Afscheid van communisme valt de Wit-Russen zwaar

MINSK, 22 JUNI. Een kansrijke kandidaat krijgt een kogel in zijn arm, een partijdig artikel uit een niet-bestaande Nederlandse krant zaait verwarring en de televisie valt plotseling uit. Zo kalm als Wit-Rusland doorgaans is, zo rumoerig verloopt de campagne voor de presidentsverkiezingen van morgen. Maar het betreffen dan ook de eerste verkiezingen sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in een land dat maar geen afscheid kan nemen van het communisme.

Het 10,5 miljoen inwoners tellende Wit-Rusland is in 1991 niet zozeer uit eigen overtuiging onafhankelijk geworden alswel door de opeenvolgende onafhankelijkheidsverklaringen van de andere Sovjet-republieken. In de hoofdstad Minsk wijst voor het regeringsgebouw een kolossaal beeld van Lenin nog altijd de weg. De oprichter van de geheime politie, Feliks Dzerzjinski, heeft nog steeds een buste voor het monumentale pand van de organisatie die hier onveranderd de KGB heet. En op het kopen en verkopen van goederen met het doel winst te maken staat sinds kort weer gevangenisstraf.

Ook de presidentsverkiezingen vertonen nog communistische trekjes, zegt hoofdredacteur Michail Volodin van Minsk Economisch Nieuws. Dit tweewekelijks verschijnende blaadje is een van de weinige kranten in Wit-Rusland die niet met steun van de Opperste Sovjet zijn opgericht. Het redactielokaal meet dan ook niet meer dan drie bij vier meter en is gehuurd in een lokale bioscoop. Niet te vergelijken met die van De Republiek, een krant die elke dag opent met een bericht over weer een nieuwe weldaad van premier Vjatsjeslav Kebitsj. De premier, die een lange staat van dienst heeft in de communistische partij en de staatsindustrie, is inmiddels veruit favoriet voor het eerste presidentschap van Wit-Rusland.

Het was Volodin die deze week belde om inlichtingen over de 'Amsterdamse Koerier', een Nederlandse krant die onlangs in een analyse over de naderende verkiezingen premier Kebitsj zou hebben getypeerd als een realistisch en alom gerespecteerd politicus. Stanislav Sjoeskevitsj, kandidaat van de democratische oppositie, werd door de Koerier beschreven aan de hand van zijn joodse moeder en zijn Poolse, katholieke vader. Dit opmerkelijke artikel uit het goed bekend staande Nederland is dezer dagen overgenomen door maar liefst drie Wit-Russische dagbladen met een gezamenlijke oplage van meer dan een miljoen. Een provocatie, concludeerde Sjoeskevitsj, omdat er helemaal geen Amsterdamse Koerier bestaat. Volodin schrijft dat ook in zijn eerstvolgende nummer, maar zijn krant heeft slechts 10.000 lezers.

Pag.5: Wit-Rusische campagne zit vol 'dirty tricks'

Er is ook ophef ontstaan over het ronselen van handtekeningen door Kebitsj-gezinde directeuren van staatsbedrijven en op de politieacademie in Minsk. In de grensstad Brest zouden bejaarden 5 gulden krijgen in ruil voor een stem op de premier en er gaan zelfs geruchten over valse stembiljetten. In de meeste kranten en op het televisiejournaal zie je het allemaal niet terug. Wel heeft iedere kandidaat twee uur zendtijd op radio en televisie gekregen, maar het kan gebeuren dat tijdens hun uitzendingen plotseling belangrijke zendmasten uitvallen, zoals de oppositiekandidaten Sjoeskevitsj en Zjanon Pozjnak deze week overkwam.

Het kamp van kandidaat Kebitsj wil niet op de beschuldigingen reageren. De huidige premier is van alle kandidaten veruit het meest zichbaar op televisie en in de kranten, maar toegankelijk zijn hij en zijn campagneteam allerminst.

