W.F. Bach

W.F. Bach: Das Orchesterwerk door Kammerorchester Carl Philipp Emanuel Bach o.l.v. Hartmut Haenchen. Berlin Classics BC 1098-2

Wilhelm Friedemann Bach, de oudste zoon van Johann Sebastian Bach, werd als componist minder bekend dan zijn collega-broers Johann Christian en Carl Philipp Emanuel Bach. Veel composities van Wilhelm Friedemann (1710-1784) bleven onuitgegeven en een deel van de manuscripten raakte in het ongerede of verdween - zo zijn de handschriften van vijf symfonieën, die zich voor de Tweede Wereldoorlog bevonden in de Berlijnse Staatstbibliotheek sindsdien zoek.

Het complete bekende orkestoeuvre van W.F. Bach past op één cd en staat daar nu ook voor het eerst op, gespeeld door het Berlijnse kamerorkest Carl Philipp Emanuel Bach o.l.v. Hartmut Haenchen. Bij elkaar is het 59 min 15 sec muziek en dan nog inclusief de Suite in g-moll BWV 1070 die volgens Haenchen in een helder beargumenteerde toelichting niet door vader Bach is gecomponeerd, maar door zoon Wilhelm Friedemann. Haenchen laat het werk spelen met versieringen volgens aanwijzingen van Quantz.

Het orkestoeuvre van W.F. Bach bestaat nu verder uit één echte vierdelige symfonie (de Dissonanten symfonie) en vijf Sinfonia's, korte orkestrale inleidingen bij cantates. Haenchen heeft ook een gedeelte van de soms in handschrift door vochtplekken bijna onleesbare of incomplete muziek ontcijferd en gereconstrueerd - drie sinfonia's (nrs 88, 91 en 94 in de catalogus van Falck) beleven dan ook hun wereld-plaatpremière.

De muziek van W.F. Bach, een van de eerste free lance-componisten, was volgens Haenchen destijds te stoutmoedig en onconventioneel om onmiddellijk succes te hebben. In de muziek van Wilhelm Friedemann hoort men de aankondiging van Mozart: telkens weer schudt het academisme op zijn grondvesten door vlagen Sturm und Drang.

Maar als die even tot rust komen, zoals in het Adagio van de Sinfonia in D klein, dan heerst daar met eindeloos lijkende fluitnoten een etherische eeuwige rust die herinnert aan de Dans van de zalige geesten uit Glucks Orfeo ed Euridice. Net zo mooi en betrokken als Haenchen die opera opnam met de Berlijnse musici van zijn kamerorkest Carl Philipp Emanuel Bach, wordt ook de muziek van broer Wilhelm Friedemann gespeeld.