Knielbussen rijden leeg door stad

De nieuwe Rotterdamse lijnbussen voor invaliden rijden meestal leeg door de stad. Ondanks de vele kinderziekten is het Rotterdamse vervoersbedrijf echter vol goede moed over het project.

ROTTERDAM, 21 JUNI. Chauffeur Toon Vroon veert verheugd op als hij zijn lege gloednieuwe invalidenbus over het busstation Grote Hagen IJsselmonde manoeuvreert. “Kijk daar eens: met een beetje mazzel kunnen we nu twee rolstoelen mee nemen.” En inderdaad, bij de wachtruimte van de fonkelnieuwe 'Intra Stadslijn' worden even later twee mensen in een rolstoel de bus ingereden. Vroon sjort ze vast aan de vloer. Met in totaal vier passagiers rijdt hij tevreden verder naar Zuid. In de kleine bus blijven dertien gewone stoelen en een rolstoelplaats leeg.

Als enige gemeente in Nederland heeft Rotterdam de nieuwe verantwoordelijkheid voor het gehandicaptenvervoer omgezet in een groot opgezet collectief-vervoerssysteem met een eigen dienstregeling. Sinds 1 april is de rijksverantwoordelijkheid voor de gehandicaptenvoorzieningen overgedragen aan de gemeenten, met de Wet voorziening gehandicapten, die vorig jaar na veel discussie door het parlement is aangenomen. In de andere Nederlandse dorpen en steden laat de gemeente het vervoer uitsluitend met kleinere busjes verrichten en hangt de frequentie en de route sterk af van de aanvragen.

Zo niet in Rotterdam. Daar rijden iedere dag langs acht speciaal ingerichte opstapplaatsen tien bussen van de nieuwe Intra Stadslijn een halfuursdienst, van negen uur 's morgens tot 11 uur 's avonds. Het project 'Vervoer op maat' is het paradepaardje van de 'Rotterdamse Elektrische Tram' (RET), het gemeentelijk vervoersbedrijf. Gereden wordt met speciale moderne knielbussen, die laag op hun wielen staan en naar wens hoger of lager bij de stoeprand kunnen komen om in- en uitstappen te vergemakkelijken. Twintig kleinere taxibusjes rijden de invaliden van en naar de overstappunten. De ruime wachtruimten zijn verwarmd, voorzien van telefoon en toilet. Ze worden permanent bewaakt door een beveiligingsdienst. De RET verwacht dat de sociale dienst in totaal zo'n 12.000 invaliden een 'vervoer-op-maat'-pas zal verstrekken. De toewijzing verloopt voorlopig nogal stroef, er zijn nu circa 7.000 passen uitgereikt.

Binnen de acht zones vervoeren de kleinere busjes de invaliden 'van deur tot deur'. Voor wie zich niet zelfstandig genoeg kan bewegen rijden er aparte 'kamer-tot-kamer'-bussen, met personeel dat een speciale 'til-cursus' heeft gevolgd. Op eigen kracht is bij Grote Hagen mevrouw H. van Driel-Dubbeldam (82) de bus ingestapt. Met een van de kleinere 'deur-tot-deur'-bussen is ze thuis opgehaald en naar de wachtruimte gebracht. Met de ringlijn gaat ze nu naar Winkelcentrum Zuid.

“Het gaat nu wat beter”, vertelt ze over haar ervaringen met het nieuwe systeem. “In het begin was het allemaal nog niet zo goed georganiseerd. Reed de ISL-bus net weg als je aankwam. Je zat erg lang te wachten. Dat is niet meer.”

Sommige passagiers rijden vooral mee voor de gezelligheid. Zoals meneer Streuper (75), die zich dagelijks naar Zuidplein laat rijden, waar hij zich vermaakt met onder anderen de taxichauffeurs. Hij spreekt moeilijk, maar heeft pret voor tien. “Mooi he”, roept hij regelmatig. “Je haalt mensen uit hun isolement”, zegt Vroon over zijn klanten. “We proberen ze zo goed mogelijk te helpen. Je bent constant aan het praten, op zo'n rit. Je krijgt ook wel eens een rolletje drop. Ze vinden het prachtig. Laatst had ik een man van 94 die wees me precies aan waar hij in de oorlog was ondergedoken. Sommigen zijn al in geen jaren door de stad gereden.”

