Advies: keuzen in milieubeleid dringend nodig

DEN HAAG, 21 JUNI. Als de politiek niet besluit tot een andere opzet van het milieubeleid, loopt dit binnenkort spaak. Het verzet tegen milieumaatregelen zal dan toenemen, terwijl ingrijpende keuzen ten behoeve van het milieu juist steeds noodzakelijker worden.

Dat schrijft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het vandaag verschenen rapport 'Duurzame risico's: een blijvend gegeven'.

Volgens de WRR is er een hernieuwd milieubewustzijn nodig. Het milieubeleid is versnipperd door de honderden acties die in het kader van het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP), het NMP-plus en het NMP2 zijn ingezet. Omdat het ministerie van milieubeheer weinig macht heeft en doelstellingen keer op keer niet worden gehaald, is de ontwikkeling van een duurzame samenleving verworden tot “een symbool” waartegen burgers zich steeds meer zullen verzetten.

Hier valt, aldus de WRR, alleen iets aan te doen als de politiek erkent dat milieubeleid in de eerste plaats een kwestie is van het maken van keuzen. Nu lijkt het alsof milieubeleid alleen met de kwaliteit van het milieu te maken heeft. In feite gaat het echter net zo goed om de kwaliteit van de maatschappij. “Politieke partijen zullen moeten uitspreken hoeveel waarde zij toekennen aan het milieu en welke risico's zij voor milieu en maatschappij verantwoord achten.”

Om dit te kunnen doen, onderscheidt de WRR de vier scenario's benutten, beheren, sparen en behoeden. De scenario's lopen op van een weinig tot zeer ingrijpende maatschappelijke transformatie ten behoeve van het milieu. De WRR werkt de vier scenario's uit voor de voedselvoorziening, de natuurbescherming, de energievoorziening, grondstoffen en drinkwater. De uitwerkingen wijken onderling sterk af maar kunnen alle aanspraak maken op het predikaat 'duurzaam'. In de definitie die de zogeheten Commissie-Brundtland hier in 1987 voor formuleerde voorziet duurzame ontwikkeling 'in de behoeften van de huidige generatie zonder de mogelijkheden in gevaar te brengen voor toekomstige generaties om ook in hun behoeften te voorzien'.

In de uitwerking van het scenario 'benutten' op het gebied van de voedselvoorziening, kunnen volgens het rapport van de WRR in het jaar 2040 11 miljard mensen worden gevoed. In het scenario 'sparen' is er voedsel voor 44 miljard. In het eerste geval is echter een mondiale handelsstroom van 5,5 miljard ton per jaar nodig om iedereen te voeden, terwijl in het tweede geval die stroom niet meer dan 1 miljard ton zal bedragen.

Volgens de WRR is het niet nodig op alle gebieden steeds voor hetzelfde scenario te kiezen. Dit zou zelfs contraproduktief kunnen uitpakken, want “wat goed is vanuit het ene milieudoel kan strijdig zijn met een andere milieuwaarde”.