Scepsis en gnosis (1)

Kan Anton van Hooff (NRC Handelsblad, 15 juni) eigenlijk wel instemmen met de door Nederlandse artsen gevoerde Aesculaap, alsmede met de door hen afgelegde eed?

De priesters die tempeldienst voor hun geneeskundegod Asklepios verrichtten, werden geacht genezingen te bewerken - maar merkwaardigerwijze gebeurde dat veelal door hypnotische suggestie. Het was uitgerekend Hippocrates die de leiding had van hun belangrijkste medische priesterschool op Kos. Wat zien we dus? Hippocrates, de 'vader der wetenschappelijke geneeskunst', genas destijds vooral door hypnotische suggestie. Intussen was hij óók de werkelijke ontdekker van het homeopathische similia-principe. Van Hooff's voorstel om de arts uit Lelystad (die er 'een soort vochtenleer' op na houdt) zijn artsdiploma te ontnemen is dus typerend voor Van Hooff, en niet voor de kwaliteiten van die arts.

Hahnemann was arts èn chemicus, mèt een talenknobbel. Hij blijkt de ontdekker te zijn van de latere colloid-chemie, waarbij de dispersie de werking verklaart. Het is op die colloid-chemie dat de homeopathie rust en daarover zijn wetenschappelijke publikaties beschikbaar.