Bomexplosie eist 21 levens in Iraanse stad

TEHERAN, 21 JUNI. Bij een bomaanslag in een met pelgrims volgepakt mausoleum in Mashad in het noordoosten van Iran zijn gisteren zeker 25 mensen om het leven gekomen. De Iraanse autoriteiten hebben de verzetsbeweging Mujahedeen-Khalq de schuld gegeven, maar deze heeft dat met kracht ontkend.

Irans Opperste leider, ayatollah Ali Khamenei, maande de veiligheidsdiensten onmiddellijk zo snel mogelijk de feitelijke daders te vinden, die hij beschreef als “bloeddorstige vleermuizen”. Er zouden al enkele arrestaties zijn verricht.

Volgens de autoriteiten zijn sommige van de 70 gewonden er heel ernstig aan toe, en kan het dodencijfer nog stijgen. Het mausoleum van Imam Reza, de achtste imam van het shi'isme, was overvol ter gelegenheid van de Ashura wanneer de shi'ieten de dood op het slagveld herdenken van imam Hussein, kleinzoon van de profeet Mohammed en de derde shi'itische imam. Onder de slachtoffers zijn volgens het officiële Iraanse presbureau IRNA veel vrouwen en kinderen.

Het mausoleum was in april het toneel van een aanslag op de gebedsleider van Mashad, die tijdens het vrijdaggebed door kogels werd gewond. De autoriteiten gaven ook toen de schuld aan de Mujahedeen-Khalq, die van bijna alle aanslagen de schuld krijgen. De groep was in de eerste jaren na de Islamitische Revolutie van 1979 verantwoordelijk voor een reeks bloedige aanslagen, waaraan echter na een ten minste zo bloedige vervolging een eind was gekomen.

De in Irak gebaseerde oppositiebeweging op haar beurt noemde de beschuldigingen “absoluut vals” en “een poging om het imago van het nationale, rechtvaardige verzet van het Iraanse volk tegen de terroristische religieuze dictatuur van de mullahs te besmeuren”. Volgens Mujahedeen-leider Massoud Rajavi is het regime zelf schuldig aan deze “gruwelijke misdaad”, die de weg zou moeten bereiden naar nieuwe aanvallen op bases en kantoren van het Iraanse verzet.

IRNA meldde een telefoontje te hebben ontvangen waarin namens de Mujahedeen-Khalq de verantwoordelijkheid voor de aanslag was opgeëist ter gelegenheid van de 13de verjaardag van wat de groep ziet als het begin van het 'Nationaal Verzet' tegen het regime. Zegslieden van veiligheidsdiensten meldden sporen en “getypte pamfletten” in het mausoleum te hebben aangetroffen.

De radicale krant Salam, die doorgaans kritisch staat tegenover de autoriteiten, wees er echter op dat er ook andere mogelijkheden zijn dan de Mujahedeen-Khalq, namelijk “afwijkende religieuze en terroristische groepen”. De gebruikte formulering leek te duiden op extremistische sunnitische sekten, die actief zijn in het oosten van het land, waar een belangrijke sunnitische minderheid leeft. Een daarvan werd in maart door de autoriteiten bechuldigd van een aanslag op een shi'itische moskee in de stad Zahedan. De aanslag volgde op de afbraak van een sunnitische moskee in Mashad in het kader van stadsvernieuwing.