Het meest geruchtmakende incident is de aanslag op kandidaat Aleksandr Loekasjenko. Deze jonge (ex-)communistische parlementariër heeft naam gemaakt als flamboyant corruptiebestrijder. Hij zegt vorige week op weg naar huis te zijn neergeschoten. Hij had werkelijk een schotwond in zijn arm, maar volgens de politie heeft hij zelf de trekker overgehaald als onderdeel van zijn verkiezingscampagne. “Onzin”, zegt Michail Sazonov, een jurist die hoopt Loekasjenko's minister van binnenlandse zaken te worden. “De autoriteiten zijn in paniek omdat zij bij deze verkiezingen voor het eerst hun macht kunnen verliezen. Zij zijn bereid alles te doen om te winnen.”

Van de zes kandidaten wordt Loekasjenko nog de meeste kans toegedicht om Kebitsj te verslaan. Met zijn niet aflatende beschuldigingen van corruptie onder topfunctionarissen verwoordt hij wat onder de kiezer leeft: daarboven deugen ze niet, de bezem moet er doorheen. Loekasjenko, die regelmatig met de Russische demagoog Vladimir Zjirinovski wordt vergeleken, heeft een eenvoudige oplossing voor het corruptieprobleem: de ambtenarensalarissen moeten omhoog. Verder moet volgens hem regelgeving voor economische activiteiten strenger en duidelijker worden, zodat ambtenaren geen ruimte meer hebben om zelf te kunnen beslissen over corruptie-gevoelige onderwerpen als de opening van een winkel.

Loekasjenko is geen voorstander van de vrije markt. Volgens de kandidaat, die in 1990 in de hoedanigheid van directeur van een staatsboerderij in de nu nog zittende Opperste Sovjet is gekozen, moet de produktie weer zoveel mogelijk worden gecontroleerd door de staat. Hij pleit ook voor nauwere banden met Rusland, liefst in een soort Slavische Unie die dan als opvolger mag worden beschouwd van de Sovjet-Unie.

Loekasjenko's neo-communistische ideëen worden gedeeld door twee minder kansrijk geachte kandidaten en ook door premier Kebitsj zelf. Kebitsj heeft als belangrijkste oplossing van de economische problemen echter vooral de geplande monetaire unie met Rusland op het oog. De overeenkomst die hij deze winter daarover met zijn Russische collega Tsjernomyrdin heeft gesloten voorziet in overdracht van bevoegdheden aan Moskou waar het de vaststelling van de Wit-Russische belastingen, importtarieven en begroting betreft. Daar staat dan tegenover, zo verwacht Kebitsj, dat Rusland voor zijn leveranties van energie en grondstoffen aan zijn kleine buur voortaan weer Russische prijzen hanteert inplaats van de wereldmarktprijzen die Wit-Rusland sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in grote geldnood hebben gebracht.

Van de presidentskandidaten willen alleen de 'democraten' Sjoeskevitsj en Pozjnak de Wit-Russische economie in Westerse zin hervormen. Sjoeskevitsj is de man die Wit-Rusland als parlementsvoorzitter en 'voorlopig president' naar de onafhankelijkheid heeft geleid, maar die door tegenwerking van het parlement sindsdien niet veel verder is gekomen. In januari werd hij door het conservatieve parlement tot aftreden gedwongen. De voormalige hoogleraar wordt door het nationalistisch-democratische Volksfront, dat hem aanvankelijk steunde, nu gezien als een studeerkamergeleerde met te slappe knieën.

Het front wordt geleid door Zjanon Poznjak, een oud-dissident en mensenrechtenactivist. Pozjnaks staat van dienst is onberispelijk, maar dat lijkt zich op de televisie in zijn geval te vertalen als saai. “Voor ons zijn de eerste vrije parlementsverkiezingen, als die tenminste ooit worden gehouden, minstens even belangrijk als de uitslag nu”, zo relativeert campagnemedewerkster Valentina Trykoebovitsj een eventuele nederlaag al. Op Pozjnaks vooral door historici en journalisten bevolkte hoofdkwartier rolde maandagavond al een ontwerp-persbericht uit de computer over geconstateerde fraude op de verkiezingsdag.