Monumentenzorg levert Rijk geld op

ROTTERDAM, 21 JUNI. Restaureren van monumenten levert de overheid geld op. Dat is de conclusie van een onderzoek dat de Nationale Investeringsbank (NIB) op verzoek van het ministerie van WVC heeft uitgevoerd naar de economische en belastingtechnische effecten van monumentenzorg. Het 'terugverdieneffect' voor de overheid is hierbij twee keer zo groot dan bij andere subsidies, zoals individuele huursubsidie.

Ir. drs. L. de Graaff van de Nationale Investeringsbank (NIB) presenteerde maandag in Den Haag op een bijeenkomst van de Stichting Nationaal Restauratiefonds de uitkomsten van het onderzoek. Van elke gulden die de overheid aan monumentenzorg uitgeeft, zo berekende het NIB, ontvangt ze 56 cent terug. Dit bedrag kan later oplopen tot 63 cent. Op iedere 100 miljoen gulden die de overheid voor restauratie beschikbaar stelt, legt de eigenaar gemiddeld 151 miljoen gulden toe. Dit bedrag is zo hoog omdat de eigenaar in het gebouw vaak eigentijdse voorzieningen aanbrengt. Het NIB rekende verder uit dat iedere 100 miljoen gulden aan subsidie 1.050 manjaren werk oplevert.

Na 2005 verschaft WVC geen subsidie meer aan het Nationaal Restauratiefonds, omdat dit zich tegen die tijd zelf kan bedruipen met rente-inkomsten en terugbetaalde leningen. Het Restauratiefonds krijgt nu jaarlijks 85 miljoen subsidie van WVC. Drs A. Welgraven, directeur van het Restauratiefonds, pleitte er vandaag voor het Strategisch Plan Monumentenzorg van minster d'Ancona ten uitvoer te brengen. De minister heeft voorgesteld monumentenzorg de de komende tien jaar 1,4 miljard gulden extra subsidie te geven om de achterstand in de restauratie van de 43 duizend in Nederland geregistreerde monumenten weg te werken. Volgens Welgraven kan die 'terugverdiendende' subsidie na tien jaar terugzakken tot 50 miljoen gulden. Minster d'Ancona heeft het plan en het onderzoek van het NIB naar de Tweede Kamer gestuurd, waar het bij de begrotingsdebatten zal worden behandeld.