De speciaal geselecteerde RET-chauffeurs vatten hun nieuwe taak serieus op, vertelt Vroon, “want het is fijn dat we weer een mogelijkheid tot behoud en uitbreiding van werkgelegenheid hebben, zeker in deze tijd van privatiseringen.” De jaarlijkse kosten voor de gemeente zijn ongeveer 20 miljoen gulden, ongeveer de helft van die van het oude systeem van taxibonnen. De gebruikers betalen het gewone openbaarvervoertarief, ongeveer ƒ 1,50 per rit, en verder is het gebruik onbeperkt.

Vierhonderd ritten per dag haalt het systeem nu. Uiteindelijk moeten dat er 6.000 worden. Ter vergelijking: de veel eenvoudigere 'belbusdienst' Stadsmobiel, die de gemeente Amsterdam in maart is begonnen, verzorgt nu ruim 300 ritten per dag. In de hoofdstad ligt het streven op 800 dagelijkse ritten.

De korte aanlooptijd van het systeem veroorzaakte veel kinderziektes, erkent de directeur van Vervoer op Maat, F. Bessems. Rotterdam had ongeveer vier maanden om het nieuwe systeem op te zetten. “Pas na drie jaar kun je echt goed oordelen over de levensvatbaarheid van een nieuwe lijn. Dat de bussen dus een poos leeg over straat gaan was te voorzien”, aldus Bessems. Voor het collectieve systeem met de lijndienst is gekozen omdat verwacht wordt dat op die manier voor het beschikbare geld de meeste reizigerskilometers kunnen worden gemaakt. Het project is ook in de wereld uniek, zegt Bessems. En dat leverde dus problemen op met het computerprogramma dat de routes bepaalt. Ook de bussen vertoonden mankementen. In het begin stonden er van de 10 knielbussen wel eens zeven kapot in de garage. “Maar die fase is nu achter de rug”, aldus Bessems.

“De toekenningen van de pasjes die recht geven op vervoer verloopt traag en gaat soms verkeerd. En de telefooncentrale is een ramp”, klaagt T. van der Burg. Ze is interim manager van de belangenorganisatie Vergoedingen Gehandicapten Rotterdam, waarin zestig Rotterdamse organisaties van invaliden samenwerken. De VGR verzorgt zelf het kamer-tot-kamer-deel van het vervoerssyteem.

Van der Burg: “Het systeem van de ringlijn is nog weinig flexibel. Soms rijdt de stadslijn vlak langs de plek waar mensen moeten zijn, maar de bus stopt alleen op een van de acht overstapplaatsen. Als iemand een paar honderd meter verderop moet zijn op een plek in een andere zone moet er toch worden overgestapt op de stadslijn, waardoor zo'n reis erg lang kan duren. Van vrouwen wordt alleen de meisjesnaam geregistreerd, zodat een chauffeur in een tehuis iemand komt ophalen waarvan niemand de naam herkent. En het systeem is beperkt tot de gemeentegrenzen.”

Toch is Van der Burg gematigd positief over het systeem. “Het moet zich nog bewijzen. En de RET doet vreselijk zijn best om de klachten te verhelpen, al blijft het natuurlijk een ingewikkelde ambtelijke organisatie.” Zo heeft de RET deze week de zone-indeling zo aangepast dat sommige bejaardentehuizen nu logischer met elkaar zijn verbonden.

Een ander probleem dat de RVG heeft geconstateerd is dat de inkomenspositie van invaliden verslechtert door de nieuwe structuur, al ligt dat meer aan de nieuwe wet dan aan de gemeentelijke verordeningen. “Vroeger werden die taxibonnen nog wel eens direct omgezet in geld. Dat moeten ze nu missen.”