Rentepaniek

KAN HET OPHOUDEN? De internationale financiële markten, sinds februari in mineur, zijn volkomen van slag. De optimistische verwachtingen voor 1994, gevoed door de koerswinsten van 1993, worden met harde hand gelogenstraft. De 'rentehobbel', waarover professionele deskundigen begin dit jaar nog bagatelliserend spraken, blijkt een bergrug van de hoogste categorie te zijn.

De oorzaak voor de financiële ellende ligt in de Verenigde Staten. Het draait, zoals steeds in de afgelopen decennia, om de dollar. De afwezigheid van een krachtig dollarbeleid vertaalt zich in onzekerheid op de financiële markten, in oplopende rente op de kapitaalmarkten. De dalende obligatiekoersen slepen vervolgens de aandelenkoersen in hun val mee.

De Amerikaanse regering laat een verzwakking van de dollar toe, voor een deel om het binnenlandse economische herstel niet te verstoren, voor een deel om landen waarmee de VS een chronisch handelstekort hebben, zoals Japan, te treffen. De dollarzwakte wordt aangewakkerd door het psychologische gevoel dat de Clintonites in hun buitenlandse beleid geen sterk optreden vertonen.

DE FED, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, is tot nu toe terughoudend geweest met renteverhogingen. Achteraf bezien is het duidelijk dat het lage-rentebeleid eerder had moeten worden losgelaten en de kleine stappen die de Fed sinds februari heeft genomen onvoldoende zijn om het vertrouwen van de financiële markten te winnen. Men verwacht dat economische groei zal leiden tot oplopende inflatie en men observeert de onverschilligheid van de regering ten aanzien van de dollar. Lage rente en een lage dollar leveren op korte termijn banen op.

In geïntegreerde en gedereguleerde kapitaalmarkten, waarop overheden steeds minder greep hebben, bestaan geen schuilplaatsen. En dus beweegt de Amerikaanse malaise zich met de snelheid van de elektronische verbindingen naar de Europese markten. Met als verschil dat tegenover de zwakke dollar een sterke D-mark staat en dat de economieën in continentaal Europa zich nog nauwelijks hersteld hebben van de recessie. Toch is in Europa, waar de inflatievrees minder gegrond is dan in de VS, de rente op de kapitaalmarkt omhoog geschoten en kelderen de obligatie- en aandelenkoersen. De Bundesbank, die de Europese rentepolitiek bepaalt, staat met de rug tegen de muur: een Duitse rentedaling om de dollar te hulp te komen, zal leiden tot een nog hogere kapitaalmarktrente.

HET ANTWOORD op de crisis moet dus uit de Verenigde Staten komen. Bezorgde commentaren wijzen de laatste dagen op de parallelen met eind jaren zeventig, de jaren van president Jimmy Carter. Zijn zwakke buitenlandse beleid en aarzeling om de inflatie (toen overigens dertien procent) aan te pakken, leidden tot een historisch dieptepunt voor de dollar. Pas de draconische renteverhogingen van Paul Volcker in 1979 en het herstel van het internationale vertrouwen in het Amerikaanse economische en politieke beleid van Reagan, na 1981, leidden tot herstel en uiteindelijk schoot de dollar ver door. Zover hoeft het niet te komen, maar meer kracht voor de belangrijkste munt op aarde is hoog nodig. Dat vereist maatregelen in Washington.

Voor het komende Nederlandse kabinet komen de koersontwikkelingen overigens buitengewoon ongelegen: de dollar is ruim tien procent minder waard dan waarvan is uitgegaan bij de berekening van de aardgasopbrengsten en de rente is anderhalf procentpunt hoger, zodat de lasten op de staatsschuld zwaarder wegen. De nieuwe coalitie kan de extra bezuinigingen alvast intekenen.