'Milieu is nog steeds een luxe probleem'; Opstellers wetenschappelijk rapport over milieubeleid

DEN HAAG, 21 JUNI. Het huidige milieubeleid heeft volgens de Wageningse hoogleraar I.J. Schoonenboom, “zijn langste tijd gehad”. “Er is de afgelopen tien jaar veel over de achteruitgang van het milieu bekend geworden. Dat heeft een soort schokeffect gehad. Aan de meest evidente vormen van verspilling en vervuiling wordt gewerkt. Maar nu is er een ingrijpender beleid nodig.”

Met prof.dr.ir. R. Rabbinge, lid van de WRR, is Schoonenboom de belangrijkste auteur van het vandaag verschenen rapport 'Duurzame risico's: een blijvend gegeven'. Volgens Schoonenboom “wordt het steeds duidelijker dat milieubeleid ten diepste een kwestie van politieke keuzen is”. “Nu lijkt het alsof het voldoende is om wetenschappelijk gefundeerde milieudoelstellingen in een NMP vast te leggen. Maar de wetenschappelijke twijfel over bijvoorbeeld het broeikaseffect, neemt juist toe.

Het huidige milieubeleid doet geen keuzen, meent de WRR. De drie NMP's gaan slechts over energiebesparing, milieuvriendelijker produkten en gesloten kringlopen. Deze beperkte reikwijdte brengt een aantal risico's met zich mee, waarvan de belangrijkste volgens Rabbinge is dat “duurzaamheid een leeg begrip is geworden, dat niet meer functioneert”. Het belang van de vele honderden NMP-acties is onduidelijk en milieuminister Alders staat zwak tegenover zijn collega's van verkeer en waterstaat, economische zaken en landbouw, die het beleid moeten uitvoeren. De nota's van zijn ministerie zijn vooral pleitnota's.

De WRR wil andere ministers meer verantwoordelijkheid voor het milieu geven. Rabbinge: “Wij vinden dat zij zich niet langer achter de minister van milieu kunnen verschuilen. De belangrijkste gebieden waar milieurelevant beleid wordt ontwikkeld, vallen onder andere competenties. Die verantwoordelijkheid zou je moeten onderkennen. De ministers van verkeer en waterstaat, economische zaken en landbouw moeten aanspreekbaar worden voor het milieubeleid op hun gebied.”

Het maken van politieke keuzen ten behoeve van het milieu zal verzet wekken, aldus de WRR, maar doorgaan op de huidige wijze ook. Op de politieke agenda dringen zich andere problemen naar de voorgrond, zoals achterblijvende economische groei en toenemende werkloosheid. De motivatie voor het voeren van een milieubeleid blijkt dan vaak flinterdun. Schoonenboom: “Uiteindelijk wordt het milieu nog steeds gezien als een luxe probleem. Nu de werkloosheid toeneemt, mogen we er even niet over praten. Dan is het louter een symbool, waarachter de politiek zich schuil houdt.”

Ook ziet de WRR het als een probleem dat het milieubeleid er vaak met de haren bij wordt gesleept, wat de geloofwaardigheid niet ten goede komt. Schoonenboom: “Het milieu staat in feite buiten de discussie. Men zegt bijvoorbeeld dat Schiphol moet worden uitgebreid, en wringt zich vervolgens in de raarste bochten om aan te tonen dat dit ook goed is voor het milieu. Wij zeggen: in het ene geval is een keuze voor de economie en daarmee tegen het milieu verdedigbaar, in een ander geval het omgekeerde. Maar doe die keuze tenminste. Alleen lippendienst aan het milieu bewijzen doet het beleid geen goed.”

Volgens de WRR is het opvallend dat de overheid zo weinig gebruik maakt van de brede steun in de samenleving voor bijvoorbeeld natuurbeleid. Eén op de zeven gezinnen is lid van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten, zo'n anderhalf miljoen mensen zijn lid van een natuurbeschermingsorganisatie. Wij willen, zegt Rabbinge, “dat milieubewustzijn een nieuwe stimulans geven”. Het gaat weliswaar “om moeilijke vragen”, maar “op andere gebieden, zoals de reconstructie van de verzorgingsstaat, neemt de politiek wel zijn verantwoordelijkheid. Dus waarom zou dat op milieugebied niet ook kunnen? Nu verschraalt de discussie over het milieu tot het al dan niet aanleggen van de Betuwelijn.”

Volgens Schoonenboom wil het het rapport de politiek “een spiegel voorhouden”. “Onze boodschap is bijna triviaal. Wij laten zien dat als de politiek duurzaamheid wil, het om wezenlijke vraagstukken gaat. Als de politiek daar met een boog omheen wil lopen, is dat prima, maar dan moet je ook niet meer over duurzaamheid praten.”