Matig klimaat voor beleggers

Onmiskenbaar heeft het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag NAFTA de boel in Mexico verlevendigd. In de eerste drie maanden van het jaar waarin NAFTA in werking trad, werd voor 18,5 miljard dollar geïmporteerd. Als dat cijfer met vier mag worden vermenigvuldigd, dan komt de Mexicaanse import over 1994 uit op 74 miljard dollar - vermoedelijk zal het nog hoger zijn. Vorig jaar voerde het land voor ruim 65 miljard dollar in, terwijl de export bijna 52 miljard bedroeg. Verwacht mag worden dat de handelsbalans over 1994 een aanzienlijk groter tekort zal laten zien dan de 13,5 miljard dollar van vorig jaar. De Nationale Raad van Buitenlandse Handel gaat zelfs uit van een handelstekort van 30 miljard dollar over 1994.

Hoewel het handelstekort vooral een zorgelijke uitdrukking is van de competitieve zwakte van de Mexicaanse industrie, staan tegenover de dollars die de Mexicanen aan vooral Amerikaanse produkten uitgeven de dollars die vooral Amerikaanse investeerders naar Mexico brengen als zogenaamde hot money waarmee wordt gespeculeerd op de Bolsa de Valores. Dankzij de belangstelling van buitenlandse investeerders voor Mexico als emerging market kon de centrale bank in de afgelopen jaren de deviezenpositie aanzienlijk versterken. Maar uit alles blijkt dat daaraan nu een einde is gekomen.

Hoewel zoals altijd de officiële cijfers in Mexico maar een deel van de werkelijkheid weergeven en andere cijfers elkaar vooral tegenspreken, is in de eerste helft van dit jaar vermoedelijk voor ruim 13 miljard dollar aan speculatiekapitaal onttrokken aan de Mexicaanse beurs. De beurs is momenteel ook niet echt aantrekkelijk voor beleggers. Vorige week werd opnieuw afgesloten met verlies, ditmaal van 3,7 procent in dollartermen. In een lijstje van de qua rendement belangrijkste 24 beurzen ter wereld neemt de Mexicaanse de 22ste plaats in. Volgens analisten van Goldman & Sachs in New York zijn de schommelingen op de Mexicaanse beurs in eerste aanleg niet veel anders dan de wisselende stemming die op de meeste beurzen is te zien. Maar daar komt in Mexico nog eens het effect van de aanstaande verkiezingen bij. Op 21 augustus kiest Mexico een nieuwe president, en voor het eerst in de 65 jaar dat de Institutionele Revolutionaire Partij (PRI) aan de macht is, bestaat er een gerede mogelijkheid dat de volgende president van het land niet van de PRI zal zijn. Voeg daar aan toe de nog steeds voortdurende opstand in het zuiden van het land, de recente ontvoeringen van een bankier en een andere zakenman en de (nog onopgeloste) moord op de presidentskandidaat voor de PRI, en het is duidelijk dat Mexico momenteel niet het stabiele klimaat weerspiegelt waar investeerders zo dol op zijn.

Ook met het herstel van de Mexicaanse economie lijkt het niet goed te gaan. Vorig jaar kwam het land uit op een groei van nog geen half procent. Voor dit jaar wordt 3 procent groei voorspeld, maar de huidige economische activiteiten rechtvaardigen die verwachting niet. De groei van 0,5 procent in het eerste trimester is vooral te danken aan de met 14,5 procent gestegen overheidsuitgaven in dit verkiezingsjaar. Als gevolg daarvan daalde het overschot in de publieke sector met 92 procent. De particuliere sector laat het echter afweten en de sfeer van malaise is nog lang niet voorbij.

Alleen van het inflatiefront valt goed nieuws te melden. Uit alles blijkt dat de doelstelling van de regering voor 1994 kan worden gehaald. Dit jaar moet de stijging van de kosten van levensonderhoud uitkomen op 7 procent, waarmee de dalende tendens van de afgelopen jaren wordt voortgezet. Daarbij moet worden aangetekend dat de politieke doelstellingen van de Mexicaanse regering (zoals het inflatiepercentage) altijd worden gehaald, hoewel de consument zich wel eens afvraagd hoe het komt dat voor hem het leven weer eens zo'n enorm stuk duurder is geworden. De dalende inflatie gaat niet gepaard met een dalende rente. Parallel aan de stijgende rentetarieven in de Verenigde Staten neemt ook de Mexicaanse rente toe. Hadden eind februari de toonaangevende staatsobligaties (de Cetes met een looptijd van 28 dagen) nog een rendement van 8,8 procent, inmiddels is dat al 16,5 procent. Evenmin een aanmoediging voor het bedrijfsleven om de handen uit de mouwen te steken en het jongste OESO-lid weer op het rechte spoor te zetten.