Universiteit Nijmegen maakt oude foto's van Alinari's toegankelijk

NIJMEGEN, 21 JUNI. De vakgroep kunstgeschiedenis van de Katholieke Universiteit van Nijmegen is begonnen een van de oudste fotoarchieven ter wereld te automatiseren en toegankelijk te maken voor een groter publiek. Het project, dat wordt uitgevoerd in samenwerking met het fotobedrijf Fratelli Alinari in Florence, neemt zes tot zeven jaar in beslag. Zo'n 250.000 foto's, die tussen 1860 en 1920 door leden van de Italiaanse fotografenfamilie Alinari zijn gemaakt, worden aangevuld met kunsthistorische gegevens en ingevoerd in een computerprogramma. De meeste afbeeldingen zijn van Italiaanse kunstwerken, maar er zijn ook landschappen bij, gebouwen, portretten en alledaagse taferelen.

In 1852 richtten Leopoldo, Romualdo en Guiseppe Alinari, pioniers in de fotografie, in Florence de studio Fratelli Alinari op. Het bedrijf ging over van vader op zoon tot het in 1920 in andere handen kwam. De foto's waren van hoge kwaliteit. Vanaf het begin fotografeerden de Alinari's kunstvoorwerpen en architectuur in Florence, en in andere delen van Italië. Onder andere legden ze de hele collectie van het archeologisch museum in Napels vast op de glasplaat. Maar ze legden zich ook toe op landschappen, industriële en sociale ontwikkelingen en portretten. Veel belangrijke sociale figuren, politici

en vorsten die Florence aandeden, poseerden voor de Alinari's.

Opvallend van hun foto's is de grote scherpte en het contrast tussen licht en schaduw. “De familieleden streefden bij het fotograferen absolute technische perfectie na,” zegt kunsthistorica Wineke Weusten van de vakgroep kunstgeschiedenis die zich met het project bezighoudt. “De penseelvoering op schilderijen en fresco's is haarscherp te zien.” Alinari-foto's zijn altijd veel gebruikt om boeken over Italiaanse kunst te illustreren. Tegenwoordig houdt de firma zich nog steeds bezig met kunstfotografie en het uitgeven van kunstboeken. Ook worden röntgen- en infrarood-opnamen gemaakt voor wetenschappelijk onderzoek en restauratiedoeleinden. Het archief in Florence bevat 1,5 miljoen historische foto's, waarvan 400.000 op glasplaat. Daaronder bevinden zich ook historische collecties van andere fotografen die het bedrijf heeft gekocht of door schenking gekregen. Het archief is van grote kunsthistorische betekenis en wordt gebruikt voor exposities, publicaties, advertenties, wetenschap en onderwijs. Het bevat foto's van gebouwen die inmiddels zijn gesloopt, van beelden vóór zij door luchtverontreiniging werden aangetast en van kunstwerken en monumenten voor én na vroegere restauraties. Veel oude foto's bevatten waardevolle informatie voor huidige restauratiewerkzaamheden. Sinds 1985 beschikt het bedrijf over een klein museum in het Palazzo Rucellai in Florence: het Museo di Storia della Fotografia Fratelli Alinari. Daarin wordt de geschiedenis van de firma verteld en worden tijdelijke tentoonstellingen gehouden.

Het oude archief wordt bewaard op kwetsbare glasnegatieven van 21 bij 27 cm, die stuk voor stuk in bruin pakpapier zijn verpakt. De vakgroep van de Nijmeegse universiteit had enkele jaren geleden een deel van dit archief, op microfiche gezet, gekocht. “We konden er echter bijna niets in terugvinden,” zegt Weusten. “De afbeeldingen zitten op een volgorde die veel voorkennis veronderstelt. Bij veel schilderijen is maar summier aangegeven om welk werk het gaat, soms zijn het alleen detailopnamen. Bij voorbeeld van het Laatste Oordeel van Michelangelo in de Sixtijnse Kapel zijn veel details gefotografeerd, maar er staat niet meer bij dan 'Laatste Oordeel'. Om te weten om welk onderdeel het gaat is veel iconografische kennis nodig. Daardoor ontstond het idee om het archief te ontsluiten. Bij Alinari voelden ze er ook meteen voor. Ze hebben daar iemand die al tientallen jaren in het archief werkt en er wegwijs in weet, maar als die wegvalt zitten ze ook met de handen in het haar. We hebben er twee jaar over gedaan om het project rond te krijgen. Per foto gaan wij nu uitzoeken wat erop staat en vullen dat aan met kunsthistorische aspecten. Als bij voorbeeld bij een schilderij alleen 'Madonna met kind en heilige' staat aangegeven, kijken wij welke heilige is afgebeeld en voeren daarover ook informatie in, en we zoeken uit wie het heeft geschilderd. In dit iconografisch identificeren van de foto's gaat de meeste tijd zitten.”

Het samenwerkingsproject is vastgelegd in een contract tussen Fratelli Alinari en de Nijmeegse universiteit. Alinari betaalt voor de ontwikkeling van de software een bedrag van 1,95 gulden per ontsloten foto. De universiteit stelt mankracht ter beschikking. De originele foto's blijven in Florence en het bedrijf houdt het copy-right. Voor afdrukken van foto's zal men altijd bij Alinari terecht moeten, de microfiches zijn daar niet geschikt voor.

De universiteit was al vijf jaar bezig het eigen fotoarchief te automatiseren. Voor het Alinari-project wordt een toegankelijk softwareprogramma ontwikkeld in het Italiaans en het Engels dat daarop voortborduurt. Het is geschikt voor onderwijs en onderzoek, maar ook voor gebruikers als uitgeverijen. De software zal te zijner tijd door Alinari op de markt worden gebracht. Weusten: “We kunnen bij de microfiches diskettes met gegevens leveren, of de gegevens direct koppelen aan de afbeeldingen. In de verre toekomst kan het geheel eventueel nog worden aangeboden op een internationaal netwerk.”