Voetballende cowboys in dampende badcel

DETROIT, 20 JUNI. Spectacular! Sensational! De praalstemmen schallen dezer dagen door de Amerikaanse stadions. Lawaai hoort bij Amerikaanse sport. Dus is het Pontiac Silverdome, de overdekte sportarena in Detroit, de beste uitlaatklep voor voetbalsupporters.

Het is bijna beangstigend zo'n tachtigduizend mensen anderhalf uur lang te horen zingen en schreeuwen in een kolossale, dampende badcel. Wie niet meeschreeuwt loopt gevaar overmand te worden door claustrofobie.

Niet alleen de atmosfeer, ook het klimaat in de hal is benauwend. Bij 32 graden Celsius en een vochtigheidsgraad van 75 procent baadt iedereen in het zweet. Hoog op de tribunes is het beklemmend, beneden rondom het veld is de temperatuur minder drukkend. Daar zorgen zuchtjes tocht uit toegangspoorten voor een lichte verfrissing.

Op het laagste niveau spelen de voetballers op een veld van echt gras, dat een paar dagen eerder als een puzzel van zeshoekige plaggen is uitgelegd. Van een afstand biedt het speelveld de aanblik van een biljartlaken. Van dichtbij ook. Maar daar blijkt het gras aan te voelen als een badmat, vochtig, soms stroef, soms glibberig.

Er hangt dezelfde lucht als in de hallen waar basketbal en ijshockey of soms American football wordt gespeeld, de lucht van nachos en hotdogs. Wat ontbreekt zijn de elektronische cartoons op de beeldschermen en de stampmuziek die het publiek moeten aanzetten tot cheering en yelling. Maar de acties op het veld bieden voldoende aanleiding om te schreeuwen en te zingen.

Het komt vreemd over in deze atmosfeer toeschouwers te horen roepen Hopp Schwyz, hopp Schwyz. Het zijn Zwitsers. Ze voelen zich aardig thuis in deze omgeving. Hun aanmoedigingen krijgen door de akoestiek een extra lading. De voetballers van Zwitserland voelen zich gesteund. Alleen kampen zij met problemen die zij onder normale voetbalomstandigheden niet kennen. Door het lawaai valt in het veld moeilijk te communiceren. Alleen wanneer het geluid even afneemt, is er gelegenheid elkaar aanwijzingen te geven.

Die omstandigheden gelden ook voor de beste voetballers van de Verenigde Staten. Maar Amerikaanse voetballers communiceren op een andere manier dan Zwitserse. Ze voetballen anders, als comboys. Ze hitsen elkaar vooral op, als vee dat opgedreven moet worden. Zwitsers proberen elkaar de bal in de voet te schuiven, ze willen het vijandelijke doel bereiken door individuele acties en met ingestudeerde combinaties. Het vraagt overleg wanneer manoeuvres niet volgens het concept verlopen.

Amerikanen kunnen niet voetballen. Dat holt en schopt maar naar de bal, als geldt het een variant van American football waarbij alleen de bal niet met de handen gespeeld mag worden. Look dad, no hands! De beste Amerikaanse voetballers spelen weliswaar in Europese competities, maar het hoogste niveau hebben nog weinigen gehaald.

Hun trainer is een voormalige Joegoslaaf, Bora Milutinovic, die zelfs het Joegoslavische nationale elftal haalde. Dat niveau zal geen Amerikaan halen. Milutinovic moet zich als coach van het Mexicaanse en het Costaricaanse elftal die hij beide naar het wereldkampioenschap loodste, meer in zijn element hebben gevoeld. 'Bora' houdt van uitdagingen. En in de Verenigde Staten wordt hij door de meeste voetballers op handen gedragen. Wat wil hij nog meer?

Opgezweept door het volkslied dat ze uit volle borst met hun rechterhand op het hart meezingen en door de aanmoedigingen vanaf de tribune leggen ze een enorme vechtlust aan de dag. En daarmee kunnen ze het nog ver schoppen op het wereldkampioenschap. Maar alleen daardoor, niet door balvaardigheid.

Roy Wegerle, Ernie Stewart, Coby Jones, Tab Ramos, Thomas Dooley, John Harkes en Eric Wynalda zijn zo slecht nog niet, maar om op het wereldkampoenschap te kunnen schitteren komen ze tekort. Alleen omdat de Verenigde Staten de World Cup mag organiseren, spelen ze mee op het hoogste podium. En dat zullen de Amerikanen die nog nooit van voetbal hebben gehoord, weten.

Een van hun helden is Alexi Lalas. Hij is ook rockzanger en rockgitarist en die wildheid legt hij ook in zijn voetbalspel aan de dag. Wie deze verdediger met rode lange haren en rode baard wil passeren, moet heel goed kunnen voetballen. Een orkaan van geschreeuw stijgt op van de tribunes als Lalas de bal op zijn voet, zijn hoofd of zijn borst neemt.

Dezelfde geluidsoverlast wordt veroorzaakt door afstandsschoten of schoten die hoog over het vijandelijke doel tussen de toeschouwers worden gesmoord. Een uittrap van de showkeeper Tony Meola - haar strak achterover in een staart - wordt begeleid door gejuich alsof vuurwerk wordt afgeschoten.

De Zwitsers laten zich intimideren. Zij vallen meestal aan, de Amerikanen nauwelijks. De Zwitsers lijden aan de kwaal die alle Midden-Europese voetballers kennen: combineren en soleren tot het uiterste, maar niet scoren. Ze maken een doelpunt uit een vrije trap van Bregy en lijken op een gemakkelijke overwinning af te stevenen. Maar hun spel wordt allengs zwakker.

De Amerikanen maken zowaar gelijk (1-1). Wynalda mag na een 'Britse' schouderduw (kennelijk ook niet meer geoorloofd volgens de nieuwe richtlijnen) van de Zwitser Sforza recht voor het doel even buiten het strafschopgebied een vrije trap nemen. En daar heeft hij duidelijk op geoefend. Met een effectvolle boogbal schiet hij de bal in de bovenhoek, langs de graaiende handen van doelman Pascolo. Nog nooit heeft Wynalda zo mooi gescoord. Nog nooit heeft een Amerikaan zo mooi gescoord.

In het Silverdome zijn alle Amerikanen gek geworden van vreugde. Dit is 'soccer'. Het geluid van San Siro, Nou Camp en Maracana dreigt overtroffen te worden. Maar het is anders, het is niet het geluid van een voetbalstadion. Het is overdreven, onecht, het is het lawaai dat Amerikanen maken. Het is zelfs beangstigend onder een dak dat als een zware wolk boven al die hoofden hangt. Hoe zal dat dak zich houden als op 14 juli Pink Floyd zijn geluidsgolven door het Silverdome laat stromen? Dat moet zonder twijfel aangenamer zijn.