Spiritualiteit verdient ook bestudering

Anton van Hooff uitte vorige week woensdag op deze pagina zijn verontrusting over de toenemende belangstelling van studenten voor transcendente meditatie, homeopatie en astrologie. Met dergelijke onderwerpen hoort de wetenschap zich niet bezig te houden, vond hij. Niet iedereen is dat met hem eens.

Hoe is het mogelijk dat iemand uit wetenschappelijke kring in deze tijd zó slecht geïnformeerd is over het onderwerp spiritualiteit en bewustzijnsontwikkeling?

Aangezien de wetenschap toch van belang wil zijn voor het totale leven is zij gelukkig uit haar benauwde kamertje van de beperkte benaderingen gekomen. Dit proces is al enkele decennia op gang en heeft veel uitstekende onderzoekingen opgeleverd. Research die de zware test van peer review heeft doorstaan vindt zijn weg naar gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften.

Onderwerpen als spiritualiteit en bewustzijn werden lange tijd geacht te behoren tot het domein der religie en geloof, maar door uitgebreid en goed wetenschappelijk onderzoek wordt nu ook dit gebied sinds vele jaren gelukkig ook op universiteiten serieus bestudeerd.

Met name het onderzoek naar Transcendente Meditatie heeft gezorgd voor een enorme doorbraak van wetenschappelijke kennis over deze aspecten van leven. Aan meer dan tweehonderd universiteiten en onderzoeksinstellingen in zevenentwintig landen werden ruim vijfhonderd onderzoeken verricht, waarvan een groot aantal zijn weg vond naar vaktijdschriften. Deze documenteren dat bewustzijnsontwikkeling objectief meetbaar is, psychologisch, fysiologisch en sociologisch.

Het blijkt bijvoorbeeld dat regelmatige beoefening van Transcendente Meditatie leidt tot afname van stress en angst; toename van weerstandsvermogen en energie; beter concentratievermogen en studieresultaten; afname van hoge bloeddruk; verlichting van slapeloosheid; en toename van geluk en levensvervulling. Een aantal opmerkelijke bevindingen betreffen een sterk verminderde afname van doktersbezoek en ziekenhuisopnamen, teruglopen van ziekteverzuim bij bedrijven, afname tot veertig procent van recidivisme bij gedetineerden die Trancendente Meditatie leerden, en zelfs verbetering van de sociale omgeving bij grootschalige groepsmeditaties.

Ook hebben open-minded medische wetenschappers natuurgeneeswijzen als Ayur-Veda, het oudste bekende gezondheidssysteem uit India, aan de kritische test van de Westerse wetenschappelijke benadering onderworpen. In tegenstelling tot de reguliere geneeskunde bleek deze aanpak zeer veelbelovend voor chronische ziekten. Een zorgverzekeraar die de vergoeding van bepaalde aspecten van Ayur-Veda in haar pakket heeft opgenomen meldt in één van haar brochures: “Ziekten als reuma, astma, hoge bloeddruk, psoriasis, obstipatie en suikerziekte worden via Ayur-Veda al duizenden jaren succesvol behandeld. Iedere behandeling is niet gericht op symptoombestrijding, maar op werkelijke genezing, herstel van het natuurlijk evenwicht en preventie van terugkeer van de ziekte.”

Maharishi Ayur-Veda is vooral gericht op preventie. Belangwekkend onderzoek is verricht naar de effectieve bestrijding van vrije radicalen. Er wordt gewerkt met onder andere reinigingskuren, kruidenpreparaten en diëten. Regelmatig worden in vele Westerse landen trainingen gegeven voor artsen.

Dit alles moge duidelijk maken, dat de door Van Hooff gebruikte term 'obscurantisme' hier niet van toepassing is. Wetenschappers moeten anno 1994 toch vrij zijn zonder vooroordeel nieuwe velden te exploreren, zonder a priori wat dan ook uit te sluiten of door wie dan ook verketterd te worden. Scepsis, die slechts vooroordelen voedt ten opzichte van alles wat buiten het gebaande pad ligt, leidt tot een verstarde en bureaucratische universiteit waar iedereen van af zal willen. Gezonde scepsis die via de weg der methodische twijfel van onderzoek alles bekijkt en dan het kaf van het koren scheidt, stimuleert creativiteit en ontwikkeling en maakt de universiteit tot een tempel van wijsheid. Een universiteit waar dan een ieder iets aan heeft.