Omslag in de kritiek

De Gids, 15ste jrg nr 5. Meulenhoff, 82 blz. ƒ 14,90

De Gids brengt een eerbetoon aan de vrouw die de Nobelprijs voor literatuur kreeg in 1993: Toni Morrison. In de rubriek 'Buitenlandse literatuur', die qua klank en aanpak bijna een tijdschrift binnen het tijdschrift vormt, schrijven redacteuren Christel van Boheemen, Klaus Siegel, Willem G. Weststeijn en gast Graa Boomsma over de bekroonde schrijfster. Frappant is, en misschien mogen we hier voorzichtig spreken van een belangwekkende omslag in de Nederlandse literatuurkritiek, dat de auteurs in hun artikelen expliciet maken vanuit welke lezerspositie zij Morrison beoordelen. In zoverre, dat ze tenminste geslacht, nationaliteit en huidskleur van invloed achten op hun waarnemingen als lezer. Andere factoren, zoals sociale klasse, religie en seksuele geaardheid, spraken vanzelf of waren in dit geval minder relevant.

De redactie spreekt van “uiteenlopende en soms tegenstrijdige gezichtspunten en conclusies omtrent de aard en de waarde van Morrisons oeuvre, waaruit moge blijken dat wat men in een tekst ziet veel te maken heeft met de wijze waarop men kijkt, en dat daarmee het laatste woord over Morrison voorlopig nog niet is gezegd.”

Siegel (Tar Baby: 'een rotboek') en Weststeijn (Beloved) werden teleurgesteld door Morrison. Weststeijn prijst Morrison om haar niet beperkt-vrouwelijke visie, haar (soms te) exuberante taalgebruik, haar spanningsopbouw, maar: “wie haar Afro-Amerikaanse wereldbeeld niet deelt blijft onbevredigd: hij blijft steken in het onwaarschijnlijke en wordt niet geconfronteerd met het universele. Een echt grote roman is Beloved daarom niet.” Het is duidelijk dat Weststeijn met zijn universele literaire kwaliteiten ('Goede literatuur staat altijd boven de ideologie') uiteindelijk weinig boodschap heeft aan een uiterst subjectieve, privé-manier van lezen.

Van Boheemen en vooral Boomsma zijn enthousiast over Morrison, hoewel de eerste ook kritiek heeft, en veel vragen. Morrisons voorkeur voor emoties en hevige gemoedsaandoeningen noemt ze 'bedenkelijk': “Gekte, irrationaliteit en excentriciteit worden afgeschilderd als idealen. Morrisons verheerlijking van affect herinnert aan de wijze waarop het vitalisme van Nietzsche is afgeschilderd, en draagt vergelijkbare gevaren in zich. (-) Zo behelst Morrisons nadruk op affect de paradox dat haar esthetisering die bedoeld is om een indringend beeld van een eigen Afro-Amerikaanse identiteit te schetsen, die tegelijk uitholt tot stijl, fictie of tot tekst.”

Verder: een nieuw verhaal van Margriet de Moor, Ben Knapen over 'Hoe au courant is de krant', en psychiater Mark Richardz met een 'pathografie' van Pablo Picasso met 'enerzijds het onweerstaanbare fascinosum van zijn persoonlijkheid, maar anderzijds zijn verscheurende, parasitaire en tenslotte vernietigende invloed'.