Amnesty: betere bescherming van asielzoekers

ROTTERDAM, 21 JUNI. De lidstaten van de Europese Unie moeten zo snel mogelijk bindende afspraken maken over minimale garanties voor asielzoekers, aldus de organisatie voor de rechten van de mens Amnesty International.

In een vandaag verschenen rapport kritiseert de organisatie het asielbeleid van twintig Europese landen. Amnesty stelt “met grote zorg” vast dat de maatregelen die Europese landen de afgelopen jaren hebben genomen om de toestroom van vreemdelingen in te dammen de internationale standaard voor de bescherming van vluchtelingen ondermijnen.

Amnesty beveelt de EU-landen aan de volgende garanties veilig te stellen: alle asielzoekers moeten toegang krijgen tot de asielprocedure; uitwijzing aan de grens zonder de kans een asielaanvraag in te dienen bij de daartoe bevoegde instanties, zoals in Duitsland gebeurt, dient te worden afgewezen; het verhoor moet op eerlijke wijze plaatsvinden en de vluchteling moet voldoende tijd hebben om zijn zaak voor te bereiden. Verder moeten de Europese landen ophouden asielzoekers weg te sturen omdat zij via 'derde veilige landen' binnenkomen, als niet zeker is of de vermeende vluchteling in dit derde land echt veilig is en hem daar geen uitzetting naar het land van herkomst wacht. Alle asielzoekers moeten de mogelijkheid hebben in beroep te gaan tegen een afwijzing en in afwachting van het beroep mogen zij niet uitgezet worden.

Het is de bedoeling van Amnesty dat de EU-lidstaten het voortouw nemen en de aanbevelingen op zo'n manier in een verdrag vastleggen, dat ook andere Europese landen kunnen inhaken, bijvoorbeeld via de Raad voor Europa.

Nederland krijgt kritiek omdat de regering in februari 35 uit Togo afkomstige Zaïrezen naar Togo probeerde terug te sturen, wat overigens niet lukte. Het ministerie van buitenlandse zaken verklaarde informatie te hebben van de vertegenwoordiger van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR in de Togolese hoofdstad Lomé, dat de situatie daar veilig genoeg was. De UNHCR heeft echter geen eigen vertegenwoordiging in Lomé.

Oostenrijk oogst meer kritiek. “We hebben ernstige twijfels over de veiligheid en de rechtsbescherming in Oostenrijk. Een asielzoeker heeft bijvoorbeeld recht op een advocaat, maar de meesten zitten in detentie en mogen daar niemand bellen”, aldus Amnesty. Niet alleen zou Oostenrijk ruw omgaan met vreemdelingen die uit een zogenaamd 'veilig land van eerste ontvangst komen', ook wijst het land deze asielzoekers zonder pardon uit. Oostenrijk beschouwt zijn buurlanden en alle overige landen die lid zijn van de Conventie van de Rechten van de Mens (1951) of de gelijknamige Europese overeenkomst, als veilig. Ook andere Europese landen hanteren een lijst van 'veilige landen'. Amnesty neemt hier stelling tegen. De organisatie waarschuwt voor een verdere verslechtering van de bescherming van vreemdelingen door het vastleggen van de 'veilige-landen-aanpak' in wetgeving op Europees niveau.