Uniform siert tunnelwachter

Eén ding heeft de Antilliaanse 'wagenbegeleider' bijzonder ontroerd. “Toen ik laatst een bejaarde vrouw hielp bij het uitstappen, zei ze: 'Ik zal u nooit vergeten, meneer'.” Hij lacht verlegen zijn gouden kronen bloot. Een pokdalig gezicht, een verzilverd kruis in zijn oor, een donkerblauw uniform. “Zonder dit pak zou ze me voor een crimineel hebben aangezien, denk ik.”

De wagenbegeleiders van tramlijn 2 hebben er vorig jaar voor gezorgd dat 15 procent meer passagiers de roerige tram door Rotterdam-Zuid durven te nemen en het aantal zwartrijders met 10 procent is afgenomen.

In de jaren zeventig weggerationaliseerd, maakt de toezichthouder in de Randstad sinds begin jaren negentig een massale come-back. 'Werk en Veiligheid, dat kan alleen samen', heette het Rotterdamse programakkoord dat PvdA, D66, CDA, VVD en GroenLinks in april sloten. Tot 1998 komen er 1000 tot 1500 wagenbegeleiders, huismeesters, wijkcongiërces, surveillanten, tunnelwachters bij. Op dit moment werken volgens 'Nieuwe Banen Rotterdam Werkt' van de 3.000 banenpoolers in Rotterdam al 526 als 'toezichthouder' en 1.039 als beheerder met een 'toezichthoudende nevenfunctie'.

Agent Bosma van het project 'Toezichthouders Maastunnel' heeft gisteren een burgemeester van een Vietnamees stadje op bezoek gehad. Ambtelijke delegaties uit Frankrijk, Duitsland en Engeland, cameraploegen en kranten: internationaal is er veel belangstelling voor zijn tunnel. Het verbaast Bosma niet: het project helpt niet alleen 72 'tunnelwachters' aan werk, maar heeft ervoor gezorgd dat in april wekelijks 31.000 Rotterdamse fietsers en voetgangers de tunnel onder de Nieuwe Maas gebruikten. Dat waren er twee jaar geleden nog maar enkele honderden.

Bosma: “Tot half jaren zeventig was hier tunnelpolitie. Daar kwam een particuliere dienst voor in de plaats, maar die werd wegbezuinigd. In de jaren tachtig liep het uit de hand. Zwervers sliepen in de tunnel droog, de dames van de tippelzone zagen het als mooie afwerkplek, de junks zetten hier een shotje.”

Nu gebeurt er weinig. Bromfietsen en tunnelpissers, dat zijn de voornaamste problemen. De tunnelwachters hoeven niet veel te doen. Ze moeten er gewoon staan, in hun 'Stad Veilig'-uniform en met hun portofoon. Bosma: “We denken na hoe we het werk interessant kunnen houden. Bijvoorbeeld door postcodes in fietsframes te etsen, of fietbanden te plakken, of kaartjes voor fietsenstallingen in de stad te verkopen.”

Verveling, dat is een probleem voor de toezichthouder, al zou een puntensysteem eigenlijk moeten waarborgen dat banenpoolers niet op al te saaie posten worden ingezet. Frank Vijg van 'Nieuwe Banen Rotterdam Werkt': “We hebben tachtig wachters in parkeergarages. Bij het metrostation Kralinger Zoom zitten ze al een tijdje, daar wordt nooit een auto gekraakt. Nieuwe banenpoolers vragen zich daarom af wat ze er eigenlijk uitvoeren.” Rotatie naar andere projecten blijkt geen succes. Vijg: “Binnen een half jaar heb je een enorme groepscultuur. Een tunnelwachter kan niet zomaar wagenbegeleider worden.”

Maar het uniform, de nieuwe collega's en de status maken weer veel goed. “Bij het feest voor de duizendste banenpooler in Rotterdam verbood de politie de mensen hun uniform mee te nemen. Maar iedereen was in uniform”, zegt Vijg. Bosma van de Maastunnel: “We hebben een conflictje gehad over de vraag of ze in uniform naar huis mochten gaan. Het compromis is dat ze hun overjas hier achterlaten.”