Kathedraal

Je bent in een kathedraal, je ziet de oude kunstwerken en de paar gelovigen die in de bankjes zitten of zich soms met een priester in een hokje terugtrekken, je gaat zelf in een bank zitten en in de stilte denk je na een tijdje dat je iets navoelt van wat zij voelden en dachten, de bouwers van dit wonderwerk, toen ze er eeuwen geleden aan begonnen. Ten onrechte waarschijnlijk. Als je naar buiten gaat is het gevoel al weer weg. Het was maar een illusie dat in de stenen de geest van verre eeuwen hing en dat je daar deel aan had, maar geen illusie is de macht van het bouwwerk, die je er toe bracht om dat even te denken, en er is niemand die naar buiten kan gaan zonder zich af te vragen wat voor wonderwerken onze eeuw zal nalaten, welke moderne kathedralen de kracht zullen hebben om over vele honderden jaren mensen met een geheel andere mentaliteit te dwingen om stil te zitten in de illusie dat ze iets begrijpen van wat wij voelen en denken.

Het antwoord is makkelijk. De kathedraal van deze eeuw is de moderne natuurkunde. Werk van een eeuw, waar generaties aan meegebouwd hebben. Mooier en kunstiger dan de wereldwonderen van vroeger. Een collectief werkstuk waar de scherpzinnigste geesten hun hoogst individuele bijdrage aan hebben geleverd. In de buurt van Genève, onder de grond, tientallen kilometers lang, ligt de deeltjesversneller van Cern, het Europese centrum voor onderzoek van elementaire deeltjes. Een modern wereldwonder. Maar niet dit bouwsel, hoe indrukwekkend ook, is de kathedraal, het is maar een werktuig. De kathedraal bestaat uit de wiskundige vergelijkingen waarin de natuurkunde is vastgelegd. Het grote werk van deze eeuw is niet van steen en cement, het is zo spiritueel als een melodie.

Als we de definitieve theorie hebben gevonden, kennen we de geest van God, schreef de beroemde natuurkundige Stephen Hawking. Achteraf liet hij weten dat hij die zin eerst had willen schrappen. Als hij dat had gedaan, dacht hij, zouden er van zijn boek veel minder exemplaren verkocht zijn dan nu. Toch is het jammer dat hij die zin niet geschrapt heeft. Het is een kitsch-idee. De natuurkunde zou het niet nodig moeten hebben. Niemand gelooft het ook, al werden de boeken waar het in stond van de planken gesleurd. Als we echt zouden geloven dat we zo de geest van God zouden kunnen lezen, zou de burger daar zeker een bijdrage aan willen leveren die niet minder is dan het kijkgeld waarmee we ons op de geest van Hilversum aansluiten. Maar zo is het niet. De nieuwe Amerikaanse superdeeltjesversneller wordt niet gebouwd, omdat hij te duur was. Er zijn nog plannen om het in Genève te doen, maar die worden ernstig bedreigd doordat Engeland en Duitsland hun financïele bijdrage willen bevriezen. Het ziet er naar uit dat de bouw van onze kathedraal voortijdig gestaakt wordt.

In de bijlage Wetenschap & Onderwijs van donderdag stond een interview met dr.ir. Harry Beckers, voorzitter van de Adviesraad voor het Wetenschaps- en Technologiebeleid. Ik neem er een vraag en een antwoord uit over:

Vindt zuiver onderzoek niet voor een deel rechtvaardiging in zichzelf?

“Als je dezelfde vrijheid krijgt als Einstein en je produceert ook hetzelfde, dan heb ik daar geen bezwaar tegen. Maar zo iemand heb je eens in de driehonderd jaar. L'art pour l'art is prachtig, maar ga dan net als de violist collecteren. Wie geeft er nou zomaar geld uit? Natuurlijk is er een drang in de mens om meer te willen weten van astronomie, maar dat geldt voor zoveel meer dingen. Fundamentele research doe je om opgeleid te worden voor iets dat daarna komt, niet omdat het leuk en aardig is ergens wat van te weten.“

Wat valt hier van te zeggen? In ieder geval dat er niet voor een groots en meeslepend leven wordt gepleit. De heer Beckers is ongetwijfeld een vooraanstaand geleerde. Het getuigt van gezond verstand dat de voorzitter van de Adviesraad op het geld let. De interviewer Dirk van Delft was vast genoodzaakt een uitvoerig betoog in een compacte verklaring samen te vatten. Maar met alle begrip voor de omstandigheden moet ik toch zeggen dat deze compacte brok gezond verstand me volstrekt bizar voorkomt, als een absurde omkering van waarden. Het fundamentele onderzoek niet 'omdat het leuk en aardig is ergens wat van te weten', maar als een soort gymnastiektoestel waar de talentvolle onderzoeker, in afwachting van nuttiger bezigheden, zijn geest aan kan scherpen. Zou er ooit een tijd zijn geweest waarin de meest ambitieuze projecten zo van economische overwegingen afhankelijk werden gemaakt? Zouden Ferdinand en Isabella ook zo hebben gedacht toen ze Columbus op zijn expeditie stuurden: het kost een centje maar de man doet vaardigheden op die hij straks op de binnenscheepvaart goed kan gebruiken?

Het ligt voor de hand om het citaat van Beckers als een karikaturaal voorbeeld van Nederlandse zuinigheid te beschouwen, maar in Amerika heerst dezelfde zuinigheid en de onderzoekers van Cern jammerden zondag in The Observer dat ze in de toekomst hun werk niet meer kunnen doen.

U zult zeggen dat het minder eenvoudig is dan ik het laat voorkomen. U stelt u voor dat u enige tientallen miljoenen vrij te besteden hebt. Ze kunnen gebruikt worden om zieken te verzorgen, om te voorkomen dat invaliden worden lastig gevallen met halfgare computeruitdraaien die zeggen dat ze nog heel goed geschikt zijn om te werken als bonzaibomenkweker, of ze kunnen naar de deeltjesversneller gaan. U heeft geen hart van steen en u slaat de versneller een jaar over. Alles goed en wel, maar hoe zullen dan die mensen van latere eeuwen naar onze kathedraal kijken? Ik weet wel dat daar geen antwoord op is en dat ik hun mijn eigen gedachten in de mond leg, het is maar een vorm om mijn verbazing kracht bij te zetten. Ze zullen denken: “Die twintigste eeuw was de eeuw van de massamoorden en de uitroeiing van de dier- en plantensoorten, maar er leek aanvankelijk iets tegenover te staan. Ze hadden een fantastisch project waardoor ze er achter kwamen wat tijd en ruimte was, en ze stonden op de drempel om te leren wat massa en zwaartekracht was, en hoe het heelal begonnen was en hoe het zou eindigen. Maar in hun dans om het Gouden Kalf konden ze op een gegeven moment het kostenplaatje niet meer rond krijgen en omdat het te duur werd hielden ze er maar mee op.“