Partijen in Cambodja kiezen voor oorlog in plaats van dialoog

PHNOM PENH, 21 JUNI. De Cambodjaanse regering heeft besloten de oorlog tegen de guerrillastrijders van de Rode Khmer voort te zetten, na het mislukken van de jongste vredesbesprekingen. Dat blijkt uit een brief die co-premier Hun Sen zaterdag heeft gestuurd aan koning Sihanouk en waarvan de inhoud vandaag bekend werd.

De tweede premier - Sihanouks zoon, prins Ranariddh, is de eerste - zegt dat de Rode Khmer bij de vredesbesprekingen van de afgelopen tijd heeft geweigerd in te stemmen met een staakt-het-vuren en dat de weg van de dialoog daardoor is vastgelopen. “Sommige mensen zeggen dat Zijne Majesteits regering heeft geweigerd zich te schikken omdat het de voorkeur zou geven aan de militaire optie... maar de regering heeft geen keus”, zo schrijft Hun Sen. Het leger is volgens Hun Sen alleen uit op verdediging van het regeringsterritorium (80 procent van het Cambodjaanse grondgebied). “Afwachten zou betekenen dat de Rode Khmer hun controle over land en volk kunnen uitbreiden en dan zou het niet lang meer duren voor ze weer aan de macht zijn”, aldus Hun Sen. De Rode Khmer legde Cambodja tussen 1975 en 1979 een communistisch schrikbewind op dat aan ten minste een miljoen mensen het leven heeft gekost.

De Cambodjaanse regering besloot het afgelopen weekeinde, in opdracht van Sihanouk, het civiele kantoor van de Rode Khmer in de hoofdstad Phnom Penh te sluiten. Sihanouk zei in een boodschap aan Rode-Khmerleider Khieu Samphan dat het “verstandig” was de leden van zijn organisatie “snel uit Phnom Penh terug te trekken”. De zeven medewerkers van de Rode Khmer kregen hierop de opdracht ogenblikkelijk te vertrekken. Enkelen van hen zijn naar Bangkok vertrokken, anderen naar het militaire hoofdkwartier van de Rode Khmer in het westelijke Pailin.

De Rode Khmer mocht in het kader van het vredesproces in Cambodja in december 1991 weer een vestiging openen in Phnom Penh. Norodom Sihanouk, die een maand eerder in de hoofdstad was teruggekeerd en meteen weer tot staatshoofd werd uitgeroepen, (hij was in de jaren vijftig en zestig onder verschillende titels staatshoofd, tot hij in 1970 door hoge militairen werd afgezet) was degene die steeds de dialoog met de Rode Khmer gaande wenste te houden.

Ook toen de Rode Khmer vorig jaar de vrije, door de Verenigde Naties georganiseerde verkiezingen boycotte, bleef Sihanouk - in september 1993 werd Cambodja weer een koninkrijk onder hem - in gesprek met de Rode Khmer. De Rode Khmer hervatte na de verkiezingen de guerrillaoorlog tegen het nieuwe regeringsleger, een samenvoeging van de oude communistische troepen van Hun Sen, het royalistische ex-guerrillaleger (ANS) van Sihanouk en Ranariddh, en het voormalige nationalistische guerrillaleger (KPNLF). In het westen van het land, nabij de Thaise grens, werd de afgelopen maanden harde strijd gevoerd. Het leger slaagde niet in zijn opzet het hoofdkwartier van de Rode Khmer in Pailin te veroveren. De door Sihanouk geëntameerde vredesbesprekingen, waarvan de laatste ronde onlangs in de Noordkoreaanse hoofdstad Pyongyang werd gehouden, liepen op niets uit. Een functionaris van de Rode Khmer, Tep Khunnal, zei gisteren voor zijn vertrek uit Phnom Penh dat de oorlog zal verhevigen. “We hebben geen keus, we moeten onszelf verdedigen.”

Intussen heeft de Franse regering, in navolging van de Amerikaanse en Australische besloten niet de militaire hulp te verstrekken waar Phnom Penh om had gevraagd, zo meldden Thaise kranten zondag. (AP, AFP)