Kinderen tekenen oorlogsgruwelen van zich af

In Amsterdam eindigt vandaag een tweedaagse conferentie over de rechten van kinderen in oorlogssituaties. Traumatologen, vertegenwoordigers van hulporganisaties en juristen stellen een verklaring op, waarin zij richtlijnen formuleren voor speciale aandacht voor kinderen in oorlogssituaties.

AMSTERDAM, 21 JUNI. Twee huisjes omringd door bloempotten en een vrolijk gekleurd weggetje, getekend door het zevenjarige jongetje Edhem, afkomstig uit een dorpje in Centraal-Bosnië. Zijn tweede tekening: de hemel is een donkerblauwe streep. Op de voorgrond een naakte man met duidelijk herkenbaar geslachtsorgaan. De laatste tekening stelt de toekomst voor. Het dorp bestaat uit één huis en de weg is met een doodse bruine kleur ingevuld. De donkerblauwe lucht uit de oorlogstekening is blijven hangen. Nadat de Serviërs het dorp van Edhem hadden overvallen, interneerden zij de jongen en zijn dorpsgenoten in een kamp. Daar werden zij gedwongen de verkrachting van een jong meisje gade te slaan.

Kinderen praten niet gemakkelijk over doorstane oorlogsgruwelen, zegt traumadeskundige prof. dr. W. G. J. Wolters, hoogleraar medische kinder- en jeugdpsychologie aan de Universiteit van Utrecht. “Het is de vraag of wij met onze traumabehandeling, die uit gesprekstherapie bestaat, op kinderen af moeten stappen. Hun herstel verloopt vaak zonder woorden, door middel van spelen en tekenen.” Catherine Bonnet, een Franse kinderpsychiater en psycho-analyticus, liet daarom honderd Kroatische kinderen hun verhaal vertellen met viltstiften en papier.

Wolters en Bonnet namen vandaag en morgen deel aan een door onder andere UNICEF Nederland georganiseerde conferentie in Amsterdam over de rechten van kinderen in oorlogssituaties. Het resultaat is een verklaring waarin rechten als contact met de ouders, goede opvang en privacybescherming voor kinderen verwekt door verkrachting en hun moeders, is vastgelegd.

Het effect van oorlogsgeweld op kinderen staat sinds vijftien jaar in de belangstelling van artsen en psychologen. Daarvóór was het onderzoek geconcentreerd op volwassenen. De gangbare opvatting was dat de veerkracht van kinderen hen in staat stelde gewoon door te leven.

Kinderen vertonen naast de vaste symptomen van een post-traumatische stoornis (PTSD) - zoals hyperalertheid, verdringing van herinneringen, terugkerende nachtmerries en binnendringende beelden - ook meer algemene reacties als buikpijn, waardoor de effecten van het trauma moeilijk te herkennen zijn. Wolters waarschuwt overigens voor een te snelle diagnose van PTSD bij kinderen en spreekt liever van posttraumatische reacties. Een trauma in de enge zin is een extreme gebeurtenis die het individu overspoelt en het machteloos en hulpeloos doet voelen. “Voor een jong kind is het verlies van de ouders, en daarmee het verbreken van de veiligheid, het ergste.” Volgens schattingen van UNICEF belandden tientallen miljoenen kinderen de afgelopen tien jaar in oorlogssituaties. In voormalig Joegoslavië lijden zeker anderhalf miljoen kinderen onder oorlogstrauma's, zegt UNICEF.

Sommige kinderen fantaseren over wraakacties tegen de vijand. Bonnet: “Kinderen uit het vroegere Joegoslavië verbeelden hun toekomstperspectief met een groot kasteel, dat door de vijand moet worden gebouwd.” Anderen verbergen hun angsten door zich te identificeren met de agressor. Ze tekenen zwart-witte afscheidingen, die symboliseren dat ze etnische zuiveringen accepteren en goedkeuren, aldus Bonnet. Afrikaanse en Surinaamse patiëntjes zien geesten van voorouders. Cambodjaanse kinderen trekken zich terug in zichzelf en gedragen zich minder agressief dan Westerse en Afrikaanse kinderen, zo wijst onderzoek uit.

Het getuige zijn van verkrachting heeft voor ieder kind andere gevolgen, zegt Wolters. Een trauma hoeft niet altijd het gevolg te zijn. Een peuter ziet de pijn en de angst maar legt nog geen verband met seks en schaamte. Een ouder kind voelt naast de schok ook plaatsvervangende schaamte en schuld.“Dat is nog sterker het geval als een kind hoort dat het verwekt is door verkrachting” zegt Bonnet. “De reacties van verkrachte vrouwen op hun kind zijn overal ter wereld hetzelfde” zegt Bonnet, die in haar Franse praktijk seksueel misbruikte vrouwen behandelt. “Vrouwen proberen tijdens de zwangerschap van het kind af te komen door zelfmoord te plegen of zichzelf te aborteren. Als dat niet lukt willen ze het afstaan. Ze zien het kind als een object en verwaarlozen het. In het ergste geval doen ze het iets aan.” Het is alsof ze de verkrachter aan de borst houden in plaats van een baby, is de klacht die Bonnet het meest hoort.

Hun ongewenste kinderen moeten snel worden geadopteerd, vindt Bonnet. “De Bosnische autoriteiten bij voorbeeld geven een vrouw twee jaar bedenktijd. Dat is te lang. De vrouw weet toch dat ze het kind niet wil. In die twee jaar krijgt de baby nieuwe trauma's door oorlog en verwaarlozing.”

Een ander risico is volgens Bonnet de onthulling van de herkomst van het kind. “Kinderen moeten weten waar hun oorsprong ligt, maar deze gevallen zijn een uitzondering. De stigmatisering van het kind en de moeder is erger dan de onwetendheid. Hulpverleners en adoptief-ouders zullen het kind overspoelen met behandelingen en vragen. Als het afwijkend gedrag vertoont zal iedereen zeggen dat de verkrachting de oorzaak is.”

Behandelaars moeten oppassen iemand in een slachtofferrol te duwen, zegt Wolters. “Daar zul je je hele leven last van hebben, zeiden hulpverleners tegen de slachtoffertjes van de vliegramp in Faro in 1992. Dat is fout.”

“Het trauma begint nogal eens pas na enkele maanden van schijnbaar normaal gedrag te werken”, zegt Wolters. “Daarvoor verdringt het kind de herinnering en is het hyperalert. Pas als iemand zich veilig voelt en zijn of haar basisbehoeften zijn bevredigd, begint de verwerking.” In gesprekken en speltherapie wordt de gebeurtenis tot in de details herbeleefd. De terugkerende nachtmerries veranderen: het kind is bijvoorbeeld niet langer machteloos in de droom.

Oorlogskinderen moeten volgens Wolters niet naar Nederland worden gehaald. Een evacuatie naar het buitenland verergert het trauma, zegt hij. “Al zijn ze hier fysiek veiliger, een andere omgeving betekent ook nieuwe gevoelens van onveiligheid en ontworteling. Breng de hulp daar maar naar toe.”