Scepsis en gnosis (4)

Van Hooff prijst twijfel als de bestaansgrond van iedere academicus. Uitgaande van dit criterium mist zijn artikel elke bestaansgrond. Ik bespeur namelijk geen twijfel bij de schrijver. Hij laat zich laatdunkend uit over mensen die zich serieus bezighouden met verschijnselen, waarvan (terecht opgemerkt) de wetenschappelijke verklaring of een dito bewijs niet gegeven is.

Het mooie van twijfel is dat het aarzelt een oordeel te hebben, voordat dit redelijkerwijs is onderbouwd. De schrijver kent deze aarzeling niet: hij wijst af, hij maakt belachelijk en hij doet dit zonder onderbouwing. De “lange mars van redeneren, verifiëren en falsifiëren” mis ik in zijn verhaal.

Een ander punt is de wetenschappelijke verklaarbaarheid of bewijsbaarheid van de fenomenen 'tussen hemel en aarde'. De pogingen van de 'alternatieven' in deze sfeer, in wezen om de scepsis zoals die bij de schrijver leeft tegemoet te komen, spreken mij ook niet aan. Het probleem ligt bij de beperkingen die de wetenschappelijke benaderingswijze per definitie in zich draagt. Wat zich buiten het wetenschappelijke denkraam bevindt, is dan ook voor de wetenschap verloren, althans voor de wetenschap zoals die wordt gepredikt (want ook dit is een geloof) door Anton van Hooff. Dat het mogelijk zal zijn om dit denkraam te vergroten, is voor de schrijver kennelijk geen reële optie.

Het is ook niet gemakkelijk om verder te kijken dan de eigen horizon: het geeft je echter wel de kans om eens te ontdekken dat de aarde niet plat, maar rond is. Het is evenmin eenvoudig om de twijfel als methodiek op de eigen overtuiging van toepassing te verklaren en zo bijvoorbeeld te ontdekken dat de aarde om de zon draait en niet andersom.