de wens van de gemeenteraad om op het terrein van tentoonstellingen nauwer samen te werken met museum Boymans-Van Beuningen. De afspraken met Boymans krijgen binnenkort hun beslag. De directeur van de Kunsthal, Wim van Krimpen, ziet in het optreden van Kombrink een goed voorbeeld van het gewenningsproces dat de overheid moet doormaken om niet meer te kunnen dicteren bij verzelfstandigde instellingen.

Kombrink liet gisteren weten 'verbaasd en teleurgesteld' te zijn over de reactie van het Kunsthal-bestuur. Hij heeft een dringend beroep gedaan op het bestuur om het geplande beraad vanmiddag toch door te laten gaan, maar zegt tevens de behoefte van het bestuur om zich eerst nader te willen beraden, te respecteren. De passage over het nader bepalen van de positie van de Kunstal “moet worden beschouwd tegen de achtergrond van een gewenst gezamenlijk museumbeleid van de vier Rotterdamse musea en de rol die de Kunsthal daarin zou kunnen spelen”, aldus de wethouder. Ideeen hierover zijn volgens hem in maart van dit jaar al geventileerd in een advies over het Rotterdamse museumbeleid van dr. J. Vaessen, directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem. “De bedoeling was deze eerst met alle betrokkenen te bespreken. Het is klip en klaar dat de wethouder niet zonder het bestuur van de Kunsthal hierover besluiten wil nemen”, aldus Kombrink.